Slapen
Peuter wil niet alleen slapen in eigen bed zonder mama! Wat kan ik doen als ouder?
In dit artikel lees je waarom je peuter niet alleen wil slapen, misschien is dat grote bed te vroeg gekomen en wanneer er meer aan de hand is. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Je ligt naast hem in dat grote bed, half op een kussentje, met een arm die je niet meer voelt. Hij wil je hand vast en je mag pas weg als hij echt slaapt. Dus je wacht. En als je dan eindelijk opstaat, kraakt de vloer en begint het opnieuw.
En twee uur later staat hij naast je bed.
Het vervelendste van dit alles is misschien wel dat je er met niemand goed over kunt praten. De een zegt dat je hem moet laten huilen, de ander zegt dat je hem gewoon moet laten liggen. En jij ligt daar 's avonds op dat kussentje te bedenken of je nou iets verkeerd doet.
Dat doe je niet. En dat hij jou zoekt is precies wat je zou hopen bij een kind van deze leeftijd.
Waarom je peuter niet alleen wil slapen
Als je één ding uit dit stuk meeneemt, laat het dit dan zijn, want hier zit bij bijna elke ouder de knoop: alleen willen slapen is niet iets wat een kind van nature kan. Het is iets wat hij leert, net als fietsen of wachten op zijn beurt. En zoals bij alles wat een kind leert, kan hij dat niet in zijn eentje.
Wat er in zijn hoofd gebeurt is dit. Overdag durft hij steeds meer alleen, en juist daarom heeft hij 's avonds harder nodig om te weten dat je er bent. Dat is trouwens iets anders dan een kind dat gewoon niet naar bed wil: dat kind onderhandelt, dit kind is bang om je kwijt te raken. Slapen betekent voor hem: jou een paar uur kwijt zijn zonder dat hij kan controleren of je terugkomt. Voor een peuter is dat geen kleinigheid.
Daar komt bij dat er in deze fase vaak ook nog angst voor het donker bij komt kijken, omdat zijn fantasie op gang komt. Meer daarover lees je bij een peuter die bang is om te slapen.
Hij zoekt je dus niet op uit gewoonte of om jou te sturen. Hij zoekt je omdat hij nog niet kan wat je van hem vraagt.
Dat is meteen het antwoord op de vraag waar je 's avonds mee ligt: nee, je hebt hem niet verwend. Je hebt gedaan wat een kind van deze leeftijd nodig heeft, en dat het nu veel van je vraagt betekent niet dat je ergens verkeerd bent afgeslagen.
Misschien is dat grote bed te vroeg gekomen
Dit is de meest gemiste oorzaak van allemaal, en het zou zomaar kunnen dat het bij jullie hier zit. Het is in elk geval het eerste om even na te lopen.
De meeste kinderen gaan rond hun tweede van het ledikant naar een groot bed. Vaak omdat het zo hoort, of omdat er een broertje of zusje komt en het ledikant nodig is. Maar heel wat peuters zijn daar op die leeftijd nog niet aan toe.
Een ledikant heeft spijlen, is klein, en voelt van alle kanten omsloten. Een groot bed is open en ruim, en dat is voor een peuter niet gezellig maar eng. Hij ligt daar ineens in iets waar geen randen aan zitten.
Dus als het slapen precies is misgegaan rond die verhuizing, dan is dat waarschijnlijk geen toeval. En dan hoef je niet aan de bedtijd of het ritueel te sleutelen, maar aan het bed.
Dat is trouwens fijn nieuws als je al maanden van alles hebt geprobeerd. Het zou zomaar kunnen dat het niet aan je aanpak lag, maar aan iets waar niemand aan denkt.
Wat je kunt doen: maak het weer klein. Een bedhekje, een rolletje deken langs de rand, het bed met de lange kant tegen de muur. En is er nog een ledikant, dan is teruggaan geen mislukking. Je kunt over een half jaar opnieuw beginnen, en dan gaat het meestal in één keer goed.
Ga meteen ook even liggen waar hij ligt. Soms blijkt het matras te hard of juist te zacht, hangt er een lamp recht boven zijn hoofd, of kijkt hij precies tegen een kast aan die er in het donker anders uitziet. Dat zijn kleine dingen die je zelf niet ziet zolang je ernaast staat.
Waarom hij dat bed aan jou heeft gekoppeld
En dan is er nog iets, en dit verklaart waarom het steeds moeilijker lijkt te worden in plaats van makkelijker.
Toen hij het eng vond, ben je erbij gaan liggen. Dat is precies wat je hoort te doen, dus daar is echt niets mis mee. Sterker nog, als je dat niet had gedaan was hij nu waarschijnlijk banger geweest.
Maar wat er ondertussen gebeurt, is dat hij leert: in dit bed ligt mama. Het bed en jij horen bij elkaar. Dat is geen verkeerde gewoonte die je hebt aangeleerd, dat is gewoon hoe leren werkt.
