Terug naar Slapen

Subthema Slapen

Mijn kind wil niet slapen! Wat kun je doen?

Voor als bedtijd elke avond uitloopt in rekken, onderhandelen en steeds opnieuw uit bed komen.

Je zegt dat het bedtijd is, en je hoort het meteen beginnen. Nog vijf minuten. Nog even dit afmaken. Hij moet nog plassen, hij heeft dorst, en nu is hij ook nog zijn knuffel kwijt die gisteren ook al zoek was.

Je legt uit waarom het nu tijd is. Je legt het nog een keer uit. En ergens tussen de derde en de vierde keer merk je dat je aan het onderhandelen bent zonder dat je het doorhad, en dat je stem inmiddels anders klinkt dan toen je begon.

Als hij dan eindelijk ligt is het half negen geweest, en zit jij op de bank aan een avond waar de fut al uit is.

Misschien gaat het al weken zo, en denk je 's avonds weleens dat andere ouders dit blijkbaar gewoon voor elkaar krijgen. Toch loop jij elke avond opnieuw met hem mee naar boven, ook als je moe bent, ook als je er eerlijk gezegd tegenop ziet. Dat voelt niet als iets bijzonders, maar je kind heeft daardoor wel elke avond iemand naast zich. Dat is meer waard dan of het om acht uur of om half negen lukt.

Waar wil je heen?

Wil je kind niet slapen, of kan hij het niet?

Dit lijkt misschien een klein verschil, en toch is het het eerste om uit te zoeken. Het zijn namelijk twee heel verschillende avonden, en er helpt ook iets heel anders.

Een kind dat niet in slaap kán komen, ligt er stil bij. Hij roept misschien een keer, maar hij onderhandelt niet. Hij ligt naar het plafond te kijken en weet zelf ook niet waarom het niet lukt. Herken je dat meer, dan lees je verder bij een kind dat niet kan slapen.

Een kind dat niet naar bed wíl, praat terug. Hij rekt, hij stelt uit, hij komt weer beneden, hij heeft steeds nog iets nodig. Daar gaat dit artikel over.

Misschien heb je weleens gedacht dat hij het erom doet. Dat is een gedachte die bij bijna elke ouder een keer langskomt, meestal rond de vierde keer dat hij roept. Toch probeert hij je meestal niet dwars te zitten en doet hij meestal niet expres moeilijk. Er zit iets anders onder, en zodra je weet wat, ga je die hele bedtijd anders zien.

Waarom je kind niet naar bed wil

Voor jou is bedtijd het einde van de dag. Eindelijk. Voor je kind is het iets heel anders, en dat is precies waar jullie elkaar 's avonds mislopen: voor hem is bedtijd afscheid nemen.

Overdag is er van alles. Er is licht, er zijn geluiden, er loopt iemand rond. En dan verandert dat ineens allemaal. De deur gaat dicht, het licht gaat uit, en hij ligt daar in zijn eentje terwijl beneden het leven doorgaat. Hij hoort jullie praten, hij hoort de vaatwasser, misschien hoort hij zijn broer nog lachen.

Dat is een grote stap voor een kind, en daar loopt het meestal op vast. Niet op het slapen zelf, maar op het loslaten van jou.

Dat betekent ook iets over jou, en het is niet wat je 's avonds denkt. Hij rekt niet omdat je te toegeeflijk bent geweest. Hij rekt omdat hij jou niet kwijt wil, en dat is precies wat je zou hopen bij een kind van deze leeftijd.

Daar komt bij dat kinderen slecht zijn in omschakelen. Ze zitten helemaal in wat ze aan het doen zijn, en dan wordt gevraagd of ze daar even mee willen stoppen om iets heel anders te gaan doen. Volwassenen kunnen dat, min of meer. Kinderen leren dat nog, en dat duurt jaren.

Dus als je kind zegt dat hij nog vijf minuten wil, is dat meestal geen slimme truc om onder bedtijd uit te komen. Hij zit er nog middenin en weet niet hoe hij eruit moet komen.

