Terug naar Angst en zelfvertrouwen

Angst en zelfvertrouwen

Angst bij kinderen verminderen: zo ga je ermee om en dit kan je er tegen doen

In dit artikel lees je angst hoort erbij, en dat is niet gek, welke angsten bij welke leeftijd horen en wanneer je erover praat met iemand. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Hij durft niet meer alleen naar boven. Ze wil niet naar het feestje waar ze zich al weken op verheugde. Hij zegt dat hij buikpijn heeft, elke ochtend, precies om tien voor half negen.

En jij weet niet of je hem moet aansporen of juist niet. Duw je hem eroverheen, dan voelt dat hard. Laat je het lopen, dan wordt het misschien alleen maar groter.

Dat je daarover twijfelt is niet omdat je te weinig weet. Dat is omdat het bij angst allebei waar is: je moet je kind serieus nemen én je moet oppassen dat je de angst niet groter maakt. Dat is een smalle weg.

Angst hoort erbij, en dat is niet gek

Iedereen heeft angsten. Jij ook. Dat is niet iets wat weggaat als je maar goed genoeg opgroeit; het is iets wat bij mensen hoort, en het is bovendien nuttig. Angst is wat je op je hoede houdt.

Wat je dus niet nastreeft is een kind zonder angst. Wat je nastreeft is dat de angst niet zo groot wordt dat hij dingen gaat vermijden.

Dat verschil is belangrijk voor hoe je erover praat. Als je uitstraalt dat bang zijn een probleem is dat opgelost moet worden, wordt bang zijn zelf iets om je voor te schamen. Als je uitstraalt dat het erbij hoort en dat je er wat mee kunt, is er veel meer ruimte.

Welke angsten bij welke leeftijd horen

Elke fase heeft zijn eigen angsten, en het helpt om te weten dat ze op tijd komen.

Baby's schrikken van harde geluiden en van plotselinge bewegingen, en gaan later vreemden herkennen en daar bang voor zijn.

Baby's en dreumesen krijgen ergens vanaf een maand of zes last van scheidingsangst: ze worden angstig zodra jij de kamer uit gaat. Dat kan doorlopen tot in het derde levensjaar en het is een teken dat de hechting werkt.

Vaak wordt dat verward met eenkennigheid, en dat is net iets anders. Bij eenkennigheid is je kind bang voor vreemden, bij scheidingsangst is het bang als jij weggaat. Ze komen vaak tegelijk voor.

Als je je kind huilend hebt moeten achterlaten bij de opvang of bij een oppas: dat is een van de rotste dingen die er zijn, en het betekent niet dat je te vroeg was of dat je hem in de steek liet. De meeste kinderen stoppen binnen een paar minuten nadat je weg bent, ook al klinkt dat op dat moment als een schrale troost.

Peuters blijven daar nog last van houden. Vanaf een jaar of vier kunnen de meeste kinderen zonder veel moeite alleen gelaten worden. Lukt dat dan nog steeds niet, dan is dat een reden om er iemand naar te laten kijken; dat noemen ze verlatingsangst.

Peuters en kleuters worden bang voor het donker, voor monsters, voor wat er onder het bed zit. Dat komt doordat hun fantasie op gang komt en ze het verschil tussen echt en verzonnen nog niet scherp kunnen maken. Speelt dat rond bedtijd, kijk dan bij een kind dat bang is om te slapen.

Schoolkinderen worden banger voor echte dingen: onweer, inbrekers, ziekte, dat er iets met jou gebeurt. Ook faalangst begint hier vaak.

Pubers worden vooral bang voor wat anderen van ze vinden.

Als de angst van je kind past bij zijn leeftijd, is dat op zichzelf al geruststellend. Dan is hij niet angstiger dan anderen; hij is precies op tijd.

Wanneer angst te groot wordt

Er is geen harde grens, en er zijn wel drie dingen om naar te kijken.

Van extreme angst spreken we als het zijn dagelijks leven bepaalt. Drie dingen om naar te kijken.

Vermijdt hij dingen? Dat is het belangrijkste. Zolang hij bang is en het tóch doet, is er weinig aan de hand. Zodra hij dingen niet meer doet vanwege de angst, wordt het groter, want vermijden voedt angst.

Hoeveel van zijn dag kost het? Een kind dat een keer per week ergens tegenop ziet, is iets anders dan een kind dat de hele dag bezig is met wat er kan gebeuren.

Kan hij er nog bij weg? Als hij afgeleid kan raken, ergens plezier in heeft en het na een tijdje loslaat, gaat het meestal goed. Als het steeds terugkomt, ook op momenten dat er niets aan de hand is, is dat een signaal.

Wat je doet

Neem het serieus zonder mee te gaan in de inhoud. Je hoeft niet te bevestigen dat er een inbreker is en je hoeft ook niet te bewijzen dat er geen is. Er tussenin zit: "ik snap dat je dat eng vindt, ik ben hier."

