Terug naar Slapen

Slapen

Peuter is bang om te slapen

In dit artikel lees je waarom peuters ineens bang worden om te slapen, waarom uitleggen dat er niets is, niet werkt en wanneer er meer aan de hand is. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Hij lag net nog rustig. En nu staat hij weer in de deuropening, met grote ogen, en zegt hij dat er iets in zijn kamer is.

Je gaat mee, je doet het licht aan, je laat zien dat er niets is. Hij knikt. Vijf minuten later staat hij er weer.

Wat dit zo zwaar maakt is niet eens de tijd die het kost. Het is dat je hem niet gerust krijgt, terwijl je alles al hebt laten zien wat er te laten zien valt. Je wilt hem zo graag helpen, en je staat daar met lege handen.

En toch loop je elke keer weer met hem mee naar boven. Dat lijkt niet te helpen, en het is precies wat hij nodig heeft.

Waarom peuters ineens bang worden om te slapen

Voor veel ouders komt dit uit het niets. Hij ging altijd prima naar bed, en ineens is het donker eng. Misschien heb je zitten bedenken of er iets gebeurd is op school, of dat je iets over het hoofd hebt gezien.

Waarschijnlijk is er niets gebeurd. Dit is geen terugval en het komt ook niet doordat er iets ergs is voorgevallen. Rond de leeftijd van twee jaar gebeurt er iets in het hoofd van je kind: zijn fantasie komt op gang. Hij kan zich nu dingen voorstellen die er niet zijn. Dat is prachtig als hij overdag met een stok een zwaard maakt, en het is minder prettig als het licht uitgaat en diezelfde fantasie iets in de hoek zet.

Daar komt bij dat hij het verschil tussen echt en verzonnen nog niet goed kan maken. Voor jou is dat monster duidelijk niet echt. Voor hem is het net zo echt als de stoel ernaast.

Daarnaast spelen deze dingen vaak mee:

Nachtmerries. Die beginnen meestal rond deze leeftijd, en een peuter kan na het wakker worden nog een hele tijd in de sfeer van zo'n droom blijven hangen.

Er is iets veranderd. Een verhuizing, een broertje of zusje, een ander bed, een nieuwe groep op de opvang. Ook iets wat jij klein vindt, kan bij hem groot binnenkomen.

Hij is te moe. Een oververmoeide peuter is angstiger, want zijn lijf staat aan en dan komt alles harder binnen dan het overdag zou doen. Twijfel je of hij genoeg slaapt, kijk dan bij hoeveel slaap een kind nodig heeft.

Hij vindt het alleen zijn eng. Bang voor het donker en bang om alleen te zijn lopen op deze leeftijd door elkaar. Gaat het bij jullie vooral over dat tweede, dan lees je verder bij een peuter die niet alleen wil slapen.

Waarom uitleggen dat er niets is, niet werkt

Dit is het stuk waar bijna elke ouder tegenaan loopt, en het is goed om te weten waarom.

Wat er dan vaak gebeurt: je doet het licht aan, je kijkt samen onder het bed, je laat zien dat de kast leeg is. Je peuter ziet dat en hij is het helemaal met je eens, en zodra het licht weer uitgaat is de angst gewoon terug.

Dat komt doordat angst niet in het denkende deel van zijn hoofd zit. Je kunt iemand niet uit zijn angst redeneren, ook een volwassene niet. Jij weet ook precies dat een spin niets doet, en dat helpt niet als er een op je arm zit.

Bij een peuter komt daar nog iets bij. Als jij samen onder het bed gaat kijken, kan hij daaruit opmaken dat het een plek is waar iets kan zitten. Je bedoelt het geruststellend, maar je bevestigt onbedoeld dat er iets te zoeken valt.

Als je dat al maanden doet: daar hoef je je niet rot over te voelen. Het is precies wat je zou doen als je je kind serieus neemt, en het staat ook op vrijwel elke opvoedsite. Je hebt niets kapotgemaakt. Je kunt het gewoon vanaf vanavond anders doen.

Dat betekent niet dat je moet zeggen dat hij zich aanstelt. Het betekent dat de weg naar rust niet via uitleg loopt maar via veiligheid: jij bent er, hij hoeft niets op te lossen.

En dat is eigenlijk goed nieuws, ook al voelt het als te weinig. Je hoeft niets te bedenken, niets te bewijzen en geen goede zin te vinden. Je hoeft alleen te blijven, en dat doe je al. Ligt hij vooral stil wakker zonder dat er angst bij lijkt te zitten, dan is een kind dat niet kan slapen misschien dichter bij wat er speelt, en gaat het vooral over het naar bed gaan zelf, dan lees je verder bij een kind dat niet wil slapen.

