Terug naar Boosheid
Boosheid
Hoe kun je het beste omgaan met boosheid van je kind?
In dit artikel lees je waarom boosheid er mag zijn, wat er onder de boosheid zit en en jij dan?. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Hij ontploft om iets kleins. Om een boterham die verkeerd is gesneden, om een spel dat hij verliest, om een jas die niet dicht wil.En jij staat erbij en denkt: dit is toch niet in verhouding.Dat klopt ook, en dat is precies het punt. Want wat je ziet is zelden alleen die boterham.
Waarom boosheid er mag zijn
Boosheid heeft een slechte naam, en dat is jammer, want het is een van de nuttigste emoties die er zijn.Boosheid maakt energie vrij en zorgt dat je opkomt voor jezelf. Als je kind boos wordt, betekent dat meestal dat er iets over een grens gaat die voor hem belangrijk is, ook al zie jij die grens niet liggen.Dat betekent dat het doel niet is dat hij minder boos wordt. Het doel is dat hij leert wat hij met die boosheid kan, want dat vermogen heeft hij zijn hele leven nodig. Een volwassene die nooit boos durft te worden, heeft daar doorgaans meer last van dan iemand die het wel kan.Wat er onder de boosheid zit
Boosheid is vaak de buitenkant. Eronder zit meestal iets anders, en dat is waar je wat aan hebt.Vaak is het teleurstelling, of verdriet, of schaamte omdat iets niet lukte. Soms is het angst. En heel vaak is het simpelweg te veel: een dag met te veel prikkels, te weinig slaap of te lang niets gegeten.Dat verklaart ook waarom de aanleiding zo klein kan zijn. Die boterham is niet de reden; die boterham is het laatste wat erbij kwam. Als je een week terugkijkt naar wanneer het misging, zie je meestal een patroon dat met moeheid of drukte te maken heeft en niet met de aanleiding zelf.Het verschil tussen gevoel en gedrag
Dit onderscheid is het belangrijkste van dit hele stuk, want het lost een dilemma op waar veel ouders in vastlopen.Het gevoel mag er altijd zijn. Boos zijn mag, hoe onhandig het moment ook is.Het gedrag dat eruit komt, mag niet altijd. Slaan mag niet, spullen kapotmaken mag niet, schelden mag niet.Die twee spreken elkaar niet tegen, en juist dat onderscheid is wat je hem leert. Als je zegt dat hij niet boos moet doen, leert hij dat zijn gevoel niet klopt, en dan gaat het naar binnen in plaats van weg. Als je zegt dat hij boos mag zijn maar niet mag slaan, dan houd je het gevoel heel en begrens je alleen wat eruit komt.Wat je doet tijdens de bui
Blijf erbij en zeg weinig. Tijdens een uitbarsting kan hij niet luisteren en niet nadenken, dus alles wat je uitlegt komt er alleen maar bovenop. Aanwezig zijn is op zo'n moment het enige wat werkt, ook al voelt het alsof je niets doet.
Blijf zelf zo rustig als je kunt. Dat gaat niet altijd lukken en het hoeft ook niet elke keer. Het gaat er niet om dat jij kalm bent maar dat je blijft zitten, en dat zijn twee verschillende dingen.
Begrens het gedrag zonder het gevoel te veroordelen. Eén korte zin: "je bent boos, en ik laat je niet slaan." Daarna niets meer zeggen.
Zorg dat hij het ergens kwijt kan. Bij het ene kind is dat rennen, bij het andere iets stukscheuren wat kapot mag, en bij weer een ander gewoon hard huilen. Een gevoel dat ergens naartoe kan, hoeft niet te ontploffen.



