Slapen
Mijn peuter wil niet slapen en wordt hysterisch!
In dit artikel lees je waarom een peuter zo heftig kan reageren op bedtijd, wat er achter dat gillen zit en wanneer er meer aan de hand is. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Het ging net nog goed. Je hebt voorgelezen, je hebt een kus gegeven, en je loopt naar de deur.
En dan barst het los.
Niet een beetje mopperen. Gillen, rood aanlopen, bijna kokhalzen, en niet meer te bereiken. Je gaat terug en probeert hem te troosten, maar hij duwt je weg en wil tegelijkertijd dat je blijft. Tien minuten later ligt hij uitgeput na te hikken, en sta jij op de gang met het gevoel dat je iets verkeerd hebt gedaan.
Misschien blijf je daar dan even staan voordat je naar beneden gaat. Gewoon, om bij te komen.
Dit is een van de zwaarste momenten van de dag. En als het al weken zo gaat, dan draag je dat de hele dag met je mee: om vier uur denk je er al aan, tijdens het eten kijk je op de klok, en ergens hoop je dat het vanavond de beurt van iemand anders is.
En toch loop je elke avond weer die trap op. Ook als je zelf helemaal op bent, ook als je er tegenop ziet. Dat voelt waarschijnlijk niet als iets bijzonders, maar je peuter heeft daardoor wel elke avond iemand naast zich die blijft. Hij kan je dat niet vertellen. Hij weet het wel.
Waarom een peuter zo heftig kan reageren op bedtijd
Het helpt vaak om te weten wat er in zo'n klein hoofd gebeurt, want een peuter zit in een fase die bedtijd behoorlijk ingewikkeld maakt.
Zijn wereld wordt in korte tijd veel groter. Hij ontdekt dat hij zelf dingen kan bepalen, en dat wil hij dan ook. Alleen mag lang niet alles wat hij wil, en dat botst de hele dag door. Daar komt bij dat hij inmiddels van alles voelt wat hij nog niet kan benoemen. Boos, verdrietig, moe en teleurgesteld voelen voor een peuter eigenlijk allemaal hetzelfde: groot en naar.
Bedtijd is dan het laatste moment van de dag waarop hij iets moet wat hij niet wil, terwijl zijn emmer al vol is. En omdat hij nog geen woorden heeft voor wat erin zit, komt het eruit op de enige manier die hij kent.
Wat dat voor jou betekent, is dit. Die uitbarsting gaat niet over jou en ook niet over hoe jij het aanpakt. Hij zou er ook zijn geweest als je vijf minuten eerder was begonnen, of vriendelijker had gekeken, of net iets anders had gezegd. Dat is misschien niet fijn om te horen, want het betekent ook dat je hem niet even kunt oplossen. Maar het haalt wel een last weg die je waarschijnlijk al weken meedraagt.
En misschien heb je op zo'n avond weleens gedacht dat hij het erom doet. Dat denken we allemaal weleens, zeker om acht uur na een lange dag. Wat je daar ziet is geen kind dat jou dwarszit. Het is een kind dat overloopt.
Wat er achter dat gillen zit
Meestal speelt er een van deze dingen, en vaak een paar tegelijk. Kijk gerust even welke je herkent.
Hij is over zijn slaap heen. Dit komt het vaakst voor, en het is meteen het meest verwarrende. Een peuter die te moe is wordt namelijk niet suf maar juist druk en snel overstuur. Zijn lijf zet er een tandje bij om wakker te blijven, en dan komt hij in een staat waarin alles te veel wordt. Ging hij vroeger om half acht en nu om acht uur, dan kan dat halfuur al genoeg zijn. Twijfel je of hij genoeg slaapt voor zijn leeftijd, kijk dan bij hoeveel slaap een kind nodig heeft.
Als je dit herkent, dan is dat geen slordigheid van jou. Zo'n bedtijd schuift ongemerkt op: de dagen worden langer, er komt een broertje bij, het eten loopt uit omdat iemand later thuis is. Bij geen enkel gezin heeft iemand ooit besloten om het later te doen. Het gebeurt gewoon.
Het was druk in het uur ervoor. Spelen, een schermpje, mensen over de vloer. Zijn hoofd is dan nog aan het verwerken wat er allemaal binnenkwam, terwijl hij al moet gaan slapen.
Dit is er zo eentje die je van de buitenkant niet ziet, want hij lijkt op dat moment juist vrolijk en aanwezig. Dat je het niet hebt zien aankomen is dus logisch. Het was ook niet te zien.
