Terug naar Angst en zelfvertrouwen

Angst en zelfvertrouwen

Zo vergroot je het zelfvertrouwen van je kind

Als je kind zichzelf klein maakt of snel opgeeft, wil je graag iets zeggen dat echt helpt. In dit artikel lees je wat zelfvertrouwen is, waarom complimenten niet altijd landen en hoe je vertrouwen beschermt.

Je zegt dat hij het goed heeft gedaan en hij haalt zijn schouders op. Je zegt dat de tekening mooi is en hij verfrommelt hem. Je zegt dat het wel gaat lukken en hij zegt dat jij dat makkelijk kunt zeggen.En dan denk je: hoe geef ik dit kind nou zelfvertrouwen.Laat ik daarmee beginnen, want dit is de belangrijkste omkering van dit hele stuk: zelfvertrouwen is niet iets wat je erin stopt. Je kind is er vol mee geboren. Wat er gebeurt, is dat het er in de loop van de jaren een beetje uit sijpelt, en jouw werk gaat er vooral over om dat te beperken.Dat klinkt misschien als een woordspelletje en het maakt echt verschil. Iets opbouwen wat er niet is, is zwaar en het lukt vaak niet. Beschermen wat er al is, is iets heel anders.

Waarom zelfvertrouwen afneemt in plaats van groeit

Kijk eens naar een peuter die net leert lopen. Hij valt dertig keer per dag en hij twijfelt geen seconde. Er is nog geen stemmetje dat zegt dat het toch niet gaat lukken.Dat stemmetje komt later, en het is opgebouwd uit kleine dingen. Uit een blik toen er iets omviel. Uit "kijk nou toch uit". Uit dat iemand het overnam omdat het sneller ging. Uit een leerkracht die zijn schrift terugschoof met een streep erdoor.Geen van die dingen is op zichzelf erg, en het gaat ook niet om één moment. Het is de optelsom van honderden kleine momenten waarin een kind meekrijgt dat het niet goed genoeg ging. In het onderbewustzijn ontstaat dan langzaam de gedachte: ik doe het niet goed genoeg.Voor jou betekent dat twee dingen. Ten eerste dat je dit niet in je eentje hebt veroorzaakt: school, vriendjes, de rest van de familie en het internet doen allemaal mee. En ten tweede dat jouw aandeel wel het grootste is, omdat jij er het vaakst bij bent.Dat laatste kan even binnenkomen als een steek. Zeker als je nu terugdenkt aan momenten waarop je uit je slof schoot of iets zei wat je niet had willen zeggen. Laat me daar meteen iets over zeggen: die momenten heeft iedere ouder, honderden keren, en geen ervan is bepalend geweest. Het gaat om de optelsom, en in die optelsom zitten net zo goed alle keren dat je wél rustig bleef. Die tellen ook mee, ook al onthoud je die niet.

Wat zelfvertrouwen eigenlijk is

Er zit een misverstand in het woord. Zelfvertrouwen is niet hetzelfde als denken dat je goed bent in dingen.Zelfvertrouwen is het vertrouwen dat je iets aankunt, ook als het misgaat. Merk je trouwens dat je daar zelf ook op afknapt bij jezelf? Veel ouders zijn strenger voor zichzelf dan ze ooit voor hun kind zouden zijn, en je kind ziet dat. Wat je hem hierin wilt leren, geldt dus net zo goed voor jou. Dat je een keer mag falen zonder dat je daarmee niets meer waard bent. Dat het niet erg is om iets nog niet te kunnen.Dat is een belangrijk verschil, want het verandert wat je zegt. "Jij kunt dat heel goed" bouwt geen zelfvertrouwen; dat bouwt de verwachting dat je goed moet zijn. En dan wordt de eerstvolgende keer dat het niet lukt meteen een probleem.Wat wel werkt is de boodschap dat hij het aan mag pakken en dat het mag mislukken. Dat is het fundament waar de rest op staat.

