Terug naar Angst en zelfvertrouwen

Angst en zelfvertrouwen

Zo ga je om met faalangst bij kinderen

In dit artikel lees je wat faalangst is, drie soorten faalangst en wanneer je erover praat met iemand. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

De toets is morgen en hij zegt dat hij toch een onvoldoende haalt. Je zegt dat hij goed geleerd heeft en dat het vast meevalt, en dan wordt hij boos op je.Of hij begint er niet eens aan. Hij zit al drie kwartier op zijn kamer met een boek open en er is niets gebeurd.Wat dit zo moeilijk maakt is dat alles wat je zegt averechts lijkt te werken. Geruststellen helpt niet, aanmoedigen helpt niet, en er niets van zeggen ook niet.Daar is een reden voor, en die is goed te weten. Hieronder staat wat faalangst is, waarom de gewone reactie niet werkt, en wat wel helpt.

Wat faalangst is

Een beetje spanning voor een toets is normaal en zelfs nuttig. Dat maakt scherp en zorgt dat je gaat leren. Dat noemen we positieve faalangst, en daar hoef je niets mee.Van negatieve faalangst is sprake als de spanning zo hoog wordt dat de prestatie eronder lijdt. Je kind kan zich dan minder goed concentreren, bedenkt minder makkelijk oplossingen, maakt fouten die hij normaal niet maakt, of blokkeert helemaal.Het pijnlijke daaraan is dat het zichzelf bevestigt. Hij is bang dat het niet lukt, door die angst gaat het minder goed, en dan denkt hij: zie je wel. Zo wordt de angst elke keer een beetje groter, en niet omdat hij het niet kan.Dat is meteen wat je tegen hem zou willen zeggen en wat hij op dat moment niet kan horen: het gaat niet mis omdat je het niet kunt. Het gaat mis omdat je bang bent dat je het niet kunt.

Drie soorten faalangst

Faalangst ziet er niet bij elk kind hetzelfde uit, en het helpt om te weten waar het bij jouw kind zit.
Op school, bij het leren zelf. Bij toetsen, spreekbeurten, hardop lezen in de klas. Dit heet cognitieve faalangst en het is de bekendste vorm.
In gezelschap. Bang zijn om af te gaan waar anderen bij zijn, niet durven meedoen, niets durven zeggen in een groep. Dit heet sociale faalangst. Speelt dat sterk, kijk dan ook bij sociale angst bij kinderen.
Bij bewegen. Bij gym, bij sport, bij dingen waar je lijf iets moet doen terwijl er gekeken wordt. Dit heet motorische faalangst. Het wordt het minst herkend en het is voor een kind dat er last van heeft een van de zwaarste, want gym is niet vrijblijvend.
Veel kinderen hebben er maar op één vlak last van. Een kind dat vol zelfvertrouwen een spreekbeurt houdt, kan doodsbang zijn voor de duikplank.

Waar het vandaan komt

Meestal is het een combinatie van deze dingen.
Hij legt de lat te hoog voor zichzelf. Niet omdat jij dat hebt gevraagd, maar omdat hij zo in elkaar zit. Perfectionistische kinderen zijn vaak het angstigst om te beginnen.
Als je nu denkt dat je hem misschien te veel onder druk hebt gezet: die vraag stelt bijna elke ouder van een kind met faalangst zichzelf, en meestal is het antwoord nee. Kinderen met een hoge lat leggen die zelf, ook in gezinnen waar niemand ooit iets over cijfers heeft gezegd.
De verwachtingen om hem heen kloppen niet. Te hoog geeft druk. Maar te laag ook: als je merkt dat er van je verwacht wordt dat het toch niet lukt, ga je het ook niet proberen.
Hij heeft slechte ervaringen. Een keer geblokkeerd bij een spreekbeurt en uitgelachen, of een reeks onvoldoendes.
Hij denkt dat hij weet wat anderen vinden. "Ze vonden me vast stom." Dat is een gedachte en geen feit, en voor een kind is dat verschil moeilijk te zien.
Er speelt iets anders. Iets wat hij niet snapt en niet durft te zeggen, of gedoe in de klas.
Wat er bijna nooit onder zit is luiheid. Een kind dat niet aan zijn huiswerk begint is meestal niet lui maar bang, en dat ziet er van de bank precies hetzelfde uit.Dat is een belangrijk verschil voor jou, want het verandert wat je voelt als je zijn kamer binnenkomt. Bij luiheid word je boos. Bij angst word je iets anders, en met dat andere kom je verder.

