Terug naar Executieve functies

Executieve functies

Volgehouden aandacht bij kinderen positief stimuleren

In dit artikel lees je wat volgehouden aandacht is, waarom het de basis is voor al het leren en wanneer je erover praat met school. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Je zakt door je knieën, je spreekt hem aan op ooghoogte, hij kijkt je aan. Dan moet hij het toch gehoord hebben.Blijkt van niet.Of het gaat precies andersom. Ze kijkt alle kanten op terwijl je praat, je raakt geïrriteerd omdat ze duidelijk niet luistert, en dan blijkt ze de opdracht woordelijk te kunnen herhalen.Aandacht is verwarrend, want je ziet aan de buitenkant niet wat er vanbinnen gebeurt.

Wat volgehouden aandacht is

Volgehouden aandacht is het vermogen om bij een taak te blijven, ook als die saai wordt, ook als er iets leukers langskomt, en ook als het moeilijk wordt.Let op dat "volgehouden". Aandacht ergens even op richten kan bijna elk kind. Het gaat om het vasthouden.En het werkt nauw samen met reactie-inhibitie. Er komt een prikkel voorbij, en dat is de aandacht die getrokken wordt. Of hij er vervolgens achteraan gaat, dat is de rem.Daarom lopen die twee vaak samen op. Een kind dat snel afgeleid is en meteen op elke prikkel reageert, heeft last van allebei.

Waarom het de basis is voor al het leren

Dit wordt onderschat, en het verklaart waarom scholen er zoveel aandacht aan besteden.Aandacht is de onderligger voor alles. Voordat een kind kan leren tellen, lezen of sommen maken, moet het zijn aandacht bij die taak kunnen houden. Zonder dat begint het leren simpelweg niet.Daarom ligt in de kleuterklas de nadruk precies hierop, samen met het remmen van impulsen. Dat lijkt van buitenaf op spelen en wachten en luisteren, en het is de voorbereiding op alles wat daarna komt.Voor jou betekent dat iets belangrijks. Als je kind moeite heeft met leren, hoeft dat niet te betekenen dat het de stof niet aankan. Het kan ook betekenen dat het niet lang genoeg bij de stof blijft om hem binnen te krijgen. Dat is een heel ander probleem, en er is iets anders voor nodig.

Interne en externe afleiding

Er zijn twee soorten afleiding, en het scheelt om te weten welke bij jouw kind speelt.
Externe afleiding komt van buiten. Geluid op de gang, iemand die langsloopt, de tv in de kamer ernaast, een broertje dat iets roept.
Interne afleiding komt van binnen. Zijn eigen gedachten, een verhaal dat hij aan het bedenken is, zorgen over iets van vanochtend, of gewoon: dromen.
Dat onderscheid is praktisch, want ze vragen om iets anders. Bij externe afleiding kun je de omgeving aanpassen: een rustige plek, koptelefoon, deur dicht. Bij interne afleiding heeft dat weinig zin, want de afleiding gaat mee.Bij interne afleiding werkt iets anders: kortere blokken, een taak die interessant genoeg is om hem vast te houden, en soms eerst even ruimte geven aan wat er in zijn hoofd zit voordat je iets vraagt.Herken je het tweede: dan is het goed om te weten dat een dromerig kind vaak wordt aangezien voor een ongeïnteresseerd kind. Terwijl er meestal juist heel veel in dat hoofd gebeurt.