En als hij zegt dat hij dorst heeft: soms heeft hij gewoon dorst. Maar vaker vraagt hij eigenlijk of je nog een keertje wilt komen.

Soms klopt de bedtijd zelf niet

Dit wordt vaak over het hoofd gezien, terwijl het een van de meest voorkomende oorzaken is van de hele bedtijdstrijd.

Gaat je kind te vroeg naar bed, dan is hij simpelweg nog niet moe. Hij ligt te woelen, hij gaat zingen, hij komt eruit. Dat ziet er van buiten precies hetzelfde uit als niet willen slapen, maar hij kán het gewoon nog niet.

Gaat hij te laat, dan gebeurt er iets wat veel ouders herkennen zonder er een woord voor te hebben: hij raakt over zijn slaap heen. In plaats van rustiger wordt hij juist druk, giechelig, of ineens in tranen om iets kleins. Zijn lijf zet er dan een tandje bij om wakker te blijven, en dan is in slaap vallen veel moeilijker dan een halfuur eerder.

Het lastige is dat te vroeg en te laat er allebei hetzelfde uitzien: een kind voor wie bedtijd niet lukt. Geen wonder dus dat je erin bent blijven hangen. Dat had iedereen gedaan. Wat helpt is een week lang letten op het moment waarop hij vanzelf even wegzakt: in de auto, op de bank, tijdens het voorlezen. Dat moment is meestal je aanwijzing.

En heeft je kind nog een middagslaapje, dan telt dat mee. Slaapt hij 's middags te lang of te laat, dan is hij 's avonds nog niet toe aan slapen. Valt dat slaapje net weg, dan is hij een paar weken juist te moe. In allebei die periodes verandert de avond, en dat ligt niet aan jou en ook niet aan hem.

Waarom hij steeds weer uit bed komt

Dit is het stuk dat ouders vaak het meest opbreekt, want het voelt alsof alles wat je net hebt gedaan weer opnieuw begint.

Hoe dat thuis meestal gaat: hij ligt, het is stil, jij zakt onderuit op de bank, en dan hoor je de trap. Hij moet plassen. Vijf minuten later hoor je hem weer. En bij de vierde keer komt er iets in je omhoog wat je liever niet had willen voelen.

Wat er onder zit is bijna altijd hetzelfde. Alleen in een donkere kamer liggen is voor een kind niet niks, en de meeste kinderen kunnen dat pas na een paar jaar echt goed. Elke keer dat hij naar beneden komt, komt hij eigenlijk even kijken of jullie er nog zijn. Hij zoekt niet per se de strijd. Hij komt even checken of het nog goed zit.

Dat maakt het voor jou niet minder vermoeiend, en het is ook geen reden om hem dan maar eindeloos te laten komen. Maar het haalt er wel iets uit weg. Want als je denkt dat hij je test, voelt het alsof je stevig moet blijven. Als je ziet dat hij zich komt geruststellen, kun je rustiger aanwezig zijn. Dat tweede is een stuk lichter om mee die trap op te lopen.

Dat maakt het voor jou niet minder vermoeiend, en het betekent ook niet dat je hem dan maar eindeloos moet laten komen. Maar het maakt wel uit wat je denkt terwijl je voor de vijfde keer die trap op loopt. Je reageert nu eenmaal anders als je denkt: "hij daagt me uit", dan wanneer je denkt: "hij vindt dit moeilijk en weet niet hoe hij dat moet zeggen".

Wat je kunt doen als je kind niet wil slapen

Dit is het advies dat je overal leest, en het klopt ook allemaal, maar er staat bijna nooit bij waar het in de praktijk op stukloopt. En dat is nou juist het stuk waar je iets aan hebt.

Een vaste bedtijd, en waarom die op zichzelf te weinig is

Een vast tijdstip helpt, omdat het lijf van je kind daaraan went en hij niet elke avond opnieuw hoeft uit te vinden wat er gaat gebeuren.

