Terug naar Vaardigheden aanleren

Vaardigheden aanleren

Kinderen leren samenwerken

In dit artikel lees je wat samenwerken eigenlijk vraagt, waarom het vaak misgaat en wanneer je erover praat met school. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Samen een bouwwerk maken, samen een presentatie voorbereiden, samen beslissen wat er op tv komt. Het klinkt eenvoudig, en voor veel kinderen is het dat allerminst.Er wordt bovendien al vroeg veel van ze verwacht. In de kleuterklas al samen spelen in de bouwhoek, en een paar jaar later samen een opdracht maken waar een cijfer voor komt.Dat samenwerken niet vanzelf gaat, is niet gek. Er komt namelijk een hele reeks vaardigheden bij kijken die je kind nog volop aan het leren is.

Wat samenwerken eigenlijk vraagt

Als je uitschrijft wat er gebeurt tijdens een simpel samenspel, wordt duidelijk waarom het zo vaak strandt.Je kind moet zijn eigen idee kunnen uitstellen en luisteren naar dat van een ander. Hij moet kunnen wachten op zijn beurt. Hij moet zich kunnen verplaatsen in wat de ander wil, en accepteren dat het anders loopt dan hij bedacht had. Hij moet zijn teleurstelling kunnen dragen als zijn plan het niet wordt, en ondertussen ook nog kunnen zeggen wat hij zelf vindt zonder de ander weg te duwen.Dat zijn zes verschillende vaardigheden, en die zijn bij een kind van zes stuk voor stuk nog in ontwikkeling. Bij een puber trouwens ook nog, en eerlijk gezegd bij heel wat volwassenen.

Waarom het vaak misgaat

Meestal loopt het vast op een van drie dingen.Het eerste is dat hij zijn eigen idee niet kan loslaten. Dat is geen bazigheid maar een kind dat nog niet kan bedenken dat een ander plan ook goed kan zijn.Het tweede is precies het omgekeerde: dat hij zijn eigen idee helemaal niet inbrengt en zich volledig aanpast. Dat ziet er van buiten uit als goed samenwerken, en het is het niet. Een kind dat altijd meebuigt, leert niet dat zijn inbreng ertoe doet.En het derde is teleurstelling niet kunnen dragen. Het plan wordt anders, iets lukt niet, en dan is het over. Dat gaat niet over samenwerken maar over omgaan met wat je voelt, en dat is een aparte vaardigheid.Bij jouw kind speelt er meestal één van die drie het sterkst, en dat is nuttig om te weten, want er helpt bij alledrie iets anders.

Wat je thuis kunt oefenen

Doe dingen samen waarbij je allebei iets inbrengt. Samen koken, samen een bouwwerk maken, samen bedenken wat jullie zaterdag doen. Dat is oefenen zonder dat het oefenen heet, en jij kunt sturen waar het lastig wordt.
Speel spelletjes waarin je moet overleggen. Coöperatieve spellen waarbij je samen wint of verliest, werken hier beter dan spellen waarin je tegen elkaar speelt, want daar gaat het vanzelf over winnen.
Laat hem meebeslissen over kleine dingen. Welke groente er vanavond op tafel komt, waar jullie gaan wandelen. Zo oefent hij met inbrengen én met accepteren dat het soms anders gaat.
Doe het voor. Laat hem horen hoe jij met je partner tot een besluit komt, inclusief het stuk waarin jullie het oneens zijn. Kinderen leren dit vooral door het te zien, en thuis is de enige plek waar ze dat kunnen zien.
Benoem wat er goed ging. Niet "goed samengewerkt" maar concreet: "ik zag dat je zijn idee hebt geprobeerd terwijl jij iets anders wilde." Dan weet hij wat hij deed.

Wat je doet bij ruzie

Ruzie hoort bij samenwerken, en het is bovendien het moment waarop er het meeste te leren valt. Dus grijp niet te snel in.Als je er toch bij moet: luister eerst naar allebei zonder te bepalen wie er gelijk heeft. Vat daarna samen wat je hoort, zodat ze allebei merken dat hun kant is gehoord. En vraag dan wat ze zelf zouden kunnen bedenken, in plaats van dat je een oplossing aandraagt.Dat is trager dan het voor ze oplossen, en het is het enige wat ze iets leert. Bovendien voorkomt het dat jij de scheidsrechter wordt die er elke keer bij moet komen.

Wanneer je erover praat met school

Ga in gesprek met de leerkracht als je kind structureel buiten de groep valt, als het steeds ruzie heeft met anderen, als het niet meer wil samenwerken en zich terugtrekt, of als je vermoedt dat er gepest wordt.De leerkracht ziet hoe het in de klas gaat en kan er in de samenstelling van groepjes rekening mee houden, en dat helpt vaak meer dan wat je thuis kunt doen.

Tot slot

Samenwerken is geen eigenschap die je kind heeft of niet heeft. Het is een stapel vaardigheden die hij een voor een leert, en dat duurt jaren.Dat er thuis dus ruzie is over wie de blokken krijgt, betekent niet dat hij niet met anderen overweg kan. Dat betekent dat hij er middenin zit.En het betekent dat elke keer dat je hem laat oefenen in plaats van dat je het oplost, er iets bij komt. Ook al lijkt het op dat moment vooral een hoop herrie.Meer hierover lees je bij de sociale ontwikkeling van kinderen stimuleren.Wil je weten waar bij jullie de meeste ruimte zitIn de OpvoedApp lees je daarna hoe je die momenten begeleidt zonder het over te nemen.