Terug naar Pubers

Pubers

Puber met depressie: wat kan ik doen als ouder?

Als je puber somber blijft, zich terugtrekt of niet meer op zichzelf lijkt, wil je weten wanneer je je zorgen moet maken. In dit artikel lees je waar je op let, wanneer je meteen hulp zoekt en hoe je nabij blijft zonder alles te hoeven oplossen.

Je weet dat pubers somber kunnen zijn. Je weet dat ze zich terugtrekken en dat het erbij hoort.En toch lig je er 's nachts van wakker. Want er is iets veranderd wat je niet goed kunt benoemen: hij lacht bijna niet meer, hij doet niets meer waar hij vroeger blij van werd, en als je vraagt hoe het gaat zegt hij dat het goed gaat op een manier waarop je hem niet gelooft.Dat gevoel is belangrijk. Ouders zien dit vaak eerder dan wie ook, en juist omdat het geleidelijk gaat gaan ze aan zichzelf twijfelen. Als jij dit leest omdat je je zorgen maakt, dan is dat al een reden om er iets mee te doen.

Somber zijn of depressief: wat is het verschil?

Iedere puber heeft slechte dagen, en stemmingswisselingen horen bij deze leeftijd. Het verschil zit hem vooral in drie dingen.Hoe lang het duurt. Een rotweek is iets anders dan een sombere stemming die al twee maanden aanhoudt zonder dat er goede dagen tussen zitten.Of het overal is. Een puber die chagrijnig is thuis maar oplevert bij vrienden en op school, zit meestal in een fase. Een puber die zich overal terugtrekt, ook bij de dingen waar hij vroeger blij van werd, is iets anders.Of hij nog ergens plezier in heeft. Dit is de belangrijkste. Als er niets meer is waar hij zin in heeft, ook niet in dingen die hij altijd leuk vond, dan is dat een van de duidelijkste signalen.Wat je niet moet doen is dit zelf gaan vaststellen. Depressie herkennen bij een puber is voor professionals al lastig, juist omdat het zoveel op pubergedrag lijkt. Wat jij kunt doen, is opmerken dat er iets niet klopt en dat serieus nemen. De rest is niet aan jou.

Waar je op kunt letten

Bij pubers ziet een depressie er vaak anders uit dan bij volwassenen. Kort van stof zijn en boosheid komen bijvoorbeeld veel vaker voor dan verdriet.Somber of juist snel boos zijn, het grootste deel van de dag, weken achtereen.Nergens meer plezier in hebben. Sport, vrienden, gamen, muziek: dingen die vroeger vanzelf gingen, gaan niet meer.Terugtrekken van vrienden, niet alleen van jou. Dat onderscheid is belangrijk: alleen jou mijden hoort bij de leeftijd, iedereen mijden niet.Veel meer of veel minder slapen dan hij gewend was. Of 's nachts wakker liggen.Veel meer of veel minder eten, of duidelijk afvallen of aankomen.Cijfers die instorten terwijl het eerder wel ging, of niet meer naar school willen.Moe zijn zonder dat er een reden is, of klachten als hoofdpijn en buikpijn waar niets lichamelijks voor gevonden wordt.Zichzelf waardeloos vinden. Opmerkingen als "ik kan ook niks" of "het maakt toch niet uit", ook als ze terloops klinken.Eén signaal betekent nog niets. Verschillende signalen tegelijk, die een paar weken aanhouden en waarbij je merkt dat je hem kwijtraakt, is een reden om er iemand bij te halen.

Wanneer je meteen hulp zoekt

Er is één categorie waarbij je niet afwacht en niet eerst kijkt of het overgaat.Zegt je puber iets over dood willen zijn, over er niet meer zijn, of dat iedereen beter af is zonder hem, dan neem je dat serieus. Ook als het achteloos wordt gezegd, ook als je denkt dat het aandacht vragen is. Datzelfde geldt als je aanwijzingen ziet dat hij zichzelf pijn doet.Bel dan de huisarts, ook buiten kantooruren via de huisartsenpost. Je hoeft niet zeker te weten dat het ernstig is voordat je belt.Voor jou als ouder, en ook voor je kind zelf, is er 113 Zelfmoordpreventie: bel 113. Chatten kan via https://www.113.nl/chat. Je kunt daar ook terecht met je vragen als ouder, dus je hoeft niet te wachten tot je kind zelf wil bellen.Praten over zelfdoding maakt het niet erger. Dat is een hardnekkig misverstand. Ernaar vragen laat juist zien dat je het aandurft, en dat is voor iemand die daarmee rondloopt vaak een opluchting.