Wat je in de praktijk vaak ziet: een vaste bedtijd zegt alleen iets over het moment waarop hij in bed ligt, en niets over hoe hij daar terechtkomt. Als het laatste halfuur elke avond anders verloopt, heb je nog steeds elke avond dezelfde strijd, alleen dan om acht uur.

Wat meer verschil maakt dan de klok, is dat de volgorde elke avond hetzelfde is. Eerst dit, dan dat, dan dat. Dan weet je kind wat er komt, en dat scheelt hem het gevoel dat bedtijd hem overvalt.

Het laatste halfuur, en waarom rustig iets anders is dan stil

Wat er dan vaak gebeurt: het scherm gaat uit en dan begint de drukte pas. Opruimen, tandenpoetsen, plassen, tas klaarzetten, nog even iets zoeken. Voor jou is dat afronden, voor je kind is het gewoon nog een rijtje opdrachten, en zo komt hij opgejaagd in bed te liggen.

Als je met één ding wilt beginnen, begin dan hiermee: zorg dat de laatste tien minuten echt van jullie samen zijn, zonder dat er nog iets moet. Voorlezen, even naast hem liggen, kletsen over niks. Dat is meteen het afscheid nemen waar hij mee worstelt, alleen dan in een zachtere vorm. Hoe je zo'n vaste avondvolgorde opbouwt, lees je in ons stuk over het bedritueel.

Het rekken zelf

Hoe dat thuis meestal uitpakt: je gaat erop in. Niet omdat je te toegeeflijk bent, maar omdat de vraag redelijk klinkt. Hij moet écht plassen, hij is écht zijn knuffel kwijt. Dus je doet het even, en dan komt de volgende vraag, en die klinkt ook redelijk.

Wat helpt is hem voor te zijn, in plaats van elke vraag apart te beantwoorden. Loop samen hardop langs wat hij altijd nog nodig heeft, voordat je de kamer uit gaat: plassen gehad, drinken gehad, knuffel hier, licht zo. Liefst elke avond ongeveer hetzelfde. Dan is de lijst op voordat hij begint.

En komt er dan toch nog iets, dan hoef je er geen discussie van te maken. Kort en vriendelijk is genoeg. Hoe langer het gesprek, hoe interessanter het wordt om er nog een gesprek achteraan te plakken.

Als hij uit bed komt

Wat je waarschijnlijk herkent: de eerste keer breng je hem rustig terug, de tweede keer ook, en bij de vierde keer hoor je jezelf iets zeggen waar je meteen spijt van hebt.

Dat zegt niet dat jij te weinig geduld hebt. Dat komt doordat jij ook een dag achter de rug hebt en het steeds hetzelfde is. Geduld is geen karaktereigenschap die sommige ouders wel hebben en jij niet; het is iets wat kan opraken, en bij jou is het inmiddels al weken achter elkaar aangesproken.

Wat daarbij helpt is van tevoren bedenken hoe je het gaat doen, want in het moment zelf is er geen ruimte meer om iets te bedenken. Weinig woorden, elke keer hetzelfde zinnetje, en hem terugbrengen zonder dat er een gesprek ontstaat.

Gaat het bij jullie vooral over een kind dat niet alleen wil zijn, dan lees je meer bij een kind dat niet alleen in eigen bed wil slapen.

Jouw eigen avond telt ook mee

Kinderen voelen haast. Als jij naast het bed zit terwijl je in gedachten al bezig bent met wat er nog moet gebeuren, dan merkt hij dat, en daar gaat hij juist van aanstaan. Zo werkt dat nu eenmaal tussen mensen: je lijf reageert op het lijf naast je. Je ziet het ook bij een baby die rustig wordt zodra je hem oppakt.

Dat betekent niet dat je elke avond kalm moet zijn, want dat lukt niemand na zo'n dag. Maar het is wel goed om te weten dat jouw rust op dat moment meer doet dan welke zin ook die je uitspreekt.

