Terug naar Jij als ouder

Jij als ouder

Opvoeden zonder straffen en belonen

In dit artikel lees je waarom ouders straffen, wat straf je kind wel en niet leert en als je het nu anders wilt gaan doen. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Je wilt dat je kind luistert, dat hij respectvol is, en dat hij doet wat er van hem gevraagd wordt. Dat is een volstrekt normale wens, en de meeste mensen om je heen zullen zeggen dat daar straf voor nodig is.

En dan lees je hier dat het zonder straffen en belonen kan, en is je eerste gedachte waarschijnlijk: hoe dan.

Dat is een terechte vraag, en dit stuk gaat daarover. Niet over dat alles maar mag, want dat is iets heel anders, maar over wat je in plaats daarvan doet.

Waarom ouders straffen

Er zijn twee redenen, en ze zijn allebei begrijpelijk.

De eerste is overtuiging. Veel mensen denken dat kinderen straf nodig hebben om te leren wat wel en niet mag, en dat ze anders hun eigen gang gaan. Dat is vaak niet eens een bewuste keuze maar iets wat je van huis uit hebt meegekregen: zo ging het bij jou, en het is niet slecht met je afgelopen.

De tweede reden komt vaker voor en wordt zelden hardop gezegd, en dat is onmacht. Je straft niet omdat je gelooft dat het de beste manier is, maar omdat je op dat moment niets anders weet. Het is een overlevingsreactie op een situatie die je even niet meer in de hand hebt.

Als je jezelf in die tweede herkent: dat is geen falen. Dat is wat er gebeurt als iemand een probleem moet oplossen zonder het gereedschap ervoor te hebben, en dat overkomt iedereen.

Wat straf je kind wel en niet leert

Straf werkt vaak op de korte termijn, en dat is precies waarom het zo hardnekkig is. Het gedrag stopt, en dan lijkt het te kloppen.

Wat er alleen niet gebeurt, is dat hij leert wat hij dan wél had moeten doen. Een kind dat straf krijgt voor slaan, weet daarna nog steeds niet hoe hij zijn boosheid anders kwijt kan. Hij weet alleen dat slaan iets naars oplevert.

En er gebeurt nog iets. Een kind dat regelmatig gestraft wordt, gaat zich richten op het vermijden van de straf in plaats van op wat er van hem gevraagd wordt. Dat betekent beter opletten of je in de buurt bent, en beter verbergen wat er is misgegaan. Dat is niet wat je wilde bereiken.

Dat maakt het geen ramp als je weleens hebt gestraft, want dat heeft vrijwel elke ouder. Het betekent alleen dat het je niet brengt wat je hoopte.

Waarom belonen hetzelfde probleem heeft

Dit verrast de meeste ouders, want belonen voelt als het vriendelijke alternatief.

Het probleem is dat je met een beloning de aandacht verlegt. Je kind doet iets niet meer omdat het helpt of omdat het fijn is voor een ander, maar omdat er iets tegenover staat, een snoepje of een kruisje op een kaart. Zodra die beloning wegvalt, valt de reden weg.

Bovendien werkt het op den duur minder goed. Wat eerst één kruisje was, moeten er daarna twee zijn, en wat eerst een verrassing was gaat op een gegeven moment voelen als een recht.

Dat betekent niet dat je nooit iets leuks mag doen omdat iets goed ging. Het verschil zit in of je het van tevoren afspreekt als ruil, of dat je achteraf laat merken dat je iets zag. Dat tweede is geen beloning maar aandacht, en dat is precies wat wel werkt.

Wat er dan wél is

Hier zit de kern, en het is minder ingewikkeld dan het lijkt.

Grenzen stellen. Dat is iets anders dan straffen, en dat onderscheid is het belangrijkste van dit hele stuk. Je bent dus niet minder duidelijk; je bent alleen duidelijk op een andere manier. Bij straf krijgt je kind iets naars omdat hij iets deed. Bij begrenzen stop je het gedrag en zeg je wat je gaat doen, en dan doe je dat ook. Je pakt zijn hand vast, je zet de beker weg die hij van tafel gooide, je gaat ertussen staan. Dat mag stevig zijn, zolang het rustig gebeurt en zonder dat je er iets naars aan toevoegt.

Vaardigheden aanleren. Achter vrijwel elk gedrag dat je wilt veranderen, zit iets wat je kind nog niet kan: wachten, delen, omgaan met teleurstelling, boosheid uiten zonder te slaan. Dat zijn dingen die je aanleert, net zoals je fietsen aanleert, met vallen en opstaan en met jou ernaast.

Benoemen wat je ziet. Zowel bij gedrag dat misgaat als bij gedrag dat goed gaat. "Ik zag dat je hem hielp" doet meer dan een beloning, juist omdat het niet is afgesproken.

En herstellen als het misging. Niet met een afgedwongen sorry, maar met de vraag wat hij kan doen om het goed te maken. Meer daarover bij alternatieven voor sorry zeggen.

Per leeftijd

Bij een dreumes en peuter gaat het vrijwel helemaal over begrenzen en over de omgeving. Uitleggen kan hij nog niet volgen en straf al helemaal niet, want hij kan het verband tussen zijn gedrag en de straf nog niet leggen. Wat wel werkt is kort zijn, hem verplaatsen als het nodig is, en je huis zo inrichten dat je minder hoeft te verbieden.

Bij een kleuter en schoolkind komt er ruimte voor het gesprek achteraf. Niet tijdens het conflict, want dan kan hij niet luisteren, maar op een rustig moment: wat gebeurde er, wat voelde je, wat kun je een volgende keer doen. Hier leer je hem de vaardigheid aan, en dat is het echte werk.

Bij een puber werkt opleggen niet meer, en straffen al helemaal niet. Wat overblijft is invloed, en die heb je alleen als hij nog met je praat. Maak afspraken sámen, ook als dat langer duurt, want een afspraak die hij zelf heeft helpen maken houdt hij eerder dan een die hij krijgt. Meer daarover bij hoe je omgaat met pubergedrag.

Als je het nu anders wilt gaan doen

Begin niet met alles tegelijk, want dan houd je het geen week vol en trek je bovendien je hele huis overhoop.

Kies één situatie die het vaakst misgaat, en pak die aan. Bedenk van tevoren wat je gaat doen, want in het moment zelf is er geen ruimte meer om iets te verzinnen.

En verwacht niet dat je nooit meer straft. Op een dag dat je op bent, val je terug op wat je gewend bent, en dat overkomt iedereen die dit probeert. Wat dan telt is dat je erop terugkomt: even naast hem gaan zitten en zeggen dat je het anders had willen doen. Dat is geen zwakte maar precies de vaardigheid die je hem wilt leren.

Meer lezen

Tot slot

Opvoeden zonder straffen en belonen is niet hetzelfde als opvoeden zonder grenzen. Het is opvoeden met grenzen én met uitleg, en zonder dat je je kind iets naars aandoet om hem iets te leren.

Dat is meer werk. Straffen is snel, en aanleren duurt maanden. Dat je daar op een drukke dinsdag geen tijd voor hebt is een reëel bezwaar en geen excuus dat je jezelf aanpraat.

Wat het oplevert zie je pas later: een kind dat iets niet doet omdat hij snapt waarom, en niet omdat jij toevallig in de kamer staat. Daar bouw je nu aan, ook op de dagen dat je denkt dat er niets van terechtkomt.

Wil je weten waar bij jullie de meeste ruimte zit

In de OpvoedApp lees je daarna wat je zegt en doet op de momenten die het vaakst misgaan, per leeftijd en per situatie.