Terug naar Executieve functies
Executieve functies
Wat zijn de executieve functies? En waarom jij deze als ouder wilt versterken van jouw kind
In dit artikel lees je wat executieve functies zijn, welke er zijn en wat je niet moet doen met deze kennis. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Misschien heb je de term gehoord van de juf. Of stond hij in een verslag, of zei iemand op het schoolplein dat het bij haar kind daaraan lag.En dan ga je zoeken, en dan kom je terecht in stukken vol woorden als inhibitie en cognitieve flexibiliteit, en weet je aan het eind nog steeds niet of dit over jouw kind gaat.Dit stuk probeert dat op te lossen. Wat het zijn, hoe je ze thuis herkent, en waarom het de moeite waard is om er iets van te weten.
Wat executieve functies zijn
Denk aan de dirigent van een orkest. De muzikanten kunnen allemaal spelen, maar zonder iemand die aangeeft wie wanneer begint, wordt het een zooitje.Zo werkt het ook in het hoofd van je kind. Hij kan van alles: rekenen, praten, dingen onthouden. Maar er moet ook iets zijn dat bepaalt waar hij zijn aandacht op richt, wat hij eerst doet, en wanneer hij zich inhoudt. Dat zijn de executieve functies.Ze worden ook wel de regelfuncties genoemd, en dat dekt de lading goed: het zijn de knoppen waarmee je jezelf aanstuurt.En dat verklaart iets waar veel ouders mee zitten. Je kind kán het wel, en toch doet hij het niet. Hij weet precies wat er moet gebeuren, hij heeft het net nog nagezegd, en er gebeurt niets. Dat is meestal geen dwarsliggen. Dat is een dirigent die nog in opleiding is.Welke er zijn
Wetenschappers zijn het eens over drie kernfuncties, en daar komen er in de praktijk een aantal bij.Inhibitie, of impulscontrole. De pauzeknop: even stoppen voordat je iets doet. Wachten op je beurt, niet door iemand heen praten, niet meteen slaan als je boos bent. Meer hierover bij reactie-inhibitie.
Werkgeheugen. Informatie even vasthouden en er tegelijk iets mee doen. Een opdracht van drie stappen onthouden terwijl je de eerste al uitvoert. Meer hierover bij het werkgeheugen trainen.
Cognitieve flexibiliteit, of schakelen. Kunnen wisselen als er iets verandert of als je aanpak niet werkt. Van spelen naar aan tafel, van het ene plan naar het andere.
Volgehouden aandacht. Bij een taak blijven, ook als hij saai wordt of als er iets anders langskomt. Meer hierover bij volgehouden aandacht.
Emotieregulatie. Omgaan met wat je voelt zonder dat het je overspoelt. Meer hierover bij emotieregulatie stimuleren.
Plannen en organiseren. Een doel omzetten in stappen, en je spullen op orde houden. Meer hierover bij kinderen leren plannen.
Taakinitiatie. Beginnen. Voor veel kinderen is dat de allermoeilijkste, en het wordt vaak aangezien voor luiheid.
Waarom ze belangrijker zijn dan intelligentie
Dit verrast de meeste ouders.Uit onderzoek blijkt keer op keer dat executieve functies beter voorspellen hoe een kind het op school doet dan intelligentie. Een slim kind dat niet kan beginnen, zijn spullen kwijtraakt en halverwege vergeet wat de bedoeling was, loopt vast. Een minder snel kind dat wel kan plannen en doorzetten, redt zich prima.Dat is meteen de reden dat scholen hier de laatste jaren zoveel aandacht aan besteden.En het is voor jou hoopvol nieuws, ook al klinkt het misschien niet zo. Intelligentie ligt grotendeels vast. Executieve functies niet: die ontwikkelen zich tot ver in de twintig, en ze zijn te oefenen. Wat er nu nog niet lukt, is dus geen eindstation.Hoe ze zich ontwikkelen
Ze beginnen bij een baby en ze zijn pas rond het vijfentwintigste jaar helemaal af. Dat is lang, en het verklaart een hoop.Bij een peuter kun je één of twee eenvoudige opdrachten verwachten, en heel kort wachten.
Bij een kleuter ligt op school de nadruk precies hierop: op je beurt wachten, bij een taak blijven tot hij af is. Dat is geen bijzaak naast het leren; dat is de voorwaarde voor het leren.
Bij een schoolkind komt er meer bij, en is er nog steeds structuur van buitenaf nodig. Een vaste plek, een vast moment, iemand die samen begint.
Bij een puber is het deel dat overziet, plant en afremt het laatste dat wordt verbouwd. Daarom kan hij op maandag heel volwassen redeneren en op dinsdag zijn tas vergeten. Meer daarover bij het puberbrein.
Als je dit leest en denkt dat je te veel van hem hebt gevraagd: dat denkt bijna elke ouder op dit punt. Het is ook lastig, want je ziet hem sommige dingen wél. Het verschil tussen kunnen als het rustig is en kunnen als het spannend wordt, is groot, en dat is niet iets wat je van buitenaf kunt zien.





