Terug naar Angst en zelfvertrouwen

Angst en zelfvertrouwen

Hechtingspatroon is van invloed op de emotieregulatie

In dit artikel lees je wat hechting is en wat het niet is, hoe je kind leert omgaan met emoties en wat je nu nog kunt doen. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Je kind valt van de trap. Wat doet het daarna?Rent het meteen naar jou toe, laat het zich troosten en gaat het daarna weer spelen? Of staat het op, veegt het zijn tranen weg en zegt het dat er niets aan de hand is? Of komt het naar je toe, duwt het je vervolgens weg, en wil het tegelijkertijd dat je blijft?Dat verschil zegt iets over hoe je kind heeft geleerd om te gaan met wat het voelt. En dat komt niet uit de lucht vallen; dat is opgebouwd in alle keren dat hij ergens mee bij je kwam.

Wat hechting is en wat het niet is

Iedereen is gehecht. Dat is het eerste wat je moet weten, en het scheelt vaak al een hoop ongerustheid.Hechting gaat niet over óf er een band is, maar over hoe die band eruitziet. Elk kind bouwt een verwachting op over wat er gebeurt als hij het moeilijk heeft: kom ik dan bij iemand terecht, of moet ik het zelf oplossen?Van alle gezonde, thuiswonende kinderen tussen één en twaalf jaar heeft naar schatting zestig tot zeventig procent een veilige gehechtheidsrelatie. Dat betekent dus ook dat een aanzienlijk deel dat niet heeft, en dat zijn geen gezinnen waar iets ergs gebeurt. Dat zijn gewone gezinnen.Ik noem dat cijfer niet om je ongerust te maken. Ik noem het omdat "onveilig gehecht" klinkt als een oordeel over hoeveel je van je kind houdt, en dat is het niet. Het gaat over patronen die zijn ontstaan, vaak zonder dat iemand het doorhad.

Hoe je kind leert omgaan met emoties

Een klein kind kan zichzelf niet rustig maken. Dat kan hij niet en dat hoeft ook niet; hij leert het van jou.Wat er gebeurt is dit. Hij voelt iets groots, hij komt bij jou, jij blijft rustig, en zijn lijf zakt mee met dat van jou. En dat honderden keren. Zo leert hij twee dingen tegelijk: dat een groot gevoel weer overgaat, en dat je er niet alleen mee hoeft te blijven zitten.Dat is de basis van alles wat later komt. Hoe hij als volwassene omgaat met stress, of hij hulp durft te vragen, hoe stabiel hij zich voelt, hoe hij zich in relaties gedraagt.Je ziet het patroon het duidelijkst op de momenten dat er iets aan de hand is: ziekte, pijn, moeheid, spanning, angst. Op rustige momenten lijken kinderen op elkaar. Als het spannend wordt, zie je waar ze naartoe gaan.

De verschillende patronen

Veilig. Het kind zoekt jou als er iets is, laat zich troosten, en gaat daarna weer verder. Het durft weg te gaan omdat het weet dat je er bent als het terugkomt.
Vermijdend. Het kind zoekt jou juist niet. Het lost het zelf op, zegt dat er niets aan de hand is, huilt weinig. Dat ziet er zelfstandig uit en van binnen is de spanning er wel; hij heeft alleen geleerd dat ermee komen weinig oplevert.
Ambivalent. Het kind komt wel, en is dan moeilijk te troosten. Het duwt je weg en klampt zich tegelijk vast, en het duurt lang voordat het weer gaat spelen. Vaak is dit ontstaan doordat de reactie van de omgeving wisselend was: de ene keer wel, de andere keer niet.
Deze patronen worden ook wel hechtingsstijlen genoemd, en twee dingen zijn daarbij belangrijk. Het zijn geen vakjes waar een kind helemaal in past; iedereen heeft van alles wat en neigt onder stress naar één kant. En het is geen diagnose die je zelf kunt stellen, ook niet na het lezen van dit stuk.