Hij wil dichtbij zijn. Dit is misschien wel het mooiste van de hele lijst, en het lijkt tegenstrijdig. Juist nu hij overdag zoveel losser wordt, heeft hij 's avonds meer van je nodig. Hoe verder hij overdag van je weg durft, hoe steviger hij 's avonds wil weten dat je er nog bent.
Dat betekent iets fijns over jullie. Hij zoekt jou omdat jij degene bent bij wie het veilig is om helemaal in te storten. Dat doet een kind niet bij zomaar iemand.
Er is iets veranderd. Een verhuizing, een broertje, een nieuwe oppas, een ander bed. En ook dingen waarvan jij denkt dat ze klein zijn, kunnen bij hem groot binnenkomen. Dat je zoiets niet meteen verbindt aan het slapen is niet raar: voor jou is die verhuizing achter de rug, voor hem nog lang niet.
Hij heeft honger of dorst. Simpel, en het gebeurt vaker dan je denkt. Te vroeg gegeten, weinig op, en dan ligt hij met een lege maag in bed. Geef hem nog wat te drinken en eventueel iets kleins, maar wel vóór het ritueel en niet erna. Anders wordt drinken onderdeel van het inslapen, en dan heb je er straks elke avond een vraag bij.
Er is iets lichamelijks. Tandjes, een verkoudheid, oorpijn. Ging het altijd prima en is het ineens elke avond raak, dan is dit vaak het eerste om even uit te sluiten. En nee, dat je daar nog niet aan hebt gedacht zegt niets over je oplettendheid. Bij een kind dat toch al vaak protesteert, ligt die verklaring nu eenmaal minder voor de hand.
Wat je kunt doen als het losbarst
Eerst dit, want het scheelt je een hoop zoeken: als het eenmaal zover is, valt er weinig meer te redden. Je peuter kan op dat moment niet luisteren, niet nadenken en niet kiezen. Zijn hoofd staat er simpelweg niet naar.
Dat je het gevoel hebt dat niets werkt, klopt dus. Dat is geen inschattingsfout van jou en het is ook niet zo dat andere ouders een zin kennen die jij mist. Er is op zo'n moment gewoon geen zin die werkt.
Wat er wel overblijft is dat jij er bent, en dat is meer dan het voelt.
Een peuter kan zichzelf nog niet rustig maken. Dat leert hij van jou, doordat hij het bij jou voelt. Als je naast hem gaat zitten en je ademt rustig, je praat zacht, je hebt geen haast, dan zakt zijn lijf uiteindelijk mee met dat van jou. Niet meteen. En niet omdat hij gehoorzaamt, maar omdat lijven dat nu eenmaal bij elkaar doen. Je ziet het ook bij een baby die stil wordt zodra je hem oppakt.
Dat betekent trouwens niet dat jij zelf kalm moet zijn. Dat lukt niemand elke avond, zeker niet na een dag als deze. Het gaat erom dat je blijft zitten, ook als je vanbinnen op bent. Die twee dingen zijn niet hetzelfde, en het eerste is genoeg.
Wat de meesten van ons doen op zo'n moment, is praten. Je legt uit dat het al laat is, je vraagt wat er nou is, je zegt dat het toch niet zo erg is. Heel begrijpelijk, en het zijn allemaal woorden die op dat moment niet aankomen. Vaak wordt het er zelfs erger van, omdat er nog meer op hem afkomt.
Minder zeggen werkt beter dan meer. Erbij blijven werkt beter dan weggaan. En als hij je wegduwt en tegelijk wil dat je blijft: dat is geen tegenstrijdigheid, dat is precies hoe het vanbinnen voelt.
Als het ergste voorbij is, kun je hem iets vertrouwds aanreiken. Zijn knuffel, zijn dekentje, het boekje van net, of een rustig verhaal zoals een slaapmeditatie voor kinderen. Niet om hem af te leiden van wat hij voelt, maar omdat iets bekends houvast geeft wanneer de rest te groot is.
En als jij het even niet meer weet en je hoort jezelf iets zeggen wat je niet had willen zeggen: dat overkomt iedereen die dit avond na avond meemaakt. Echt iedereen. Je kunt het morgen goedmaken, en juist dat goedmaken leert hem iets waardevols, namelijk dat het tussen jullie goed blijft, ook als het even misgaat.
Wat je kunt doen om het te voorkomen
Hier valt de meeste winst te halen, want zo'n bui voorkomen is een stuk makkelijker dan hem stoppen.
Kijk eerst naar de bedtijd. Voordat je iets anders verandert: klopt het tijdstip nog? Als hij al over zijn slaap heen is voordat hij in bed ligt, dan is alles wat je daarna probeert dweilen met de kraan open.