Wat je doet

Pauzeer voordat je reageert. Er valt iets om, er gaat iets mis, en je hebt een reactie klaar. Adem eerst een keer. Wat je op zo'n moment zegt bepaalt wat je kind over zichzelf leert, en de eerste reactie is meestal niet degene die je zou kiezen.Benoem wat er gebeurt in plaats van wie het deed. "Oeps, het drinken is omgevallen" in plaats van "kijk nou toch uit". Het eerste is een feit, het tweede is een oordeel over hem.Prijs zijn inzet en niet het resultaat. "Ik zag hoeveel moeite je ervoor hebt gedaan" doet iets heel anders dan "wat knap dat je een negen hebt". Bij het eerste ligt de winst bij iets wat hij zelf in de hand heeft.Laat hem dingen zelf doen, ook als het langer duurt. Dit is de moeilijkste, want jij ziet precies hoe het sneller kan. Elke keer dat je het overneemt, hoort hij: jij kunt dit niet.En je neemt het niet over uit ongeduld. Je neemt het over omdat je om half negen de deur uit moet, omdat er nog twee kinderen aangekleed moeten, omdat je gewoon geen tijd hebt. Dat is geen karakterfout, dat is een ochtend met kinderen. Kies dus één moment op de dag waarop het wél kan, en laat de rest gaan.Geef hem iets waar hij verantwoordelijk voor is. Het konijn, de planten, de vaatwasser. Niet omdat het uitkomt, maar omdat er iets van hem afhangt.Laat fouten maken gewoon zijn. Vertel over jouw fouten van vandaag. Een kind dat zijn ouders nooit ziet falen, denkt dat het niet hoort.Zeg af en toe iets liefs dat niets met prestaties te maken heeft. Dat je het fijn vindt dat hij er is. Dat je zijn lach mist als hij op schoolkamp is. Zelfvertrouwen groeit vooral op de grond van erbij horen, en niet op de grond van goed presteren.En kies er één. Alle zeven tegelijk gaat niet lukken, en dan wordt het bovendien iets wat je moet onthouden in plaats van iets wat je doet. Neem er één en let daar twee weken op.

Wat het tegenovergestelde bereikt

"Je kunt het wel." Goedbedoeld en het werkt niet, want hij gelooft je niet. Wat wel werkt is erkennen: "je vindt het lastig". Dat klinkt alsof je meegaat in zijn twijfel, en het is precies wat maakt dat hij zich begrepen voelt en dan pas iets durft.Het van hem overnemen. Als je de moeilijke taak overpakt, laat je zien dat het inderdaad te moeilijk was. Dat is het tegenovergestelde van wat je bedoelde.De lat te laag leggen. Ook goedbedoeld, en ook averechts. Een kind dat nooit iets moeilijks doet, krijgt nooit de ervaring dat het gelukt is.Complimenten die niet kloppen. Kinderen voelen dat feilloos aan. Zeggen dat iets prachtig is terwijl het duidelijk niet af is, maakt jouw oordeel minder waard.Vergelijken. Met een broer, met een klasgenoot, met hoe het vorig jaar ging. Ook positief bedoeld werkt dat niet.Loop dat rijtje gerust nog eens langs, en schrik niet als je jezelf er in alle vijf herkent. Ze staan er niet om je te laten zien wat je fout doet. Ze staan er omdat het stuk voor stuk dingen zijn die je doet uit liefde: je wilt hem geruststellen, je wilt hem helpen, je wilt dat hij het makkelijk heeft. Dat het net anders werkt dan bedoeld, is iets wat vrijwel niemand uit zichzelf bedenkt.

Wanneer je erover praat met iemand

Gaat het vooral over spanning bij toetsen en presteren, lees dan verder bij faalangst bij kinderen. Gaat het over durven in gezelschap, kijk dan bij sociale angst bij kinderen. En wil je weten wat je op welke leeftijd mag verwachten, dan staat dat bij wat je van je kind kunt verwachten.Praat met school of met de huisarts als je kind steeds meer dingen gaat vermijden, als het niet meer naar clubs of feestjes wil, als het somber wordt of veel over zichzelf zegt dat het niets kan, of als je merkt dat het thuis en op school allebei speelt.Je hoeft daar niet mee te wachten tot je zeker weet dat het ergens over gaat. Bij onzekerheid is vroeg erbij zijn een stuk makkelijker dan later.

Tot slot

Je hoeft geen zelfvertrouwen in je kind te stoppen. Het zit er al in, en jouw werk is om er zo min mogelijk af te halen.Dat is een geruststellende gedachte en tegelijk een ongemakkelijke, want het betekent dat de gewone momenten meetellen. De blik als er iets omvalt, de zucht als het weer niet af is. Dat je die hebt gehad, is niet erg en het is ook niet iets om jezelf voor te veroordelen. Iedereen heeft ze.En je kunt op elk moment beginnen. Zelfvertrouwen loopt niet leeg tot het op is; het kan er ook weer bij komen, en het gaat sneller dan je denkt zodra een kind merkt dat het bij jou niet perfect hoeft.Wil je weten wat er bij jullie speelt en waar je het beste kunt beginnen,

Doe de testIn de OpvoedApp lees je daarna wat je zegt op de momenten die ertoe doen, en hoe je dat volhoudt op de dagen dat je zelf op bent.