Wat je thuis kunt doen

Zorg voor een rustige werkplek. Weinig spullen op tafel, weinig geluid om hem heen, en geen scherm in zijn blikveld. Dat klinkt volkomen vanzelfsprekend en het is in de praktijk verrassend vaak niet zo geregeld, omdat huiswerk nu eenmaal gebeurt waar iedereen zit en waar ondertussen ook gekookt en gepraat wordt.
Werk in korte blokken met pauzes. Vijftien minuten werken en dan even iets anders doen, is voor veel kinderen effectiever dan een uur achter elkaar waarvan de laatste veertig minuten toch niets opleveren. Het voelt alsof je hem te makkelijk laat wegkomen, en meestal krijg je in die vijftien minuten meer voor elkaar dan in dat hele uur.
Vraag zijn aandacht voordat je iets zegt. Roep dus niet vanaf de andere kant van de kamer, en ga er ook niet vanuit dat oogcontact genoeg is, want dat is het lang niet altijd. Sommige kinderen kijken je recht aan terwijl ze er met hun hoofd niet zijn, en dat is geen onwil maar precies waar het hier over gaat.
Laat hem herhalen wat je gezegd hebt. Dan weet je of het binnen is in plaats van dat je het hoopt, en dat scheelt je de teleurstelling tien minuten later. Het duurt vijf seconden en het is de goedkoopste controle die er is.
Speel spelletjes waarbij je aandacht moet vasthouden. Puzzels, memory, of gewoon een spel afmaken voordat je aan iets nieuws begint. Dat laatste is een oefening op zich, want juist het afmaken is bij veel kinderen het stuk dat nog niet lukt.
Maak taken behapbaar. Een taak die te lang duurt raakt hij halverwege kwijt, dus knip hem op in stukken en laat hem elk stukje afstrepen. Dat afstrepen is niet voor de vorm: het maakt zichtbaar dat hij opschiet, en dat is precies wat hem aan de gang houdt.
Let op moeheid. Aandacht is een van de eerste dingen die verdwijnt bij een kind dat op is. Veel van wat er 's middags misgaat, gaat daarover.
En dat betekent ook iets ontlastends: als het huiswerk om half vijf niet lukt, hoeft dat niets te zeggen over of hij het kan. Het zegt iets over hoe laat het is. Dat scheelt jullie allebei een avond ruzie over iets wat morgenochtend in tien minuten klaar is.
En kies er één. Alles tegelijk maakt van je huis een studeercel.

Wat je beter niet doet

Zeggen dat hij beter moet opletten. Dat is precies het stuk dat nog niet werkt, en het zegt hem alleen dat hij tekortschiet.
Ervan uitgaan dat oogcontact bewijst dat het binnenkomt. Sommige kinderen kijken je aan terwijl ze er niet zijn, en andere kinderen kijken weg juist omdat ze luisteren. Dat laatste komt vaker voor dan je denkt.
Boos worden om dromen. Voor een kind dat intern afgeleid is, is dat geen keuze.
Alles in één keer vragen. Zie ook het werkgeheugen: dat is een aparte functie die hier vaak bij meespeelt.

Wanneer je erover praat met school

Ga in gesprek met de leerkracht als je kind in de klas structureel niet meekomt, als het lang over taken doet, of als het te horen krijgt dat het niet oplet.In de klas is er vaak meer mogelijk dan ouders denken: een plek vooraan, een koptelefoon, kortere opdrachten, of even mogen bewegen tussendoor.Loopt het thuis en op school allebei vast, dan is het goed om verder te laten kijken. Aandachtsproblemen komen vaker voor bij kinderen met bijvoorbeeld ADHD of ADD, en een goed beeld maakt de aanpak gerichter.

Tot slot

Een kind dat niet oplet, doet dat niet om jou te ergeren. Aandacht is een vaardigheid die zich ontwikkelt, en bij het ene kind gaat dat sneller dan bij het andere.Dat is voor jou lastig, want je merkt het de hele dag. Je zegt dingen die niet aankomen, je vraagt dingen die niet gebeuren, en op een gegeven moment ga je je afvragen of hij je wel serieus neemt. Dat gevoel is heel begrijpelijk, en het is niet waar.Wat helpt is de omgeving aanpassen in plaats van hem. Een rustige plek, kortere blokken, één ding tegelijk. Dat is minder bevredigend dan hem iets aanleren, en het werkt beter.Wil je weten waar bij jouw kind de meeste ruimte zitIn de OpvoedApp lees je daarna hoe je die momenten inricht, en wat je doet als het toch niet lukt.Meer over de andere functies lees je bij wat de executieve functies zijn.