Terug naar Vaardigheden aanleren
Vaardigheden aanleren
Het stimuleren van de sociale ontwikkeling bij kleuters
In dit artikel lees je wat er in de kleuterfase gebeurt, vriendschappen op deze leeftijd en wanneer je erover praat met school. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Vanaf een jaar of vier gebeurt er iets nieuws: je kind gaat écht samen spelen. Niet meer naast elkaar met hetzelfde speelgoed, maar samen aan hetzelfde idee.Daarmee komt er ook iets anders bij, namelijk alles wat er tussen kinderen mis kan gaan. Wie mag meedoen, wie bepaalt wat er gebeurt, en wie heeft er gezegd dat hij stom is.
Wat er in de kleuterfase gebeurt
Een kleuter begint te begrijpen dat een ander iets anders kan denken en willen dan hij zelf. Dat klinkt vanzelfsprekend en het is een grote stap, want daarvoor was dat er simpelweg niet.Daarmee wordt samenspel mogelijk: rollen verdelen, samen een verhaal bedenken, afspreken wie de vader is en wie de hond. Dat is precies waarom fantasiespel op deze leeftijd zo belangrijk is; daar oefent hij alles wat hij later nodig heeft.Tegelijk komen daar conflicten bij die hij nog niet kan oplossen. Hij kan zijn eigen idee nog moeilijk loslaten, en teleurstelling dragen lukt ook nog niet goed. Dus gaat het geregeld mis, en dat hoort erbij.En hij gaat merken of hij erbij hoort. Op school ziet hij wie met wie speelt en waar hij zelf staat, en dat is voor sommige kinderen een pijnlijke ontdekking.Vriendschappen op deze leeftijd
Vriendschappen bij kleuters zijn vluchtig, en dat is goed om te weten voordat je je er zorgen over maakt.Vandaag is iemand zijn beste vriend en morgen speelt hij met iemand anders. Dat is geen teken dat er iets misgaat; op deze leeftijd gaat vriendschap vooral over wie er nu naast je zit en met wie je hetzelfde leuk vindt.Dat betekent ook dat een ruzie die thuis groot klinkt, op school meestal de volgende dag vergeten is. Ga dus niet te snel bellen met andere ouders, want vaak is het voorbij voordat jij er iets mee doet.Wat je thuis kunt doen
Laat hem zelf oplossen wat hij zelf kan. Grijp bij een conflict niet meteen in. Als je erbij moet: luister eerst naar allebei en vraag daarna wat ze zouden kunnen bedenken, in plaats van dat je met een oplossing komt.
Vraag hoe het voor de ander was. Dat is de meest directe manier om inleving te oefenen, en op deze leeftijd kan hij daar iets mee.
Nodig kinderen thuis uit, één tegelijk. Twee kleuters gaat meestal beter dan drie, want bij drie valt er altijd eentje buiten.
Speel zelf mee in fantasiespel. Rollen aannemen, meedoen in het verhaal. Daar oefent hij precies die vaardigheden, en jij kunt sturen zonder het te benoemen.
Praat over gevoelens, ook die van anderen. Bij een boek, bij een film, bij iets wat er is gebeurd. Zo groeit zijn woordenschat voor iets wat hij anders alleen maar voelt.






