Terug naar Executieve functies

Executieve functies

Kinderen leren plannen en helpen doelen stellen

Plannen lijkt simpel tot je ziet hoeveel stappen je kind tegelijk moet overzien. In dit artikel lees je wat plannen eigenlijk vraagt, wat je per leeftijd kunt verwachten en hoe je je kind helpt zonder het hele plan over te nemen.

Er staat een werkstuk op de planning voor over drie weken. Je vraagt er af en toe naar en het is steeds goed. En dan is het de avond ervoor.Of het gaat over kleinere dingen. Zijn kamer opruimen, de gymtas klaarzetten, op tijd de deur uit.Wat dit lastig maakt is dat je hem niet kunt dwingen om vooruit te denken. Je kunt hem eraan herinneren, en dan wordt jouw hoofd de agenda. En dat gaat een keer misgaan, want jij hoort het niet te onthouden.

Wat plannen eigenlijk vraagt

We zeggen makkelijk "ruim je kamer op", en dat klinkt als één ding. Voor een kind zijn dat zes dingen.Hij moet overzien wat er allemaal ligt. Bedenken waar het heen moet. Beslissen waar hij begint. Beginnen, terwijl het niet leuk is. Onthouden waar hij was toen hij werd afgeleid. En doorgaan tot het af is.Dat zijn allemaal aparte vaardigheden, en ze leunen op andere executieve functies: op zijn werkgeheugen om de stappen vast te houden, en op zijn aandacht om erbij te blijven.Als je dat zo uitschrijft, wordt duidelijk waarom het misgaat. Het is niet één opdracht die hij weigert. Het is een reeks vaardigheden waarvan er meestal eentje nog niet werkt.

Waarom "volgende week" niet bestaat voor een kind

Dit is het stuk dat de meeste ouders niet weten, en het verklaart die avond voor de deadline.Tijdsbesef ontwikkelt zich langzaam. Een peuter leeft in nu. Een kleuter snapt vandaag en morgen. Een schoolkind kan een week overzien, met moeite. En zelfs een puber vindt "over drie weken" nog abstract, want zijn hoofd is nog volop in ontwikkeling op precies dit punt.Dat betekent dat een toets over twee weken voor je kind niet écht is. Hij liegt niet als hij zegt dat hij er nog aan gaat beginnen. Hij ziet het gewoon niet voor zich.Voor jou is dat nuttig om te weten, want het verandert wat je vraagt. "Wanneer ga je eraan beginnen?" is voor hem een onmogelijke vraag. "Zullen we nu samen kijken wat er moet gebeuren en wanneer?" is te doen.

Wat je per leeftijd mag verwachten

Een peuter kan één opdracht aan die nu gebeurt.Een kleuter kan twee stappen aan als jij erbij bent, en kan met plaatjes een vaste volgorde volgen.Een schoolkind kan een taak van meerdere stappen aan, met structuur van buitenaf. Een lijstje, een vast moment, iemand die samen begint. Zelf een week plannen is voor de meesten nog te veel.Een puber kan het in principe, en het deel van zijn hoofd dat overziet en plant is het laatste dat wordt verbouwd. Hij heeft dus nog steeds hulp nodig, alleen anders: samen kijken in plaats van voor hem invullen. Meer daarover bij een puber die geen huiswerk wil maken.Als je hierin ziet dat je meer hebt gevraagd dan hij aankon: dat overkomt iedereen. Deze grenzen staan nergens opgeschreven, en je kind zegt ook niet "dit is te veel voor mijn planningsvermogen". Hij zegt gewoon ja, en dan gebeurt het niet.

