Alledaagse situaties
4 tips om je kinderen te laten doen wat je van ze vraagt
In dit artikel lees je hoe je met alledaagse situaties om kunt gaan op een manier die rustiger voelt voor jou en je kind.
Je vraagt of hij zijn schoenen aandoet. Je vraagt het nog een keer. En bij de derde keer hoor je aan je eigen stem dat je het niet meer vriendelijk vraagt.
Voordat je aan de inhoud van wat je vraagt gaat sleutelen, is het de moeite waard om te kijken naar hoe je het vraagt. Daar valt namelijk meestal meer te winnen, en het kost je niets.
4 tips
1. Ga naar hem toe in plaats van te roepen. Roepen vanaf de trap of vanuit de keuken werkt bij de meeste kinderen niet, en wat er dan gebeurt is dat je harder gaat roepen tot het een strijd wordt. Naast hem gaan staan kost je vijftien seconden en levert doorgaans meer op dan drie keer roepen. Sluit daarbij even aan bij wat hij aan het doen is, want een kind dat ergens middenin zit moet daar eerst uit voordat hij kan horen wat je vraagt.
2. Zeg wat er wel kan in plaats van wat er niet mag. "Voeten op de grond" werkt beter dan "niet op de bank staan", want in dat laatste hoort een kind vooral het staan op de bank. Datzelfde geldt voor het grotere plaatje: "je mag dit nog afmaken en dan gaan we eten" komt anders binnen dan "nu ophouden", terwijl de uitkomst dezelfde is.
3. Vraag het één keer en zorg dat het ook gebeurt. Als je iets vier keer moet zeggen voordat er iets gebeurt, heeft hij geleerd dat de eerste drie keer niet meetellen. Dat is geen ongehoorzaamheid maar een logische conclusie. Zeg het dus één keer, blijf erbij tot het gebeurd is, en zeg alleen dingen die je ook echt gaat doen.
4. Geef hem iets te kiezen binnen wat toch moet. Niet óf hij zijn jas aandoet maar welke, niet óf hij in bad gaat maar of hij eerst zijn haren of zijn buik wast. Dat verandert niets aan de richting en het geeft hem net genoeg regie om mee te werken, zeker bij kinderen die de hele dag horen wat er moet.
Waarom dit werkt
Deze vier hebben één ding gemeen: ze gaan er allemaal vanuit dat je kind niet dwarsligt maar iets nog niet kan.
Hij kan nog niet zomaar schakelen van het ene naar het andere. Hij kan een opdracht van veraf nog niet aan zichzelf koppelen. En in een ontkennende zin hoort hij vooral het werkwoord. Dat zijn geen karaktereigenschappen maar dingen die zich in de loop van jaren ontwikkelen.
Je maakt het dus niet makkelijker door harder te vragen. Je maakt het makkelijker door het zo te vragen dat hij het kan doen, en dat is aanzienlijk minder vermoeiend voor jullie allebei.
Meer lezen
Tot slot
Als je kind niet doet wat je vraagt, ligt dat zelden aan hoe belangrijk hij vindt wat je zegt. Meestal ligt het aan het moment, de afstand en de vorm.
Dat is goed nieuws, want die drie heb je zelf in de hand en je hoeft er niet strenger voor te worden.
Begin niet met alle vier tegelijk. Neem er één, het liefst die eerste, en kijk wat er in twee weken verandert.
Meer hierover lees je bij drie gouden basisregels om je kind te laten luisteren en bij doe wat je zegt.
Merk je dat je vaak dezelfde opdracht blijft herhalen en dat het dan alsnog eindigt in gemopper of strijd? Dan helpt het om niet alleen te kijken wát je vraagt, maar ook hoe je kind die opdracht kan oppakken.
De test laat je zien waar bij jullie de meeste winst zit, zodat je met één concrete stap begint in plaats van alles tegelijk te willen veranderen.





