Terug naar Alledaagse situaties

Alledaagse situaties

Een symbiotische relatie tussen ouder en kind

In dit artikel lees je wat een symbiotische relatie is, hoe het ontstaat en wanneer je er hulp bij zoekt. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Een goede band met je kind is het fundament onder zijn ontwikkeling. Dat weet je, en daar doe je je best voor.

Er is alleen ook een vorm waarin die band te dicht wordt, en dan gaat hij de ontwikkeling juist in de weg zitten. Dat noemen we een symbiotische relatie, en het ontstaat vrijwel altijd uit liefde en niet uit iets anders.

Wat een symbiotische relatie is

Bij een symbiotische relatie zijn ouder en kind zo met elkaar verweven dat het onduidelijk wordt waar de een ophoudt en de ander begint.

Je voelt wat je kind voelt, bijna alsof het van jou is. Zijn verdriet is jouw verdriet, zijn teleurstelling gaat de hele dag met je mee, en als het niet goed met hem gaat, gaat het ook niet goed met jou.

Dat is iets anders dan meeleven, en dat verschil is de kern. Bij meeleven voel je met hem mee en blijf je ondertussen zelf staan. Bij symbiose is er geen ruimte meer tussen jullie, en dat betekent dat hij ook geen ruimte heeft om iemand anders te zijn dan jij.

Hoe het ontstaat

Bijna nooit door iets kwaads, en meestal uit een van deze situaties.

Uit een zware start, bijvoorbeeld een ziek kind of een moeilijke periode waarin je extra dicht op elkaar zat en dat daarna nooit meer helemaal is losgekomen.

Uit een eigen gemis. Als jij zelf bent opgegroeid met weinig warmte, kan er een sterke wens ontstaan om dat bij je kind heel anders te doen, en dan schiet het soms door.

Uit eenzaamheid of een periode waarin er weinig anders was. Na een scheiding bijvoorbeeld, of als er geen partner is om dingen mee te delen.

En uit bezorgdheid. Een kind dat kwetsbaar is of dat het moeilijk heeft gehad, wil je beschermen, en die bescherming kan langzaam uitgroeien tot iets wat hem in de weg zit.

Geen van die dingen is iets om je voor te schamen. Ze verklaren juist waarom dit vrijwel altijd ontstaat bij ouders die veel om hun kind geven.

Waaraan je het herkent

Je vindt het heel moeilijk als je kind ergens anders is, ook als je weet dat het veilig is.

Je weet precies wat hij voelt en denkt, en je vult dat vaak al in voordat hij iets heeft gezegd.

Je bespreekt dingen met hem die eigenlijk bij volwassenen horen: zorgen over geld, over je relatie, over hoe het met jou gaat.

Hij lijkt zich verantwoordelijk te voelen voor hoe jij je voelt, en past zijn gedrag daarop aan.

Hij maakt zich moeilijk los: hij wil niet logeren, niet op kamp, niet alleen met vriendjes afspreken. Of jij vindt dat moeilijker dan hij.

En je merkt dat het lastig is om grenzen te stellen, want boos zijn op elkaar voelt alsof er iets breekt.

Herken je er een paar, dan hoeft dat nog niets te betekenen. Herken je bijna alles en gebeurt het al jaren, dan is het de moeite waard om ernaar te kijken.

Wat het je kind kost

Een kind heeft ruimte nodig om uit te zoeken wie hij zelf is, en die ruimte ontstaat alleen als er afstand is tussen jullie.

Zonder die ruimte leert hij niet goed onderscheiden wat van hem is en wat van jou. Hij weet minder goed wat hij zelf voelt en wil, want hij is eraan gewend geraakt om zich te richten op hoe het met jou gaat.

Daarnaast wordt losmaken later moeilijk. Dat zie je vaak pas in de puberteit of daarna, bij een kind dat niet weg durft of dat zich juist heel hard moet afzetten om er überhaupt uit te komen.

En het kan hem opzadelen met een verantwoordelijkheid die niet bij hem hoort. Een kind dat het gevoel heeft dat hij moet zorgen dat het goed gaat met zijn ouder, draagt iets wat te zwaar is voor zijn leeftijd.

Hoe je het doorbreekt

Begin bij jezelf en niet bij hem. De belangrijkste vraag is niet wat hij nodig heeft maar wat jij nodig hebt. Wat heb jij buiten het ouderschap om, aan contacten, aan bezigheden, aan iets wat van jou is? Als daar weinig zit, is dat de eerste plek om aan te werken.

Leg zorgen bij volwassenen neer. Je verdriet en je zorgen mogen bestaan en ze horen thuis bij je partner, een vriendin of een hulpverlener. Je kind mag zien dat je verdrietig bent; hij mag niet degene zijn die je opvangt.

Laat hem dingen doen zonder jou. Logeren, kamp, alleen naar een vriendje. Klein beginnen als het spannend is, voor hem en voor jou.

Laat hem zelf voelen en zeggen wat er is. Vul niet in. Vraag wat hij vindt in plaats van te zeggen wat hij vast vindt, ook als je zeker weet dat je gelijk hebt.

Verdraag dat hij boos op je is. Dat hoort bij een gezonde band en het betekent niet dat er iets kapot is. Sterker nog, een kind dat boos op je durft te zijn, weet dat jullie band daar tegen kan.

Wanneer je er hulp bij zoekt

Ga naar de huisarts als je merkt dat je je kind niet kunt loslaten terwijl je weet dat het zou moeten, als je kind zich niet durft los te maken, of als je zelf somber of angstig wordt bij het idee van afstand.

Ook als je in dit stuk veel herkent en niet weet waar je moet beginnen. Dit is een patroon dat vaak al jaren loopt, en dat is niet iets wat je in je eentje omdraait. Er is goede hulp voor, en die is er net zo goed voor jou als voor je kind.

Tot slot

Als je hier veel in herkent, is je eerste reactie waarschijnlijk schrik. Laat me daarom dit zeggen: dit ontstaat niet uit tekortschieten maar uit liefde die geen ruimte heeft gekregen om zich anders te organiseren.

Wat er moet veranderen is bovendien niet dat je minder van hem houdt. Wat er moet veranderen is dat er weer twee mensen zijn in plaats van één, en dat is iets waar jij aan kunt werken zonder dat hij er iets voor hoeft te doen.

En dat is meteen het goede nieuws: dit verandert door wat jij doet, en dat heb je zelf in de hand.

Meer hierover lees je bij hoe je de ouder-kind relatie versterkt.

Als je iets van dit patroon herkent, kan het spannend voelen om te bedenken waar je begint. Je hoeft niet ineens afstand te nemen of alles anders te doen.

De test helpt je zien welke kleine stap bij jullie past, zodat er weer iets meer ruimte kan komen voor jouw kind én voor jou.