Zo help je hem plannen

Maak tijd zichtbaar. Een kalender aan de muur, een weekplanning, een timer. Wat je kind niet kan overzien in zijn hoofd, kan hij wel zien als het ergens staat.Knip taken op in stappen. En schrijf die stappen op, zodat hij ze kan afstrepen. Dat afstrepen is niet voor de show: het maakt zichtbaar dat hij opschiet, en dat houdt hem aan de gang.Begin samen. Beginnen is voor de meeste kinderen het moeilijkste stuk. Ga er vijf minuten bij zitten om samen te bepalen wat de eerste stap is, en loop dan weg.Werk terug vanaf het einde. "Het moet vrijdag af. Wat moet er donderdag klaar zijn? En woensdag?" Dat is planning voordoen, en zo leert hij hoe het werkt.Laat hem het zelf zeggen. Vraag hoe hij het gaat aanpakken in plaats van dat je het vertelt. Ook als zijn plan niet het beste is: een eigen plan wordt eerder uitgevoerd.Bouw routines. Wat op een vast moment gebeurt, hoeft niet gepland te worden. Dat scheelt zijn hoofd ruimte voor de dingen die wél nieuw zijn.Laat het af en toe misgaan. Dit is de moeilijkste. Een keer een onvoldoende omdat hij te laat begon, leert hem meer dan drie weken herinneringen van jou.En dat is echt niet makkelijk. Jij ziet het aankomen, je weet precies hoe het afloopt, en je moet je mond houden. Dat voelt niet als opvoeden maar als toekijken hoe je kind ergens tegenaan loopt. Dat je dat zwaar vindt betekent niet dat je te controlerend bent; dat betekent dat je van hem houdt en hem niet wilt zien struikelen.En kies er één.

Doelen stellen met kinderen

Plannen werkt pas als er iets is om naartoe te werken, en daar gaat het vaak mis: het doel is van jou en niet van hem.Wat helpt bij een doel dat wel werkt:Laat hem het doel bedenken. Ook als het klein is. "Ik wil deze week drie keer op tijd op school zijn" is van hem; "je moet beter je best doen" is van jou.Maak het concreet en klein. Niet "beter opletten in de klas", maar "vandaag mijn spullen op de goede plek leggen".Zorg dat het haalbaar is. Een doel dat niet lukt, levert alleen een ervaring van mislukken op. Begin lager dan je zou denken en bouw op.Maak zichtbaar dat hij opschiet. Een streep, een kruisje, iets wat je ziet.Kijk samen terug. Wat ging goed, wat was lastig, wat doe je volgende week anders. Dat terugkijken is zelf ook een vaardigheid die hij leert.

Wanneer je erover praat met school

Ga in gesprek met de leerkracht als je kind structureel taken niet afkrijgt, als het werkstukken en toetsen steeds op het laatste moment doet ondanks alle afspraken, of als het op school niet meekomt terwijl je weet dat het de stof aankan.Op school is er vaak meer mogelijk dan ouders denken: opdrachten in stappen, een planning die de leerkracht meemaakt, of extra hulp bij het leren leren.Loopt het op meerdere vlakken vast, dan is het goed om verder te laten kijken. Planningsproblemen komen vaker voor bij kinderen met bijvoorbeeld ADHD of autisme.

Tot slot

Een kind dat niet plant, is meestal geen kind dat het niet belangrijk vindt. Het is een kind dat niet ziet wat er tussen nu en volgende week ligt.En jij bent degene die dat wél ziet, en die daardoor de hele tijd staat te duwen. Dat is vermoeiend en het maakt bovendien dat jullie gesprekken over school steeds over hetzelfde gaan. Dat je daar genoeg van hebt is meer dan begrijpelijk.Wat helpt is minder herinneren en meer zichtbaar maken. Een planning aan de muur doet werk dat jij nu in je hoofd doet, en het geeft hem iets waarop hij zelf kan kijken. Dat is de tussenstap tussen jij doet het en hij doet het.Wil je weten waar bij jouw kind de meeste ruimte zit,

Doe de testIn de OpvoedApp lees je daarna hoe je zo'n planning opbouwt, en wat je doet in de week waarin er niets van terechtkomt.Meer over de andere functies lees je bij wat de executieve functies zijn.