Waarom "je kunt het wel" niet werkt

Dit is het belangrijkste stuk, want vrijwel elke ouder doet dit en het is de logischste reactie die er is.Je kind zegt dat hij het niet kan. Jij weet dat hij het wel kan, dus je zegt dat. En dan wordt hij bozer of stiller.Dat komt doordat hij op dat moment niet gelooft wat je zegt. Sterker nog: hij hoort dat je niet begrijpt hoe erg het voelt. En dan is hij er alleen mee.Wat wel werkt is eerst erkennen. "Je vindt het lastig." "Je bent er zenuwachtig over." Dat voelt alsof je meegaat in zijn twijfel en dat is het niet; het is de enige manier om binnen te komen. Pas als hij zich begrepen voelt, kan hij iets aannemen.Dat is even omdenken, want je hele instinct zegt dat je hem moet opbeuren. En je hebt hem waarschijnlijk al honderd keer verteld dat hij het wel kan, precies omdat je in hem gelooft. Dat je daarmee niet binnenkwam, betekent niet dat je het verkeerd hebt aangepakt. Het betekent dat de logische route hier toevallig de doodlopende is.Datzelfde geldt voor het overnemen. Als je zijn moeilijke som gaat maken, of zijn spreekbeurt schrijft, bevestig je precies wat hij dacht: het was inderdaad te moeilijk voor mij.Dat is een van de wrangste dingen aan faalangst. De twee reacties die het meest voor de hand liggen, geruststellen en helpen, zijn allebei de verkeerde.

Wat wel helpt

Erken eerst, vraag daarna. "Je vindt het spannend. Wat is het spannendste eraan?" Vaak zit het ergens anders dan je dacht.
Knip het op. Een kind met faalangst ziet een berg. Drie kleine stapjes met een streep erdoor werken beter dan één grote taak, en elk afgestreept stapje is een succeservaring.
Vraag wat er wél goed ging. Kinderen met faalangst zien alleen wat er misging. "Je noemt twee dingen die niet goed gingen, kun je er ook twee noemen die wel lukten?" Laat hem die zelf bedenken.
Onderzoek zijn gedachten in plaats van ze te ontkennen. "Hoe weet je zo zeker dat ze het stom vonden? Heb je het gevraagd?" Dat is iets anders dan zeggen dat het niet zo is.
Prijs zijn inzet, niet zijn cijfer. "Ik zag hoeveel moeite je ervoor hebt gedaan" gaat over iets wat hij in de hand heeft. Een cijfer niet.
Laat merken dat je in hem gelooft, ook zonder woorden. Kinderen kijken naar het gezicht van hun ouder om in te schatten hoe erg iets is. Als jij gespannen kijkt, weet hij genoeg.
Dat is trouwens veel gevraagd, want jij bent op dat moment misschien wel net zo zenuwachtig als hij. Je hoeft het niet te voelen. Het is genoeg om het niet te laten zien, en dat is iets anders.
Zorg voor plekken waar niets moet. Iets samen doen waar geen prestatie bij hoort. Koken, wandelen, een spelletje zonder winnaar. Voor een kind dat de hele dag bezig is met of het goed genoeg is, is een uur zonder oordeel meer waard dan je zou denken.
Laat zien dat fouten maken normaal is. Vertel over die van jou. Een kind dat zijn ouders nooit ziet falen, denkt dat falen niet mag.
En kies er één. Alles tegelijk maakt van faalangst een project, en dat is precies wat een kind met faalangst niet nodig heeft.

Wanneer je erover praat met iemand

Praat met de leerkracht als het vooral op school speelt. Die ziet hoe hij zich in de klas houdt en heeft vaak informatie die jij niet hebt. Veel scholen hebben ook faalangsttraining, en die werkt goed.Ga naar de huisarts als je kind steeds meer gaat vermijden, als hij niet meer naar school wil, als hij lichamelijke klachten krijgt rond toetsen, als hij somber wordt, of als het thuis en op school allebei speelt.Je hoeft niet te wachten tot het echt vastloopt. Faalangst is goed te behandelen, en hoe eerder je erbij bent, hoe minder ervaringen er zijn om te herstellen.

Tot slot

Een kind met faalangst is niet lui en niet ongemotiveerd. Het is een kind dat zo bang is om te falen dat het liever niet begint, want dan heeft het tenminste niet gefaald.Dat is voor jou als ouder ontzettend frustrerend om aan te zien, juist omdat jij precies weet wat hij kan. Dat je daar boos of wanhopig van wordt is geen ongeduld; dat is machteloosheid, en die is terecht.Wat je wel kunt doen is de druk eraf halen in plaats van erbij, en er zijn als het misgaat. Dat is minder dan je zou willen doen, en het is precies waardoor hij het straks weer aandurft.Wil je weten wat er bij jullie speelt en waar je het beste kunt beginnenIn de OpvoedApp lees je daarna wat je zegt de avond voor een toets, en hoe je reageert als het toch misgaat.