Let een week op de rustige signalen die eraan voorafgaan: gapen, in zijn ogen wrijven, even voor zich uit staren. Dat is het moment. Daarna gaat het luik dicht en wordt hij juist druk.
Dit is trouwens de goedkoopste van allemaal, en dat is fijn nieuws als je al van alles hebt geprobeerd. Je hoeft er niets voor aan te leren en niets voor vol te houden. Je hoeft alleen een halfuur eerder te beginnen.
Houd elke avond dezelfde volgorde aan. Niet omdat regelmaat op zich zo heilig is, maar omdat een peuter die weet wat er komt minder hoeft te vechten. Hij kan de tijd nog niet inschatten, dus dat ritueel is zijn klok. Hoe je zo'n vaste avond opbouwt, lees je in ons stuk over het bedritueel.
En als het bij jullie niet elke avond hetzelfde kan, omdat de ene dag anders loopt dan de andere: dat is geen ramp. Het gaat om de grote lijn, niet om de minuut.
Maak het laatste stukje echt rustig. Wat er bij de meeste gezinnen gebeurt: het speelgoed gaat weg en dan begint de drukte pas. Tandenpoetsen, plassen, pyjama, opruimen. Voor jou is dat afronden, voor hem is het nog een rijtje opdrachten.
Probeer eens of je de laatste tien minuten helemaal van jullie samen kunt maken, zonder dat er nog iets moet. Dat is precies waar zijn behoefte zit, en dan hoeft hij er straks niet meer om te vechten.
Dat kost je tijd die je eigenlijk niet hebt. Maar het is wel tijd die je aan de achterkant vaak terugkrijgt, want een kind dat gekregen heeft wat hij nodig had, hoeft er daarna niet meer om te roepen.
Geef hem iets te kiezen. Een peuter hoort de hele dag wat er moet. Welke pyjama, welk boekje, welke knuffel mee naar bed. Dat verandert niets aan dát hij gaat slapen, en het scheelt vaak verrassend veel strijd.
En kies er één. Je hebt hier vier dingen gelezen en je zou ze het liefst allemaal morgen tegelijk beginnen. Dat is heel begrijpelijk als je al weken tegen bedtijd opziet.
Toch werkt het beter om er één uit te kiezen. Alles tegelijk is voor je peuter niet te volgen, en voor jou niet vol te houden naast alles wat er verder al is. Geef dat ene twee weken, ook als je in die twee weken nog weinig verschil merkt.
Wanneer er meer aan de hand is
Zit er vooral angst onder in plaats van boosheid, lees dan verder bij een peuter die bang is om te slapen. Gaat het er bij jou vooral over dat hij niet alleen in zijn bed wil liggen, dan komt een peuter die niet alleen wil slapen dichter in de buurt. En loopt het overdag ook vaak zo hoog op, kijk dan eens bij opstandig gedrag van je peuter.
Blijft het weken achter elkaar zo gaan, is je peuter overdag duidelijk moe en snel overstuur, of heb je het gevoel dat er iets lichamelijks speelt: bel dan gerust de huisarts. Je hoeft niet met iets ergs aan te komen om daar te mogen zitten. Dat je al weken elke avond dit meemaakt, is op zichzelf al genoeg reden.
Meer lezen
Tot slot
Wat je 's avonds ziet is geen dwarsliggen, en het is ook geen fout van jou. Het is een peuter met een volle emmer die nog geen woorden heeft voor wat erin zit.
En jij zit daar dan, avond na avond, terwijl je zelf ook op bent. Dat is zwaar. Dat je er soms doorheen zit, betekent niet dat je het niet aankunt, het betekent dat het veel is. Die twee dingen worden vaak door elkaar gehaald, ook door onszelf.
Deze fase gaat voorbij. Dat weet je waarschijnlijk wel, en op zo'n avond om acht uur helpt dat weinig. Dus laat ik het anders zeggen: je hoeft hem niet uit die bui te praten en je hoeft hem niet te veranderen. Erbij blijven is genoeg. En dat kun je, dat doe je immers al weken.
Waar je het beste kunt beginnen verschilt per gezin. Bij de een is het de bedtijd, bij de ander het laatste uur, en bij weer een ander wat er die dag allemaal is gebeurd
en je ziet wat bij jullie het meeste oplevert. In de OpvoedApp staat daarna wat je zegt en doet op het moment dat het losbarst, en hoe je de avond zo inricht dat het minder vaak zover komt.