Erken eerst. "Je bent er bang voor" doet meer dan "er is niets aan de hand". Het tweede klopt en het komt niet aan, want angst zit niet in het denkende deel van zijn hoofd.

Blijf rustig, ook als je het zelf spannend vindt. Kinderen kijken naar het gezicht van hun ouder om in te schatten hoe erg iets is. Jouw reactie is voor hem informatie.

Praat erover als hij niet bang is. Overdag, op een rustig moment, in de auto. Op het moment zelf kan hij er niet over nadenken.

Neem kleine stapjes in plaats van één grote. Niet meteen alleen naar boven, maar eerst met het licht aan en jij onderaan de trap. Elk stapje dat lukt, maakt de angst een beetje kleiner.

Laat hem het zelf doen, ook als het spannend is. Dit is de kern en het is de moeilijkste. Elke ervaring dat het toch goed ging, is meer waard dan honderd keer horen dat het goed komt.

Zorg voor voorspelbaarheid. Vertellen wat er gaat gebeuren, en wanneer je terug bent. Angstige kinderen hebben veel aan weten wat er komt.

En kies er één. Alles tegelijk maakt van de angst een project, en dan gaat het over niets anders meer.

Wat de angst juist groter maakt

Vermijden. Als hij niet naar het feestje hoeft omdat hij het eng vindt, is de opluchting groot en is de angst de volgende keer groter. Dat is het lastigste van dit hele onderwerp, want vermijden voelt op dat moment als het liefste wat je kunt doen.

Overnemen. Voor hem antwoorden, voor hem bellen, voor hem regelen. Daarmee zeg je: je kunt dit inderdaad niet.

Te veel geruststellen. Twintig keer zeggen dat er niets gebeurt, werkt niet en het houdt het gesprek gaande over de angst. Eén keer erkennen en dan overgaan tot iets anders werkt beter.

Zelf ongerust kijken. Ook als je niets zegt.

Steeds waarschuwen. "Pas op", "kijk uit", "voorzichtig". Goedbedoeld, en een kind dat de hele dag hoort dat er gevaar is, gaat geloven dat de wereld gevaarlijk is.

Als je dat rijtje leest en denkt dat je ze alle vijf herkent: dan doe je precies wat de meeste ouders doen, en om een goede reden. Stuk voor stuk zijn het dingen die je doet omdat je je kind wilt beschermen. Dat je nu leest dat ze averechts werken, betekent niet dat je het al die tijd fout hebt gedaan. Het betekent dat dit onderwerp een van de weinige is waarbij je instinct je in de steek laat.

Wanneer je erover praat met iemand

Ga naar de huisarts als je kind steeds meer gaat vermijden, als het niet meer naar school wil, als de angst het dagelijks leven bepaalt, als er lichamelijke klachten bij komen waar niets voor gevonden wordt, of als het somber wordt.

Ook bij verlatingsangst die niet meer bij de leeftijd past: een kind van zes dat nog steeds niet zonder jou kan zijn, dat buikpijn krijgt bij de gedachte aan school, of dat nachtmerries heeft over jou kwijtraken.

Je hoort weleens dat er sprake kan zijn van genetische aanleg, en dat klopt ook: sommige kinderen zijn nu eenmaal gevoeliger. Dat is geen reden om te denken dat er niets aan te doen valt. Angst bij kinderen wordt vaak behandeld met cognitieve gedragstherapie, en dat werkt goed, ook bij kinderen met aanleg.

Ook bij paniekaanvallen, bij angst die na een ingrijpende gebeurtenis is ontstaan, en als het al maanden erger in plaats van beter wordt.

Angst bij kinderen is goed te behandelen en er zijn behandelingen die snel werken. Hoe eerder je erbij bent, hoe minder er is dichtgeslibd. Je hoeft niet te wachten tot het echt vastloopt.

Tot slot

Je kind is niet te bang en er is niets mis mee. Er is een angst die op dit moment groter is dan handig, en dat is iets wat kan verschuiven.

Dat het van jou vraagt om hem iets spannends te laten doen terwijl je hem het liefst zou beschermen, is misschien wel het moeilijkste aan ouderschap. Dat voelt tegennatuurlijk, en dat is het ook. Je hele lijf zegt dat je hem moet weghouden bij wat hem bang maakt.

Dat je dat toch niet doet, is niet hard. Dat is precies wat hem uiteindelijk laat ervaren dat hij meer aankan dan hij dacht. En jij staat ondertussen naast hem, en dat is wat maakt dat hij het aandurft.

Wil je weten wat er bij jullie speelt en waar je het beste kunt beginnen

In de OpvoedApp lees je daarna hoe je die kleine stapjes opbouwt, en wat je zegt op het moment dat hij echt niet durft.