Terug naar Executieve functies

Executieve functies

Werkgeheugen trainen bij kinderen

In dit artikel lees je wat het werkgeheugen is, het emmertje en wanneer je erover praat met school. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

"Ga even je tanden poetsen, je pyjama aandoen en dan kom je naar beneden."

Tien minuten later zit hij op zijn kamer te spelen. Ongepoetst, in dezelfde kleren.

En dan denk je: ik heb het net nog gezegd. Hij keek me aan. Hij zei ja.

Dat klopt allemaal. En toch is het weg.

Wat het werkgeheugen is

Het werkgeheugen is het vermogen om informatie even vast te houden en er tegelijk iets mee te doen. Het is dus geen opslag maar een werkbank: je legt er iets op, je werkt eraan, en daarna is het weer weg.

Dat is precies wat er gebeurt bij die drie opdrachten. Hij moet ze onthouden terwijl hij aan de eerste begint. Bij de tweede stap is de derde al van de werkbank gevallen.

Wat er ook meespeelt: alles wat nieuw is kost veel werkgeheugen. Alles wat automatisch gaat kost bijna niets. Denk aan zwemmen. Toen je kind het leerde, moest hij over elke beweging nadenken. Nu doet hij het zonder erbij stil te staan. Zo is het met alles: hoe meer routine, hoe minder ruimte het kost.

Het emmertje

Stel je een emmer voor. Daar past een bepaalde hoeveelheid water in, en bij het ene kind is die emmer groter dan bij het andere.

Dat is geen kwestie van slim of niet slim. Er zijn pientere kinderen met een klein emmertje, en dat is nou net de groep waarbij het het langst duurt voordat iemand doorheeft wat er speelt. Want hij snapt het wel, dus waarom lukt het dan niet?

Wat er in die emmer gaat: alles wat nieuw is, alles waar hij over na moet denken, en ook alles wat hem bezighoudt. Ruzie op het schoolplein zit in dezelfde emmer als jouw drie opdrachten. Spanning ook. Moe zijn ook.

Dat verklaart waarom het op de ene dag prima gaat en op de andere niet. En het verklaart ook waarom het aan het eind van de dag altijd slechter gaat: dan is de emmer al vol met de dag zelf.

Voor jou betekent dat iets nuttigs. Als je hem iets vraagt op een moment dat zijn emmer vol zit, komt het er niet meer in, hoe duidelijk je het ook zegt. Dat is dus niet het moment om harder te praten.

Waar je een zwak werkgeheugen aan herkent

Hij vergeet snel wat hij moest doen, ook als je het net hebt gezegd.

Hij raakt spullen kwijt. Jas, gymtas, drinkbeker, het lijkt oneindig.

Hij weet halverwege een taak niet meer wat de volgende stap was.

Hij vraagt keer op keer wat er ook alweer moest gebeuren, en dat voelt voor jou als niet luisteren.

Hij herhaalt zichzelf, of vertelt hetzelfde verhaal twee keer.

Hij loopt vast bij opdrachten met meerdere stappen, terwijl één stap prima gaat.

En op school: de juf heeft net uitgelegd wat de bedoeling is, en hij steekt zijn vinger op met de vraag wat hij moet doen.

Herken je dit: dan is dat geen dwarsliggen en ook geen desinteresse. En het is al helemaal geen teken dat hij niet naar je luistert, ook al voelt dat wel zo als je het voor de derde keer zegt.

Wat je thuis kunt doen

Eén opdracht tegelijk. Dit is de belangrijkste, en het is meteen de moeilijkste. Niet omdat je het niet snapt, maar omdat je 's ochtends om acht uur geen tijd hebt om drie keer de trap op te lopen. Dat je ze opsomt is geen luiheid, dat is een ochtend met kinderen en een deur die om half negen dicht moet.

Kies daarom één moment op de dag waarop het wél kan, en laat de rest gaan zoals het gaat.

