Jij als ouder
5 alternatieven voor straffen
In dit artikel lees je hoe je met jij als ouder om kunt gaan op een manier die rustiger voelt voor jou en je kind.
Straf werkt op de korte termijn. Het gedrag stopt, en dat is precies waarom het zo hardnekkig is.
Wat er alleen niet gebeurt, is dat je kind leert wat hij dan wél had moeten doen. Hij stopt uit angst voor de straf en niet omdat hij iets nieuws heeft geleerd.
Hieronder staan vijf dingen die dat wel doen. Het zijn geen trucjes voor het moment zelf; het is een andere manier van aanpakken die je op den duur een hoop gedoe scheelt.
5 alternatieven
1. Kijk wat er achter het gedrag zit. Dit is de belangrijkste en meteen degene waar we het vaakst aan voorbijgaan, want in het moment zelf wil je vooral dat het ophoudt. Toch zit er onder vrijwel elk vervelend gedrag iets anders: moe, honger, te veel prikkels, zich niet gezien voelen, of iets niet kunnen wat er wel van hem wordt gevraagd. Als je dat aanpakt, verandert het gedrag vanzelf mee, en dat is duurzamer dan het gedrag zelf bestrijden.
2. Begrens in plaats van te straffen. Dat is iets anders, en dat onderscheid is de kern van dit hele stuk. Bij straf krijgt je kind iets naars omdat hij iets deed. Bij begrenzen stop je het gedrag en zeg je wat je gaat doen, en dan doe je dat ook: je pakt zijn hand vast, je zet de beker weg, je gaat ertussen staan. Dat mag stevig zijn zolang je het rustig doet en er niets naars aan toevoegt.
3. Leer hem de vaardigheid aan. Als hij slaat als hij boos is, weet hij daarna nog steeds niet hoe hij zijn boosheid anders kwijt kan. Dat moet hij leren, en dat gaat net als zwemles: voordoen, samen doen, ernaast staan, en dan pas loslaten. Meer daarover bij de manier om je kind vaardigheden aan te leren.
4. Herstel in plaats van boeten. Vraag niet om een sorry maar vraag wat hij kan doen om het goed te maken: een pleister halen, samen opruimen wat er kapot ging, iets teruggeven. Een kind dat zelf iets bedenkt doet het meestal ook, en dan is het bovendien gemeend. Meer daarover bij alternatieven voor sorry zeggen.
5. Benoem wat je ziet, ook als het goed gaat. Niet als beloning die je van tevoren afspreekt, maar gewoon omdat je het zag. "Ik zag dat je wachtte tot ik uitgepraat was" doet meer dan een kruisje op een kaart, juist omdat het niet was afgesproken en dus over hem gaat in plaats van over de deal.
Wat dit niet is
Dit is geen pleidooi om alles maar goed te vinden, en dat is een misverstand dat vaak opduikt zodra je zegt dat je niet straft.
Je bent met deze aanpak niet minder duidelijk. Je bent duidelijk op een andere manier: je stopt gedrag dat niet kan, je zegt wat er wel mag, en je leert hem wat hij nog niet kan. Dat is bij elkaar een stuk steviger dan een straf die overwaait.
Wat het wel is: langzamer. Straffen kost dertig seconden en aanleren kost maanden. Dat is een reëel bezwaar op een drukke dinsdag, en het is ook precies de reden dat het beklijft.
Meer lezen
Tot slot
Als je tot nu toe wel hebt gestraft: dat heeft vrijwel elke ouder gedaan, en meestal niet uit overtuiging maar omdat je op dat moment niets anders wist.
Dat is geen schade die je hebt aangericht. Het betekent alleen dat je iets deed wat je niet bracht wat je hoopte, en dat je daar vanaf morgen mee kunt stoppen.
Begin niet met alle vijf tegelijk. Kies de situatie die het vaakst misgaat en pak daar één ding uit dit rijtje, en laat de rest lopen.
Meer hierover lees je bij opvoeden zonder straffen en belonen.
Wil je weten waar bij jullie de meeste ruimte zit
In de OpvoedApp lees je daarna wat je zegt en doet op de momenten die het vaakst misgaan.






