Terug naar kennisbank
Speciaal voor je kind
Kinderen leren samenwerken
Je kind moet elke dag wel iets met een ander afstemmen of overleggen. Vooral op school wordt er op jonge leeftijd van kinderen verwacht dat ze kunnen samenwerken: als kleuter samen in een bouwhoek spelen, of in de volgende groep samen een opdracht of presentatie maken, met elkaar lezen in een groepje, samen een knutselwerk

Waarom is samenwerken belangrijk voor kinderen?
Op jonge leeftijd wordt er veel van je kind verwacht qua overleggen, samenwerken en samenspelen. Op peuterleeftijd wordt er vaak al verwacht dat je peuter kan delen, terwijl, als je je verdiept in het brein van een kind, het brein van een peuter nog niet zo ver ontwikkeld is om dat al te kunnen. En ook voor een ouder kind vraagt een samenwerking met andere kinderen veel verschillende vaardigheden die een kind nog niet altijd bezit. En juist daarom is het zo belangrijk dat je weet wat je kunt verwachten qua vaardigheden en executieve functies per leeftijdsfase.Het is super waardevol als kinderen leren samenwerken, omdat dit iets is wat steeds weer terugkomt in het leven van je kind. En met name op school is het voor je kind prettig als dit fijn verloopt. Dit zorgt ervoor dat je kind met meer plezier naar school gaat en dat de sociale contacten ook positiever verlopen. Ook heeft je kind deze vaardigheden nodig om zich te handhaven op school.Het ene kind bezit van nature al meer vaardigheden om een samenwerking met kinderen te starten dan het andere kind. Vaardigheden om dit te versterken, kun je kind leren en oefenen. Door het bewust te stimuleren en het goede voorbeeld te geven, geef je kinderen duwtjes in de goede richting.Wanneer je de samenwerking oefent met kinderen, leert je kind veel verschillende sociale vaardigheden, zoals leren luisteren naar elkaar, een plan bedenken, elkaar helpen en aanpassen aan het idee van een ander. Dit zijn vaardigheden die je kind in het dagelijks leven vaak kan gebruiken en die fijn zijn als je kind deze onder de knie heeft. De samenwerking met kinderen zal daardoor prettiger en soepeler verlopen. En bovendien is samenwerken ook een vaardigheid die op latere leeftijd steeds weer terugkomt: afstemmen met vrienden, overleggen over een project op het werk, samenwerken als gezin. Dus het is mooi als je hier al op jonge leeftijd al in investeert.
Op welke manier kan je je kind leren om samen te werken?
Wist je dat samenwerken een van de executieve functies is? Net als bijvoorbeeld flexibiliteit, volgehouden aandacht en het kunnen plannen en organiseren. Dit zijn allemaal vaardigheden die je nodig hebt om doelen te realiseren en het gedrag dat daarbij hoort aan te sturen. Dit gebeurt allemaal in het brein van je kind, en ook bij ons van volwassenen, en dit is belangrijk voor het uitvoeren van doelgericht en sociaal gedrag.Wanneer jouw kind vastloopt met de samenwerking met andere kinderen, wordt er al snel gezegd dat je kind geen goede sociale vaardigheden bezit, omdat het bijvoorbeeld niet goed kan afstemmen of altijd ruzie krijgt tijdens samenwerking. Maar zit dat hem wel in de sociale vaardigheden of speelt er iets anders, waardoor jouw kind vastloopt met de samenwerking met andere kinderen? Wat vaak vergeten wordt is dat bij samenwerken een beroep wordt gedaan op alle executieve functies.Sta maar eens stil bij de volgende vaardigheden die bij samenwerken komen kijken:- Lukt het je kind om geconcentreerd aan de samenwerkingsopdracht te werken of is het na 5 minuten al afgeleid? (Dit valt onder de executieve functie ‘volgehouden aandacht’)
- Lukt het je kind om te luisteren naar de ideeën van anderen of roept het zelf steeds als eerste zijn of haar idee? (Executieve functie ‘inhibitie’);
- Is je kind in staat om belangrijke informatie te onthouden en aantekeningen te maken over de opdracht die als groepje gemaakt moet worden ( Executieve functie ‘werkgeheugen’);
- Is je kind in staat om een plan te maken en te starten bij het begin van een opdracht? (Executieve functie ‘plannen en organiseren’);
- Kan je kind zichzelf rustig houden op het moment dat het anders gaat dan dat je kind in gedachte had of als een ander iets zegt wat je kind niet leuk vindt (Executieve functie ‘emotie-regulatie’);
- Lukt het je kind om aan te passen aan de ideeën van anderen? (Executieve functie ‘flexibiliteit’);
- Kan je kind omgaan met feedback van anderen? (Executieve functie ‘meta-cognitie’).
