Terug naar Angst en zelfvertrouwen
Angst en zelfvertrouwen
Wat kun je nu precies verwachten van je kind?
In dit artikel lees je waarom afspraken niet worden nagekomen, willen en kunnen zijn twee verschillende dingen en wat je doet als het niet lukt. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Je had het afgesproken. Elke vrijdag zijn kamer opruimen, of op tijd thuis zijn, of zijn schoenen aandoen terwijl jij je boven klaarmaakt.En het gebeurt niet. Weer niet.Dan word je boos, of teleurgesteld, of allebei. En je kind zegt sorry, of het haalt zijn schouders op, en de volgende week gaat het weer precies zo.Wat er dan gebeurt zie je meestal niet: je kind is ook teleurgesteld in zichzelf. Niet zichtbaar, en vanbinnen komt er wel iets bij: ik doe het niet goed genoeg.En dat is nou net het tegenovergestelde van wat je wilde bereiken.
Waarom afspraken niet worden nagekomen
Je kind wil graag dat je trots op hem bent. Dat is een van de sterkste dingen die er zijn, en het is meteen de reden dat het misgaat.Want als jij iets vraagt, zegt hij ja. Niet om je af te schepen, maar omdat hij het echt van plan is en omdat hij jou niet wil teleurstellen. Op dat moment meent hij het.En dan blijkt de uitvoering iets anders. Hij vergeet het, hij begint er niet aan, hij komt er niet doorheen. Niet omdat hij niet wilde, maar omdat hij het niet kon.Zo ontstaat een patroon dat vervelend is voor jullie allebei: hij belooft iets wat hij niet waar kan maken, jij wordt teleurgesteld, en hij voelt zich mislukt. En de volgende keer belooft hij het weer, want hij wil het nog steeds.Dat je daar boos over wordt is niet onredelijk. Je hebt het duidelijk afgesproken, hij heeft ja gezegd, en het gebeurt niet. Iedereen zou daar boos van worden. Het punt is niet dat je die boosheid niet mag hebben; het punt is dat er iets anders aan de hand is dan je dacht.Willen en kunnen zijn twee verschillende dingen
Hier zit de hele kern van dit stuk.Als een kind iets niet doet, gaan we er meestal van uit dat het niet wíl. Dat is de logischste verklaring, zeker als je hem wel andere dingen ziet doen die hij leuk vindt.Maar heel vaak zit het anders. Zijn kamer opruimen vraagt om overzicht houden, beginnen zonder dat het leuk is, en doorgaan tot je klaar bent. Dat zijn drie vaardigheden, en die zijn bij kinderen nog volop in ontwikkeling. Iemand die dat nog niet kan, kan het ook niet doen omdat hij het beloofd heeft.Dat verandert de vraag. Niet: waarom doet hij het niet. Maar: wat vraag ik hier eigenlijk van hem, en kan hij dat al?En dat verandert ook wat je doet. Bij niet willen ga je motiveren of grenzen stellen. Bij niet kunnen ga je aanleren, en dat is heel ander werk.Wat je van welke leeftijd mag verwachten
Hier zijn geen harde regels voor, want kinderen verschillen enorm. Wel een paar lijnen die helpen.Een peuter kan de tijd niet inschatten en kan niet vooruitdenken. "Straks" bestaat niet echt. Hij kan één opdracht tegelijk aan, en het liefst eentje die nu gebeurt.
Een kleuter kan twee stappen aan als je erbij bent, en kan nog niet zelfstandig een taak afmaken. Dat hij vijf minuten geleden wist wat de bedoeling was, wil niet zeggen dat hij het nu nog weet.
Een schoolkind kan meer, en heeft nog steeds structuur nodig van buitenaf. Een vaste plek, een vast moment, iemand die begint samen met hem. Zelf plannen wat er deze week moet gebeuren, is voor de meesten nog te veel gevraagd.
Een puber kan het in principe, en heeft een hoofd dat op dit punt nog wordt verbouwd. Het deel dat overziet en plant is het laatste dat klaar is. Hij kan op maandag iets heel volwassens zeggen en op dinsdag zijn tas vergeten, en dat is geen dwarsliggen. Meer daarover bij het puberbrein.
Dat betekent dus niet dat je niets mag vragen. Het betekent dat je erbij bedenkt hoeveel begeleiding er nog bij hoort.Hoe je erachter komt wat jouw kind aankan
Leeftijd zegt maar de helft. Wat je echt wilt weten is wat dít kind aankan, en dat kun je uitzoeken.Kijk naar wat wél lukt. Waar gaat het vanzelf, en wat hebben die situaties gemeen? Vaak zie je dan een patroon: het lukt als jij erbij bent, of als het één ding tegelijk is, of als het op een vast moment gebeurt.
Knip de opdracht op en kijk waar het strandt. "Ruim je kamer op" is voor veel kinderen niet één taak maar zes. Ga eens naast hem staan en kijk waar hij vastloopt: bij beginnen, bij overzicht, of bij afmaken.
Vraag het hem. Vanaf een jaar of zes kun je gewoon vragen wat hij lastig vindt aan iets. Kinderen weten dat vaak beter dan we denken, en ze zeggen het niet uit zichzelf.
Verlaag de lat tot het lukt, en bouw daarna op. Als een kamer opruimen niet lukt, laat hem dan alleen de kleren opruimen. Als dat lukt, komt er iets bij. Een taak die te groot is, levert alleen maar een ervaring van mislukken op.
Wat je doet als het niet lukt
Ga er niet vanuit dat hij niet wil. Dat is de belangrijkste. Vraag jezelf eerst af: kan hij dit al?
Zeg wat je ziet zonder oordeel. "Ik zie dat het opruimen nog niet gelukt is" doet iets anders dan "je doet ook nooit wat je belooft".
Maak de afspraak kleiner in plaats van strenger. Als iets drie keer niet lukt, is het meestal te groot en niet te vrijblijvend.
Doe het een tijdje samen. Dat voelt als toegeven en het is aanleren. Samen doen is de tussenstap tussen jij doet het en hij doet het.
Merk op wat wél lukte. Een kind dat vooral hoort wat er niet af is, gaat geloven dat het niets voor elkaar krijgt.
Kom er niet in het moment op terug. Als je allebei geïrriteerd bent, wordt het een discussie over wie er gelijk heeft. Een dag later kun je vragen hoe het kwam, en dan krijg je een antwoord.






