Terug naar Opstandig en negatief gedrag

Opstandig en negatief gedrag

Dit is hoe je omgaat met het moeilijke gedrag van jouw kleuter

In dit artikel lees je wat er in de kleuterfase verandert, waarom je het thuis merkt en niet op school en wanneer je erover praat met school. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Hij is vier geworden en naar school gegaan, en sindsdien is er iets veranderd.

Bij het ene kind komt dat eruit als opstandigheid en driftbuien die je al een jaar niet meer had gezien. Bij het andere juist als angst, slechter slapen, of weer in zijn broek plassen terwijl dat allang over was.

Dat lijken tegenovergestelde dingen, en er zit hetzelfde onder.

Wat er in de kleuterfase verandert

Op zijn vierde wordt de wereld van je kind in één klap veel groter, en dat gebeurt sneller dan we ons realiseren.

Er komen nieuwe volwassenen bij, nieuwe kinderen, nieuwe ruimtes. School, misschien de opvang, misschien zwemles. Nieuwe geuren, nieuwe geluiden, nieuwe rituelen. En vooral: nieuwe regels en afspraken die hij allemaal moet leren kennen zonder dat iemand ze hem van tevoren heeft uitgelegd.

Voor een jong hoofd dat gedijt bij structuur, duidelijkheid en overzicht, is dat een enorme klus. Hij moet de hele dag inschatten wat er van hem verwacht wordt, in een omgeving waar hij niemand kent en waar hij niet de enige is.

Daar komt bij dat hij zich in die groep ook nog eens moet verhouden tot andere kinderen. Wachten, delen, meedoen, aansluiting vinden. Dat is werk, en dat kost hem veel meer dan aan de buitenkant te zien is.

Waarom je het thuis merkt en niet op school

Dit is het stuk dat de meeste ouders rust geeft, dus daar wil ik even bij stilstaan.

Op school gaat het meestal prima. De juf zegt dat hij lief meedoet, dat hij goed luistert, dat er niets aan de hand is. En thuis krijg jij een kind dat om vier uur al ontploft.

Dat komt doordat hij zich de hele dag heeft ingehouden. Hij heeft zes uur lang zijn best gedaan, en dat is precies wat hij hoort te doen. En dan komt hij thuis, op de enige plek waar hij niet meer hoeft, bij de mensen van wie hij zeker weet dat ze blijven.

Dat betekent dus niet dat het bij jou misgaat. Dat betekent dat jij de plek bent waar het veilig is, en dat is geen schrale troost maar de meest gangbare verklaring voor dit gedrag.

Waarom sommige kinderen teruggaan in hun ontwikkeling

Bij een deel van de kleuters zie je iets wat ouders vaak ongerust maakt: hij plast weer in zijn broek, hij wil weer een luier 's nachts, hij slaapt slechter of hij wordt weer aanhankelijk zoals vroeger.

Dat is geen achteruitgang en het betekent ook niet dat er iets mis is. Het is wat kinderen doen als er veel van ze gevraagd wordt: ze vallen even terug op iets wat vertrouwd is.

Datzelfde zie je bij een verhuizing, bij een broertje of zusje erbij, of bij een scheiding. De grote stap kost energie, en die energie gaat ergens vandaan.

Meestal duurt dat een paar weken tot een paar maanden, en trekt het vanzelf bij zodra de nieuwe situatie vertrouwd is geworden.

Wat je kunt doen

Geef hem tijd om te landen na school. Vraag niets zodra hij binnenkomt, niet hoe het was en niet of hij zijn tas wil opruimen. Een halfuur waarin niets moet, scheelt bij veel gezinnen de helft van het gedoe. Meer daarover bij een kind dat boos uit school komt.

Houd de avonden voorspelbaar. Dezelfde volgorde, dezelfde momenten. Hij krijgt de hele dag nieuwe dingen over zich heen, dus thuis is voorspelbaarheid geen saaiheid maar rust.

Verwacht niet te veel op een dag. School is voor een kleuter al een volle dag. Twee dingen op een woensdagmiddag is vaak één te veel, en dat merk je dan 's avonds.

Neem de terugval niet af. Als hij weer een luier wil of aanhankelijker is dan vorig jaar, geef hem dat dan zonder er iets van te zeggen. Iets terugnemen wat hij nodig heeft, maakt de spanning alleen groter en rekt het juist.

Benoem wat je ziet. "Je hebt vandaag veel meegemaakt en nu is het te veel" geeft hem taal voor iets wat nu nog vormloos over hem heen komt. Dat is op deze leeftijd een van de nuttigste dingen die je kunt doen.

En blijf erbij als het misgaat. Tijdens een bui kan hij niet luisteren, dus uitleg werkt niet. Erbij blijven wel, ook als hij je wegduwt.

Wanneer je erover praat met school

Ga in gesprek met de leerkracht als het gedrag ook op school speelt, als je kind niet meer naar school wil, als het langere tijd somber of angstig is, of als de terugval maanden aanhoudt zonder dat er iets verandert.

De leerkracht ziet hem in een heel andere setting en heeft vaak informatie die jij mist. Bij veel scholen is er bovendien meer mogelijk dan ouders denken, bijvoorbeeld een rustiger start van de dag of een vast maatje.

Ga ook naar de huisarts als je je zorgen maakt over iets wat je niet goed kunt benoemen. Dat gevoel van een ouder telt, ook zonder dat je een lijstje kunt afvinken.

Meer lezen

Tot slot

Je kleuter is niet ineens moeilijker geworden. Hij doet iets wat behoorlijk veel van hem vraagt, en hij laat pas thuis zien wat het hem kost.

Dat maakt jouw middagen en avonden zwaar, want jij vangt op wat de rest van de wereld niet te zien krijgt. En dan hoor je van school ook nog dat het daar prima gaat, waardoor je je soms afvraagt of het aan jullie ligt.

Dat is niet zo. Het is een fase, hij duurt maanden en geen jaren, en het feit dat hij zich bij jou laat gaan is precies wat je zou hopen.

Meer over deze leeftijd lees je bij een kleuter die niet wil slapen, en over de fase ervoor bij opstandig gedrag van je peuter.

Merk je dat het gedrag van je kleuter op bepaalde momenten ineens omslaat en je dan vooral aan het bijsturen bent? Dan helpt het om te kijken wat er vóór dat moment gebeurt.

De test laat je zien waar bij jullie de meeste winst zit, zodat je niet alleen reageert op moeilijk gedrag, maar eerder ziet wat je kleuter nodig heeft.

In de OpvoedApp lees je daarna hoe je die middagen inricht, en wat je zegt als het toch escaleert.