Wat wel helpt in het moment

Neem het serieus zonder mee te gaan in de inhoud. Je hoeft niet te bevestigen dat er een monster is, en je hoeft ook niet te bewijzen dat het er niet is. Er tussenin zit: "ik snap dat je het eng vindt, ik blijf even bij je."

Wees erbij, maar zeg weinig. Een peuter die bang is, kan niet luisteren naar lange zinnen. Rustig ademen, een hand op zijn rug en een zachte stem doen meer dan uitleg, want hij leert rustig worden doordat hij het bij jou voelt en niet doordat hij het begrijpt.

Geef hem iets vertrouwds. Een knuffel, een dekentje, iets van jou dat naar jou ruikt. Voor een peuter is dat geen speelgoed maar een stukje van jou dat blijft als jij weggaat.

Laat licht toe als hij dat wil. Een nachtlampje of de deur op een kier is geen zwaktebod. Zorg wel dat het licht warm en zwak is; fel licht houdt het slapen tegen.

Probeer eens een rustig verhaal bij het inslapen. Sommige kinderen komen makkelijker tot rust met een slaapmeditatie voor kinderen, waarbij ze ergens hun aandacht op kunnen richten in plaats van op wat ze horen in het donker.

Blijf in de buurt en zeg dat ook. "Ik ben beneden, je kunt me horen." Dat werkt vaak beter dan blijven zitten tot hij slaapt, want dan wordt jouw aanwezigheid onderdeel van het inslapen.

Ben je dat wel gaan doen, dan is dat overigens niets om spijt van te hebben. Je hebt gedaan wat er op dat moment nodig was, en dat is precies je werk geweest. Het betekent alleen dat het afbouwen nu wat langer duurt.

Wat je overdag kunt doen

Dit is het stuk dat het meeste oplevert en dat het minst gedaan wordt, want overdag is er niets aan de hand en dan denk je er niet aan.

Praat erover als hij niet bang is. Op een zaterdagmiddag, tijdens het spelen, in de auto. Dan kan hij er wél over nadenken en kan hij je vertellen wat hij 's avonds ziet of hoort. 's Avonds hoort hij vooral dat er nóg iets van hem gevraagd wordt.

Maak zijn kamer overdag van hem. Erin spelen, erin opruimen, er even liggen met een boekje. Een kamer waar je overdag graag bent, is 's avonds minder eng.

Verwacht niet dat het in een week over is. Dit hoort bij de fase waarin zijn fantasie op gang komt, en die fase duurt een tijd. Er zijn goede weken en er zijn weken waarin het weer terugkomt.

Dat is geen terugval en het betekent niet dat je het verkeerd hebt aangepakt. Zo ziet groeien eruit. Voor jou is het wel taai, want net als je denkt dat het over is, staat hij weer in de deuropening. Dat mag je best even zwaar vinden.

Kies er één. Alles tegelijk veranderen is voor je peuter niet te volgen en voor jou niet vol te houden. Neem één ding en geef het twee weken.

Wanneer er meer aan de hand is

Meestal is dit een fase die vanzelf voorbijgaat. Toch is het goed om er iemand bij te halen als je een van deze dingen ziet.

De angst zit niet alleen bij bedtijd maar ook overdag, en hij wordt groter in plaats van kleiner. Hij durft niet meer alleen in een kamer te zijn. Hij wordt 's nachts meerdere keren gillend wakker en is dan niet te bereiken, of hij slaapt de hele nacht onrustig. Of hij is overdag duidelijk somberder of gespannener dan je van hem gewend bent.

Maak dan een afspraak bij de huisarts en laat iemand meekijken. Angst bij kinderen is heel goed te helpen, en hoe eerder je erbij bent, hoe makkelijker dat gaat. Je bent daarmee niet iemand die het niet zelf kan oplossen, je bent iemand die zijn kind niet langer alleen laat worstelen.

Tot slot

Je hoeft die angst niet weg te praten. Je hoeft er alleen bij te zijn.

Dat voelt als te weinig, want je wilt hem zo graag helpen en je hebt het gevoel dat je met lege handen naast dat bed zit. Maar voor een peuter is iemand die blijft precies wat hij nodig heeft om te leren dat het donker te doen is. Jij bent dus niet machteloos. Jij bent het enige wat echt werkt.

En dat je bij de vierde keer op de gang je geduld voelt weglopen: dat hoort bij een ouder die al weken niet aan zijn avond toekomt. Dat gaat over jouw grens en niet over jouw liefde.

Waar je het beste kunt beginnen verschilt per kind. Soms zit het in de bedtijd, soms in wat er overdag gebeurt, en soms in die eerste tien minuten nadat het licht uit is.

**

** en je ziet wat bij jullie het meeste oplevert. In de OpvoedApp staat daarna wat je zegt als hij weer in de deuropening staat, en hoe je de avond zo opbouwt dat hij met minder spanning gaat liggen.