Maak oogcontact voordat je iets zegt. Dat is niet bedoeld als machtsmiddel maar heeft een praktische reden: wat er langs hem heen gaat, komt ook niet in die emmer terecht. Vanuit de keuken iets roepen terwijl hij op zolder zit voelt efficiënt en levert vrijwel niets op, terwijl dezelfde zin naast hem uitgesproken wel binnenkomt.

Laat hem het herhalen. Vraag hem gewoon wat hij nu gaat doen, want dat klinkt betuttelend en het is precies de stap waardoor het blijft hangen. Bovendien weet je dan meteen of het is aangekomen, in plaats van dat je het hoopt en er tien minuten later achter komt dat er niets is gebeurd.

Maak er iets zichtbaars van. Een lijstje aan de muur, plaatjes bij jonge kinderen, of een vaste routine met stappen erbij. Alles wat op papier staat hoeft niet in zijn emmer, en het scheelt jou net zo goed, want dan hoef jij het ook niet meer te onthouden en te herhalen.

Zorg voor routines. Alles wat automatisch gaat kost geen werkgeheugen, en dat is precies waarom een vaste ochtendvolgorde zoveel scheelt. Hij houdt daarmee elke dag ruimte over voor de dingen die wél nieuw zijn, en dat is uiteindelijk waar je die ruimte voor nodig hebt.

Speel spelletjes waarbij je moet onthouden. Memory, kwartet, of "ik ga op reis en ik neem mee" op een lange autorit. Dat is oefenen zonder dat het oefenen heet, en dat werkt bij dit soort dingen doorgaans beter dan iets wat als training voelt.

Vraag niets op het verkeerde moment. Dus niet als hij midden in iets zit, niet als hij net binnenkomt uit school en zijn hoofd nog vol is, en niet als hij moe is. Op zulke momenten zit de emmer al vol en komt er niets meer bij, hoe duidelijk je het ook zegt.

En kies er één. Alles tegelijk invoeren maakt van jouw huis een oefenkamp, en dat is voor niemand vol te houden.

Wat je beter niet doet

Het nog een keer zeggen, maar dan strenger. Als het er niet in ging, ging het er niet in. Volume verandert daar niets aan.

Er een karakterkwestie van maken. "Je luistert ook nooit" gaat over wie hij is. Dat blijft hangen, en het klopt niet.

Alles onthouden voor hem, en er niets zichtbaars van maken. Dan blijft het jouw hoofd dat het werk doet.

Denken dat hij het expres doet. Dat is de gedachte die het meest in de weg zit, en hij komt bij iedereen weleens langs.

Wanneer je erover praat met school

Ga in gesprek met de leerkracht als je kind op school achterblijft bij wat je zou verwachten, als het zelf zegt dat het dom is, of als je dit thuis én op school ziet.

De leerkracht kan meekijken en er in de klas rekening mee houden, bijvoorbeeld door instructies op te schrijven of hem vooraan te zetten. Vaak is er meer mogelijk dan je denkt.

Loopt het op meerdere vlakken vast, dan is het goed om verder te laten kijken, bijvoorbeeld via school of de huisarts. Een zwak werkgeheugen komt vaker voor bij kinderen met bijvoorbeeld ADHD, autisme of dyslexie, en dat wil je weten omdat de aanpak dan gerichter kan.

Tot slot

Je kind luistert wel. Het blijft alleen niet hangen, en dat is iets anders.

Dat is voor jou een van de meest slopende dingen die er zijn, want het lijkt op dwarsliggen en het voelt als negeren. Dat je daar boos van wordt is niet omdat je te weinig geduld hebt; dat is omdat je tien keer per dag hetzelfde zegt en het niets lijkt te doen.

Wat wel werkt is de emmer ontlasten in plaats van hem voller maken. Eén ding tegelijk, iets zichtbaars aan de muur, en routines die het automatisch maken. Dat vraagt in het begin meer van jou, en het levert daarna een rustiger huis op.

Wil je weten waar bij jouw kind de meeste ruimte zit

In de OpvoedApp lees je daarna hoe je die routines opbouwt, en wat je zegt als het toch weer niet gelukt is.

Meer over de andere functies lees je bij wat de executieve functies zijn.