Er is bovendien plaats zat. Voor hem is het dus niet logisch dat hij daar alleen in ligt terwijl er ruimte voor twee is.
Daarom werkt weggaan zodra hij slaapt vaak averechts. Hij valt in slaap terwijl jij er bent, en als hij twee uur later half wakker wordt, is er iets veranderd zonder dat hij weet hoe. Dan komt hij je zoeken, en dat is precies wat je zou doen als je wakker werd op een andere plek dan waar je in slaap viel.
Wat helpt is niet ineens wegblijven, maar in kleine stappen minder dichtbij zijn, zodat hij in slaap valt in de situatie waarin hij ook wakker wordt.
Hoe je hem stap voor stap helpt
Belangrijk vooraf: dit duurt weken, geen dagen. En terugval hoort erbij. Een week goed en dan drie nachten niet, betekent niet dat het niet werkt.
Ik zeg dat er expres bij, want juist na zo'n goede week doet die terugval pijn. Je had net het gevoel dat je er was, en dan zit je ineens weer op dat kussentje. Dat is niet het bewijs dat het niets wordt. Dat is de derde nacht van een proces dat een paar maanden duurt.
Begin overdag. Laat hem in zijn bed spelen, kruip er samen in met een boekje, laat hem er even liggen zonder dat er geslapen hoeft te worden. Een bed dat overdag leuk is, is 's avonds minder eng.
Houd de avond elke dag hetzelfde. Een vaste volgorde maakt dat hij weet wat er komt, en dan hoeft hij minder te vechten. Hoe je dat opbouwt staat in ons stuk over het bedritueel.
Vertel wat er gaat gebeuren, ook overdag. Niet op het moment zelf, want dan is hij te gespannen. Wel op een rustig moment: dat je vanaf vanavond op de stoel gaat zitten in plaats van in bed. Peuters begrijpen meer dan we denken, en niets is zo eng als een verandering die je overvalt.
Verplaats jezelf in stappen. Van naast hem in bed naar op de rand. Van de rand naar een stoel ernaast. Van de stoel naar bij de deur. Elke stap een paar nachten, en pas verder als deze rustig gaat. Dit is de kern van de hele aanpak, en het is ook meteen het stuk waar het meestal misloopt, omdat de verleiding groot is om na twee goede nachten meteen twee stappen te zetten.
Laat iets van jezelf achter. Een shirt van jou onder zijn hoofdkussen, of een knuffel die overdag bij jou is geweest. Voor een peuter is jouw geur bijna net zo goed als jij.
Zeg waar je bent. "Ik ben beneden, ik hoor je." Dat is voor hem belangrijker dan dat je blijft, want het gaat er niet om dat je er bént, het gaat erom dat hij weet dat je terugkomt.
Breng hem rustig terug als hij komt. Weinig woorden, elke keer hetzelfde zinnetje, geen gesprek. Niet omdat hij niet mag komen, maar omdat een gesprek in de nacht het interessanter maakt om nog een keer te komen.
Kies er één en houd het twee weken vol. Alles tegelijk is voor hem niet te volgen en voor jou niet vol te houden.
Wanneer er meer aan de hand is
Gaat het bij jullie vooral over een peuter die gillend en niet meer te bereiken is bij bedtijd, dan komt een peuter die hysterisch wordt dichter in de buurt.
Blijft het maanden achter elkaar zo gaan, is je peuter overdag ook angstig of erg aanhankelijk, of durft hij ook niet meer alleen in een kamer te zijn: laat dan iemand meekijken, bijvoorbeeld de huisarts of het consultatiebureau. Je hoeft niet eerst uitgeput te zijn voordat je dat mag doen. En eerlijk gezegd: als jij al maanden niet doorslaapt, is dat op zichzelf al reden genoeg om erover te beginnen.
Meer lezen
Tot slot
Alleen slapen is iets wat je kind moet leren, en jij bent degene van wie hij het leert. Dat hij jou daarbij nodig heeft is geen probleem dat je moet oplossen. Dat is hoe het hoort te gaan.
Dus als je vanavond weer naast hem ligt op dat kussentje met een arm die je niet meer voelt: dat is geen stap terug. Elke keer dat hij in slaap valt terwijl jij er bent, leert hij dat het veilig is om los te laten. Dat is precies waar je straks op verder bouwt.
En dat je er ondertussen doorheen zit, mag ook waar zijn. Twee dingen tegelijk: dat hij je nodig heeft, én dat jij je avond terug wilt. Dat tweede is geen egoïsme, dat is een goede reden om het langzaam anders te gaan doen.
Waar je het beste kunt beginnen verschilt per kind. Bij de een zit het in het bed zelf, bij de ander in hoe hij inslaapt.
**
** en je ziet wat bij jullie het meeste oplevert. In de OpvoedApp staat daarna hoe je die stappen opbouwt, wat je zegt als hij toch komt, en hoe je het weer oppakt na een week waarin het niet lukte.






