Terug naar Executieve functies

Executieve functies

Emotieregulatie bij kinderen positief stimuleren

In dit artikel lees je wat emotieregulatie is, waarom emoties er mogen zijn en wanneer je erover praat met iemand. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Het bordspel gaat de lucht in omdat hij verliest. Het rekenblad wordt verscheurd omdat er een fout in staat. Er komt een woede-uitbarsting over iets wat jij niet eens had zien aankomen.Of het gaat de andere kant op: ze durft niet naar het feestje, ze is dagen van tevoren gespannen voor een spreekbeurt, ze kruipt weg.Het lijken tegenovergestelde dingen, en het is hetzelfde: een kind dat nog niet goed weet wat het met een groot gevoel moet.

Wat emotieregulatie is

Emotieregulatie is het vermogen om met je gevoelens om te gaan zonder dat ze je overspoelen. Het gaat er dus niet om dat je ze niet hebt, maar dat je ze kunt uiten op een manier waar je iets aan hebt.Het is een van de executieve functies, en het is er eentje die pas laat af is. Nog tot ver in de puberteit is een kind hier volop mee bezig.Wat je bij een kind ziet dat hier nog niet zover in is: heftige uitbarstingen, moeilijk kunnen kalmeren, of juist alles opkroppen tot het ineens naar buiten komt. Ook snel gefrustreerd raken hoort erbij, en niet tegen verliezen kunnen.

Waarom emoties er mogen zijn

Voordat we naar oefeningen gaan, eerst iets belangrijks.Emoties zijn er de hele dag, bij jou en bij je kind, en ze zijn nuttig. Angst zorgt dat je uitkijkt bij het oversteken. Verdriet helpt je iets vervelends te verwerken. Boosheid geeft aan dat er een grens over is gegaan.Emotieregulatie is dus niet: minder voelen. Het is: weten wat je ermee doet.Dat verschil is belangrijk voor wat je thuis zegt. "Niet huilen" en "niet zo boos doen" zijn pogingen om de emotie weg te halen, en dat lukt niet. Wat je kind nodig heeft is dat het gevoel er mag zijn en dat er iets mee gebeurt.

Hoe een kind het leert

Hier zit de kern, en het is misschien niet wat je verwacht.Een kind leert zichzelf niet reguleren door te oefenen. Het leert het door het bij jou te ervaren.Wat er gebeurt is dit. Hij voelt iets groots, hij komt bij jou, jij blijft rustig, en zijn lijf zakt mee met dat van jou. Niet omdat hij gehoorzaamt, maar omdat lijven dat nu eenmaal bij elkaar doen. Je ziet het ook bij een baby die stil wordt zodra je hem oppakt.En dat honderden keren. Zo leert hij twee dingen tegelijk: dat een groot gevoel weer overgaat, en dat je er niet alleen mee hoeft te blijven zitten.Dat betekent dat jouw kalmte het gereedschap is. Niet je uitleg, niet je regels, niet een oefening. Gewoon dat je blijft.En laat ik daar meteen iets bij zeggen, want dat is nogal wat om te lezen als je net vanochtend uit je slof bent geschoten. Je hoeft niet elke keer kalm te zijn. Dat lukt niemand, en het is ook niet nodig. Wat telt is dat je terugkomt nadat het is misgegaan, en dat herstel leert hem net zo goed iets: dat het tussen jullie goed blijft, ook als het even ontspoort.

