Terug naar Weerbaarheid

Weerbaarheid

Het stimuleren van de sociale ontwikkeling bij kinderen

In dit artikel lees je wat er in deze fase verandert, hoe je kind sociale vaardigheden leert en wanneer je erover praat met school. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Hoe leert een kind eigenlijk om met andere mensen om te gaan? Om aan te voelen wat een ander bedoelt, om aansluiting te vinden, om te merken wanneer hij te ver gaat?

Dat lijkt iets wat vanzelf ontstaat, en dat is maar deels zo. Een groot deel ervan leert hij, en het grootste deel daarvan leert hij van jou.

Dit stuk gaat over die ontwikkeling in de basisschoolleeftijd. Over hoe de jongere fases lopen lees je bij de sociale ontwikkeling van een peuter en van een kleuter.

Wat er in deze fase verandert

Op de basisschool wordt de groep belangrijk, en dat is een grotere verandering dan het lijkt.

Waar een kleuter nog vooral naast anderen speelt, gaat een schoolkind erbij willen horen. Hij begint zich te vergelijken, hij let op wie met wie speelt, en hij merkt of hij erbij hoort of niet. Dat laatste weegt op deze leeftijd zwaar.

Tegelijk wordt zijn vermogen om zich in anderen te verplaatsen echt bruikbaar. Hij kan gaan bedenken hoe iets voor de ander is, hij begrijpt dat mensen verschillende meningen kunnen hebben, en hij kan rekening houden met iemand zonder dat jij het hem vraagt.

Dat betekent ook dat conflicten ingewikkelder worden. Het gaat niet meer alleen over wie de bal heeft, maar over wie erbij mag en wie iets gezegd heeft over wie.

Hoe je kind sociale vaardigheden leert

Voor een groot deel door het te zien. Hoe jij met de buurvrouw praat, hoe je reageert als iemand iets doms doet in het verkeer, of je je excuses aanbiedt als je iets fout deed. Dat neemt hij over zonder dat je er iets over hoeft te zeggen.

Daarnaast leert hij het door het te doen, en dat betekent dat hij fouten moet kunnen maken. Een kind dat elke ruzie door een volwassene opgelost krijgt, oefent niet.

En hij leert het doordat jij benoemt wat er gebeurt. Niet als les maar terloops: dat je ziet dat iemand verdrietig is, dat je snapt waarom die ander boos werd. Zo krijgt hij taal en begrip voor iets wat hij anders alleen maar voelt.

Wat je thuis kunt doen

Laat hem ruzies zoveel mogelijk zelf oplossen. Ga er niet meteen bij zitten als er thuis gedoe is tussen broers en zussen. Alleen ingrijpen als het echt niet lukt of als het fysiek wordt, en dan niet als scheidsrechter maar door allebei te laten vertellen.

Vraag hoe het voor de ander was. Niet als verwijt maar als vraag: "wat denk je dat hij daarvan vond?" Dat is de meest directe manier om dat verplaatsen te oefenen.

Zorg dat er vriendjes over de vloer komen. Dat klinkt logistiek vervelend en het is de plek waar hij het meest oefent, en jij ziet er bovendien aan hoe het gaat.

Praat over wat er op school gebeurt, naast elkaar. In de auto, tijdens het afwassen. "Met wie heb je gespeeld" levert meer op dan "hoe was het".

Laat hem meemaken dat jij ook fouten maakt en die rechtzet. Dat is de nuttigste les over sociale omgang die je hem kunt geven, en je hoeft er niets extra's voor te doen.

Als aansluiting vinden niet lukt

Bij sommige kinderen gaat dit moeizaam, en dat is iets om serieus te nemen zonder er meteen een probleem van te maken.

Kijk eerst waar het precies op stukloopt. Wil hij wel maar weet hij niet hoe? Wil hij liever alleen zijn? Of wordt hij er actief buiten gehouden? Dat zijn drie verschillende situaties met een ander antwoord.

Een kind dat liever alleen speelt, is niet per se ongelukkig. Sommige kinderen hebben genoeg aan één vriend en voelen zich prima; dat is iets anders dan een kind dat erbij wil horen en het niet lukt.

Gaat het om dat laatste, dan helpt het om klein te beginnen: één kind uitnodigen in plaats van een groepje, en iets doen waarbij je samen bezig bent in plaats van dat je moet praten.

Wanneer je erover praat met school

Ga in gesprek met de leerkracht als je kind structureel alleen staat op het plein, als het niet meer naar school wil, als het zich terugtrekt van vriendjes waar het eerder wel mee speelde, of als je vermoedt dat er gepest wordt.

De leerkracht ziet wat er in de klas en op het plein gebeurt en heeft vaak informatie die je thuis niet krijgt, want kinderen vertellen dit soort dingen zelden uit zichzelf.

Tot slot

Sociale vaardigheden ontstaan niet vanzelf en ze zijn ook niet iets wat je kind heeft of niet heeft. Het is iets wat hij jarenlang oefent, meestal op momenten waar jij niet bij bent.

Wat jij kunt doen gebeurt vooral thuis en vooral zonder dat er les aan te pas komt: hoe er bij jullie ruzie wordt gemaakt en bijgelegd, hoe er over andere mensen wordt gepraat, en of hij ziet dat je iets rechtzet als je te ver ging.

Dat is minder gericht dan je zou willen op een moment dat je je zorgen maakt. En het is wel waar het grootste deel van zijn sociale ontwikkeling vandaan komt.

Wil je weten waar bij jullie de meeste ruimte zit

In de OpvoedApp lees je daarna hoe je die momenten begeleidt zonder ze over te nemen.