Terug naar Vaardigheden aanleren

Vaardigheden aanleren

Zo vergroot je de weerbaarheid van jouw kind

In dit artikel lees je wat weerbaarheid is, en wat het niet is, waar het vandaan komt en wanneer je erover praat met school. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Hij laat zijn speelgoed afpakken zonder iets te zeggen. Ze durft niet te zeggen dat ze niet mee wil doen. Hij komt thuis en vertelt pas na een week dat er iets vervelends is gebeurd.

En dan wil je hem het liefst leren om van zich af te bijten, want de wereld wordt niet zachter.

Weerbaarheid is inderdaad iets wat je kunt vergroten, en het is net iets anders dan de meeste mensen denken.

Wat weerbaarheid is, en wat het niet is

Weerbaarheid is mentaal en emotioneel sterk genoeg zijn om voor jezelf op te komen en om te gaan met situaties die moeilijk zijn.

Dat is dus iets anders dan hard zijn, of van je af bijten, of niets van een ander pikken. Een weerbaar kind is niet per se een kind dat terugslaat; het is een kind dat weet wat het zelf wil, dat kan zeggen waar zijn grens ligt, en dat overeind blijft als iets tegenzit.

Dat verschil is belangrijk voor wat je thuis doet, want als je hem leert om harder terug te duwen, leer je hem niet wat hij nodig heeft. Wat hij nodig heeft is weten dat zijn grens ertoe doet, en dat leert hij ergens anders: bij jou.

Waar het vandaan komt

Een kind wordt weerbaar door twee dingen, en die hangen met elkaar samen.

Het eerste is de ervaring dat hij mag zijn wie hij is. Een kind dat thuis mag zeggen dat hij iets niet wil, en dat merkt dat daar naar geluisterd wordt, leert dat zijn grens bestaat. Een kind dat thuis vooral leert dat hij zich moet aanpassen, kan dat op het schoolplein ook niet ineens.

Het tweede is de ervaring dat hij iets aankan. Dat ontstaat niet door hem te beschermen maar juist door hem dingen te laten doen die net iets spannend zijn en die daarna blijken te lukken. Elke keer dat dat gebeurt, komt er iets bij.

Daarnaast speelt aanleg mee, want het ene kind is nu eenmaal voorzichtiger dan het andere. Dat is geen tekort dat je moet wegwerken; het is een startpunt waar je vanaf werkt.

Wat je thuis kunt doen

Laat hem thuis nee zeggen. Dit is de belangrijkste van allemaal en tegelijk de meest ongemakkelijke, want het levert je meer discussie op. Toch is dit waar hij leert dat zijn mening bestaat: als hij thuis nooit iets mag weigeren, kan hij dat buiten de deur ook niet. Dat betekent niet dat alles bespreekbaar is, wel dat hij mag zeggen dat hij iets niet wil, ook als het toch moet.

Neem zijn grens serieus als hij hem aangeeft. Als hij zegt dat hij niet meer gekieteld wil worden, stop dan meteen, ook als het spel net leuk was. Dat lijkt een detail en het is precies de ervaring die hij nodig heeft: als ik zeg dat het genoeg is, dan gebeurt er iets.

Laat hem dingen doen die net iets spannend zijn. Zelf bestellen in de winkel, zelf naar de buren, zelf iets vragen aan de juf. Klein beginnen en opbouwen, en elke keer dat het goed gaat is een ervaring die hij meeneemt.

Los niet meteen op. Als hij thuiskomt met een conflict, vraag dan eerst wat hij zelf zou willen doen. Dat is trager dan het voor hem regelen en het is het enige wat hem iets leert.

Benoem wat hij al kan. Niet in het algemeen maar concreet: "ik zag dat je zei dat je er niet aan mee wilde doen." Een kind dat hoort wat hij deed, doet het vaker.

En laat zien hoe jij het doet. Als jij aangeeft dat iets je te veel wordt, of als je in de winkel rustig zegt dat er een fout is gemaakt, dan ziet hij hoe dat gaat. Dat is effectiever dan welke uitleg ook.

Wat het tegenovergestelde bereikt

Alles voor hem regelen. Bellen met de juf, het gesprek met dat andere kind voeren, zijn ruzies oplossen. Dat is uit liefde en het leert hem dat hij het zelf niet kan.

Zeggen dat hij niet zo moet zeuren. Of dat het wel meevalt. Daarmee leert hij dat zijn gevoel niet klopt, en dat is precies de basis waarop weerbaarheid niet gebouwd kan worden.

Hem leren terug te slaan. Dat lost een situatie soms op en het geeft hem geen vaardigheid; bovendien komt hij dan zelf in de problemen.

Hem beschermen tegen alles wat spannend is. Elke ervaring die je wegneemt, is een ervaring die hij niet opdoet. Dat is de moeilijkste van dit rijtje, want je doet het omdat je hem niet wilt zien struikelen.

Wanneer je erover praat met school

Ga in gesprek met de leerkracht als je vermoedt dat er gepest wordt, als je kind niet meer naar school wil, als het zich terugtrekt van vriendjes, of als het veel over zichzelf zegt dat het niks kan.

De leerkracht ziet hem op het plein en in de klas, en heeft vaak informatie die jij niet hebt. Bij pesten geldt bovendien dat het zelden vanzelf ophoudt en dat de school aan zet is.

Ga ook naar de huisarts als je kind langere tijd somber of angstig is, of als het lichamelijke klachten krijgt rond schooldagen.

Tot slot

Weerbaarheid maak je niet door je kind harder te maken. Je maakt het door hem de ervaring te geven dat hij ertoe doet en dat hij dingen aankan.

Dat betekent dat het grootste deel van het werk thuis gebeurt, op momenten die nergens over lijken te gaan: dat je stopt met kietelen als hij dat zegt, dat je hem zelf laat bestellen, dat je niet meteen belt met de juf.

En het betekent ook dat je hem moet laten struikelen, en dat is voor de meeste ouders het moeilijkste onderdeel van dit hele onderwerp. Je ziet het aankomen, je zou het kunnen voorkomen, en je doet het toch niet. Dat is geen hardheid maar precies waar je hem het meeste mee helpt.

Meer hierover lees je bij het vergroten van zelfvertrouwen en bij sociale angst bij kinderen.

Wil je weten waar bij jullie de meeste ruimte zit

In de OpvoedApp lees je daarna hoe je die stapjes opbouwt, en wat je zegt als hij thuiskomt met iets vervelends.