Terug naar Boosheid
Boosheid
Driftbuien bij kleuter, peuter of baby: wat kun je doen?
In dit artikel lees je wat er in je kind gebeurt tijdens een driftbui, vanaf welke leeftijd, en wanneer het overgaat en wanneer je erover praat met iemand. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Op de grond in de supermarkt. Gillend, rood aangelopen, niet te bereiken. En jij staat ernaast met een halfvolle mand en het gevoel dat iedereen kijkt.Of het gebeurt thuis, en dan is er tenminste geen publiek, maar duurt het net zo lang.Driftbuien horen bij een bepaalde fase, en dat weet je waarschijnlijk wel. Dat maakt ze niet minder zwaar om mee te maken, zeker als ze elke dag voorkomen.
Wat er in je kind gebeurt tijdens een driftbui
Een driftbui is geen keuze en het is geen manier om iets af te dwingen, hoe goed getimed hij soms ook lijkt.Wat er gebeurt is dat er meer binnenkomt dan je kind kan verwerken, en dat het deel van zijn hoofd dat overziet en afremt daardoor even uitvalt. Hij kan op dat moment niet luisteren, niet nadenken, niet kiezen en geen compromis sluiten. Alles wat je zegt komt er bovenop.Dat verklaart waarom niets werkt wat je probeert. Uitleggen werkt niet, afleiden werkt niet, streng doen werkt niet, en een snoepje geven werkt wel maar leert hem iets wat je niet wilde leren. Dat je daar machteloos van wordt is dus geen gebrek aan aanpak; er is op dat moment simpelweg niemand thuis om mee te onderhandelen.Vanaf welke leeftijd, en wanneer het overgaat
Driftbuien beginnen meestal ergens rond het eerste jaar en pieken tussen de anderhalf en drie jaar. Bij de meeste kinderen worden ze daarna geleidelijk minder, al kan een kleuter er nog steeds last van hebben en gebeurt het bij sommige kinderen tot een jaar of vijf.Bij een baby spreken we niet van driftbuien maar van ontroostbaar huilen, en dat is iets anders: daar zit geen frustratie onder maar meestal ongemak, overprikkeling of honger.Dat het bij jouw kind langer duurt dan bij dat van de buren, zegt op zichzelf weinig. Kinderen verschillen hier enorm in, en een kind dat intens is in zijn boosheid is meestal ook intens in zijn plezier.Wat je doet tijdens de bui
Blijf erbij en zeg zo min mogelijk. Dat is de kern, en het voelt alsof je niets doet. Jouw aanwezigheid is op dat moment het enige wat helpt, want een kind dat zichzelf nog niet rustig kan maken, leert dat door het bij jou te voelen.
Zorg dat hij zich niet bezeert en haal gevaarlijke dingen weg, maar houd hem niet vast tenzij dat nodig is. Bij het ene kind werkt aanraking kalmerend en bij het andere juist averechts, en dat verschil merk je meestal snel genoeg.
Ga niet onderhandelen en geef niet alsnog toe. Dat is minder streng dan het klinkt: het gaat er niet om dat hij zijn zin niet krijgt, maar om dat het middenin een bui geen goed moment is om iets af te spreken. Achteraf kun je altijd nog beslissen dat hij eigenlijk gelijk had.
Wacht het af. Een driftbui duurt zo lang als hij duurt, en de meeste zijn binnen vijf tot vijftien minuten voorbij. Proberen hem in te korten maakt hem doorgaans juist langer.
En troost hem erna. Dat is geen belonen van het gedrag; dat is er zijn voor een kind dat net iets heftigs heeft meegemaakt en daar zelf ook van geschrokken is.