Waarom je kinderen kunnen verschillen

Dit verrast veel ouders: binnen één gezin kunnen kinderen een ander patroon hebben.Dat komt doordat hechting niet iets is wat jij hebt, maar iets wat tussen jullie is ontstaan. En die relatie is bij elk kind anders. Bij het ene kind sloot het van begin af aan aan, bij het andere kind was er een zware periode toen hij klein was, of botst zijn temperament met dat van jou.Ook telt mee wat er in die eerste jaren speelde. Een moeilijke bevalling, een ziekenhuisopname, een zware tijd voor jou, een scheiding, een baby die veel huilde. In zulke periodes is er minder ruimte, en dat is geen tekortkoming maar een omstandigheid.Als je nu terugdenkt aan zo'n periode en er iets in jou samentrekt: dat is precies waarom ik dit erbij zet. Je hebt toen gedaan wat er in die omstandigheden mogelijk was. Dat is iets anders dan tekortschieten.

Wat je nu nog kunt doen

Hier komt het goede nieuws, en dat is groter dan de meeste mensen denken.Hechting ligt niet vast. Het is geen stempel dat in de eerste twee jaar wordt gezet en daarna blijft staan. Het is een patroon dat is opgebouwd uit ervaringen, en dus kan het ook door nieuwe ervaringen veranderen. Dat geldt bij een kind van drie en ook bij een puber van vijftien.Wat daarvoor nodig is, is niet ingewikkeld en wel vol te houden werk.
Reageer voorspelbaar. Niet perfect, maar wel steeds ongeveer hetzelfde. Wisselend reageren maakt het lastigst.
Blijf erbij als het groot is. Ook als hij je wegduwt, ook als het lang duurt, ook als je niets kunt zeggen wat helpt.
Herstel na een botsing. Dit is misschien wel het belangrijkste. Je hoeft niet perfect af te stemmen; niemand doet dat. Wat telt is dat je terugkomt nadat het is misgegaan. In het hechtingsonderzoek heet dat missen en herstellen, en juist dat herstel leert een kind dat de band tegen een stootje kan.
Ga zelf na waar jij naartoe neigt. Word jij ongemakkelijk van huilen? Word je boos als je kind zich vastklampt? Dat zegt vaak iets over hoe het bij jou is gegaan.
En als je daar iets herkent: dat is geen reden om jezelf iets te verwijten. Jij hebt ook een hechtingspatroon meegekregen dat je niet zelf hebt gekozen, en dat je er nu naar kijkt is precies wat maakt dat het bij jouw kind anders kan lopen. Dat is trouwens een van de mooiste dingen aan dit onderwerp: het is een van de weinige patronen die je bewust kunt doorbreken.

Wanneer je erover praat met iemand

Praat met de huisarts of het consultatiebureau als je merkt dat je kind zich structureel afsluit, als het geen troost meer accepteert, als het extreem angstig of juist onverschillig is, of als er in jullie gezin iets ingrijpends is gebeurd dat nog nawerkt.En ook als jij zelf vastloopt. Als jouw eigen verleden in de weg zit bij hoe je wilt reageren, is dat iets waar hulp voor bestaat en waar veel mee te winnen valt.

Meer lezen

Tot slot

Hoe je kind omgaat met wat het voelt, is geleerd. En wat geleerd is, kan bijgeleerd worden.Dat is een hoopvolle gedachte en tegelijk een zware, want het betekent ook dat jouw reacties ertoe doen. Dat is veel om te dragen, zeker als je terugkijkt en dingen ziet die je anders had gewild.Maar zo werkt het niet. Er is geen enkel moment dat bepalend is geweest, en er is geen periode die je hebt verspeeld. Het is de optelsom van heel veel gewone momenten, en daar komen er elke dag nieuwe bij.Wil je weten wat er bij jullie speelt en waar je het beste kunt beginnenIn de OpvoedApp lees je daarna hoe je reageert op de momenten die ertoe doen, en hoe je herstelt als het toch is misgegaan.