Wat je thuis kunt doen

Benoem wat je ziet. "Je bent boos omdat het niet lukt." Een kind dat een woord krijgt voor wat het voelt, heeft daar meteen meer grip op. Dit is de belangrijkste en het is er ook een die je de hele dag door kunt doen.
Blijf erbij, en zeg weinig. Tijdens een uitbarsting kan hij simpelweg niet luisteren, en praten maakt het meestal erger omdat er dan nog meer op hem afkomt terwijl er al te veel binnenkwam. Dat je op zo'n moment het gevoel hebt dat je niets doet, klopt in zekere zin ook, en het is precies wat er nodig is.
Praat er achteraf over, als het rustig is. Vraag dan wat er eigenlijk gebeurde, wat hij voelde en wat hij een volgende keer zou kunnen doen, en houd dat gesprek klein. Zodra het als preek gaat klinken haakt hij af, terwijl hij op zo'n rustig moment vaak zelf met verrassend zinnige dingen komt.
Laat zien hoe jij het doet. Zeg gewoon hardop dat je gespannen bent en dat je even een rondje gaat lopen, want kinderen leren dit vooral door het te zien gebeuren. Alles wat je hem uitlegt over omgaan met emoties weegt minder zwaar dan wat hij jou ziet doen op een moment dat je zelf over je grens gaat.
Zorg dat hij het gevoel ergens kwijt kan. Bewegen, rennen, tekenen, of iets in stukken scheuren wat kapot mag, en dat verschilt sterk per kind. Een gevoel dat ergens naartoe kan, hoeft niet te ontploffen, en het scheelt hem de ervaring dat hij zichzelf niet in de hand heeft.
Let op de basis. Moeheid, honger en te veel prikkels maken emotieregulatie bij elk kind slechter. Veel van wat er aan het eind van de dag misgaat, gaat daarover.
Kijk daar ook eens naar bij jezelf. Bijna elke ouder heeft een tijdstip waarop het misgaat, en dat is meestal niet toevallig het uur waarin er gekookt moet worden, iedereen honger heeft en jij al tien uur bezig bent. Dat is geen gebrek aan geduld. Dat is een dag die te vol zit, en daar valt soms meer aan te doen dan aan je reactie.
Verwacht niet te veel te snel. Dit is een van de laatste functies die af is. Een kind van zeven dat af en toe ontploft, is geen kind dat achterloopt.
En kies er één.

Wat je beter niet doet

De emotie wegwuiven. "Zo erg is het niet", "niet huilen om zoiets". Daarmee leert hij dat wat hij voelt niet klopt, en niet wat hij ermee moet.
Straffen voor de uitbarsting zelf. Voor het gedrag dat eruit kwam kun je grenzen stellen; voor het gevoel niet.
Uitleggen tijdens de storm. Zie hierboven. Bewaar dat voor later.
Zeggen dat hij zich niet zo moet aanstellen. Ook als het over iets kleins gaat. Voor hem is het niet klein.
Meegaan in de heftigheid. Als hij schreeuwt en jij schreeuwt terug, is er niemand meer over die de rust kan brengen.

Wanneer je erover praat met iemand

Ga naar de huisarts of praat met school als de uitbarstingen heel heftig zijn of heel lang duren, als je kind zichzelf of anderen pijn doet, als het ver achterblijft bij leeftijdsgenoten, of als het thuis en op school allebei speelt.Ook als jij merkt dat je het zelf niet meer volhoudt. Dagelijks opvangen wat er bij je kind uitkomt, terwijl je zelf rustig moet blijven, is zwaar werk. Dat je daar hulp bij vraagt is niet omdat je faalt.

Tot slot

Wat je ziet is geen kind dat zich niet gedraagt. Het is een kind met een gevoel dat groter is dan wat het ermee kan.En jij bent degene die daar dagelijks bij staat, terwijl je zelf ook moe bent en zelf ook van alles voelt. Dat is misschien wel het zwaarste onderdeel van ouderschap: rustig moeten blijven op het moment dat je dat zelf het minst bent.Dat je dat niet altijd lukt, is niet erg. Wat je kind uiteindelijk het meest meeneemt is niet dat jij nooit uit je slof schoot, maar dat je erbij bleef en dat je terugkwam.Wil je weten waar bij jouw kind de meeste ruimte zitIn de OpvoedApp lees je daarna wat je zegt tijdens zo'n uitbarsting, en hoe je het gesprek achteraf voert.Meer over de andere functies lees je bij wat de executieve functies zijn.