Kies er één

Je hebt hier vijf dingen gelezen en je zou ze het liefst allemaal morgen tegelijk beginnen. Dat is heel begrijpelijk als je al weken tegen bedtijd opziet.

Toch werkt het beter om er één uit te kiezen. Alles tegelijk is voor je kind niet te volgen en voor jou niet vol te houden. Geef dat ene twee weken, ook als je in die twee weken nog weinig verschil merkt. Daarna kijk je opnieuw.

Wanneer er meer aan de hand is

Soms zit er iets anders onder dan niet willen. Is je kind vooral bang in plaats van aan het rekken, lees dan verder over een kind dat bang is om te slapen. Loopt het bij jouw peuter elke avond uit op gillen en niet meer te bereiken zijn, dan komt dit stuk over een peuter die hysterisch wordt waarschijnlijk dichter in de buurt.

En blijft het weken achter elkaar zo gaan, is je kind overdag duidelijk moe en snel boos of huilerig, of maak je je zorgen om iets anders wat je ziet, maak dan een afspraak bij de huisarts. Je hoeft daar niet mee te wachten tot het echt niet meer gaat. Even iemand laten meekijken hoort gewoon bij het zorgen voor je kind, net als naar de tandarts gaan. En als er niets aan de hand blijkt te zijn, ben je dat in elk geval kwijt.

Tot slot

Je kind staat niet tegenover je. Hij vindt het moeilijk om jou los te laten, en dat is iets heel anders.

Dat maakt de avond niet korter. Maar het verandert wel wat je denkt terwijl je die trap op loopt, en dat is meer waard dan het klinkt, want hij voelt het verschil tussen "daar gaan we weer" en "hij heeft me nodig".

En als het vanavond toch weer uitloopt en je hoort jezelf iets zeggen wat je niet wilde: laat dat je niet de hele avond achtervolgen. Morgen is er weer een avond. Die telt net zo goed mee, en je kunt het dan rustig herstellen.

Waar je het beste kunt beginnen, hangt af van wat er bij jullie 's avonds gebeurt. Bij het ene gezin zit het in de bedtijd, bij het andere in het laatste halfuur, en bij weer een ander in hoe hij inslaapt.

Doe de test en je ziet meteen wat bij jullie het meeste oplevert. In de OpvoedApp staat daarna per moment wat je zegt en doet: bij de eerste keer dat hij eruit komt, en bij de vierde.

Expertadvies

Je snapt beter waarom je kind niet naar bed wil. Maar wat doe je als de strijd vanavond weer begint?

Je kondigt bedtijd aan en het begint meteen: nog vijf minuten, nog even dit afmaken, nog één keer drinken. Je legt uit, je herhaalt, je onderhandelt mee zonder dat je het doorhad. Een half uur later ligt je kind eindelijk in bed en ben jij degene die opgefokt op de bank ploft.

De informatie uit dit thema helpt je al op weg:

  • je begrijpt waarom uitstelgedrag geen onwil is
  • je ziet welke behoefte er onder het rekken zit
  • je weet dat de strijd meestal eerder op de avond al begint

Maar je neemt je voor om het deze keer kort te houden. Je blijft rustig bij het eerste uitstel, je blijft rustig bij het tweede, tot je kind voor de zoveelste keer uit bed komt en het hoog oploopt.

Dat komt niet doordat je het niet goed genoeg begrepen hebt. Op zo'n moment ben je zelf ook op, en dan val je terug op wat je gewend bent. De OpvoedApp geeft je de woorden wél, niet achteraf, maar precies op het moment dat je kind voor je staat.

Schermen van de OpvoedApp met workshops, live sessies en community

Doe de test en merk direct verschil thuis

Doe eerst de test.
Je ziet meteen welke aanpak past bij wat er bij jullie thuis gebeurt.

De OpvoedApp helpt je met concrete zinnen, stappen en oefeningen voor de momenten waarop het lastig wordt.

Doe de test