Wat je zelf kunt doen

Vooraf: jij bent niet degene die dit oplost. Wat je wel kunt doen is groot genoeg.Blijf in de buurt zonder te dwingen. Ga naast hem zitten, doe iets samen, ook als er niet gepraat wordt. Een depressieve puber heeft geen zin in gesprekken, en aanwezigheid is iets anders dan een gesprek.Vraag hoe het gaat op een moment dat het uitkomt. Naast elkaar in de auto, tijdens het afwassen, tijdens een wandeling. Zonder oogcontact vertellen pubers meer.Luister zonder het op te lossen of te relativeren. "Zo erg is het toch niet" en "over een jaar denk je hier heel anders over" zijn goedbedoeld en ze maken het kleiner dan het voor hem is.Neem het serieus, ook als je het niet begrijpt. Waar hij somber van wordt hoeft voor jou niet zwaar te zijn. Dat doet er niet toe.Houd het gewone leven zo veel mogelijk gaan. Eten op tijd, naar school, een beetje ritme. Niet om te dwingen, wel omdat structuur helpt als iemand het zelf niet meer opbrengt.Beweeg samen. Een blokje om, hond uitlaten, boodschappen. Bescheiden en het helpt echt, en het is bovendien makkelijker dan praten.Zeg wat je ziet, niet wat hij is. "Ik merk dat je de laatste tijd weinig meer doet waar je vroeger blij van werd" komt anders binnen dan "je bent zo somber".Zeg dat je er bent en blijf dat zeggen. Ook als je er niets voor terugkrijgt. Zeker dan.

Hulp zoeken: waar begin je?

Bij de huisarts. Dat is de plek waar je begint, ook als je alleen twijfelt. De huisarts kan meekijken, lichamelijke oorzaken uitsluiten, en doorverwijzen als dat nodig is. Je kunt daar ook eerst zelf naartoe zonder je kind, om te overleggen.Bij school. De mentor of de zorgcoördinator ziet hem elke dag en heeft vaak informatie die jij niet hebt. Veel scholen hebben ook een jeugdverpleegkundige.Bij het wijkteam of het CJG in jouw gemeente. Daar kun je terecht zonder verwijzing.En als je puber niet wil: dat komt vaak voor en het is geen reden om te stoppen. Je kunt als ouder zelf om hulp vragen, ook zonder hem. Vraag advies hoe je hem meekrijgt, want daar hebben ze ervaring mee.

En jij dan?

Dit stuk hoort erbij en het wordt bijna nooit gezegd.Een kind hebben dat het niet goed heeft, terwijl je er niets aan kunt veranderen, is een van de zwaarste dingen die er zijn. Je ligt er wakker van, je bent er de hele dag mee bezig, en ondertussen moet alles gewoon doorgaan.En je bent waarschijnlijk ook bang. Bang dat je iets mist, bang dat je iets verkeerds zegt, bang voor wat er kan gebeuren. Die angst is niet overdreven en je hoeft hem niet weg te redeneren.Zorg dat je dit niet alleen draagt. Praat met je partner, met iemand die je vertrouwt, met de huisarts. En weet dat 113 er ook voor jou is, niet alleen voor je kind.

Tot slot

Dat je dit leest betekent dat je iets hebt opgemerkt. Vertrouw daarop.Er is niets aan te wijzen wat jij verkeerd hebt gedaan. Een depressie ontstaat door een samenloop van dingen, en opvoeding is daar zelden de oorzaak van. Dat je jezelf dat toch afvraagt hoort erbij, en het is niet waar.Wat je wel kunt doen: erbij blijven en er iemand bij halen. Dat is minder dan je zou willen, en voor je kind is het precies wat hij nodig heeft. Een depressie bij pubers is goed te behandelen, en hoe eerder er iemand meekijkt, hoe beter dat gaat.Twijfel je of wat je ziet bij de puberteit hoort, lees dan wanneer je puber bent of hoe je omgaat met pubergedrag. Maar wacht daar niet op als je je zorgen maakt. Bel gewoon.