Slapen
Mijn kleuter wil niet slapen! Wat kan ik doen zodat mijn kleuter gaat slapen?
In dit artikel lees je waarom het bij een kleuter ineens moeilijker gaat, het middagslaapje is net weggevallen en wanneer er meer aan de hand is. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Vroeger ging het gewoon. Verhaaltje, kus, deur dicht, klaar. En nu ligt hij om negen uur nog te kletsen tegen zijn knuffel, of staat hij voor de derde keer op de gang met een vraag die niet kan wachten.
Wat het verwarrend maakt is dat er niets veranderd is. Hetzelfde bed, hetzelfde ritueel, dezelfde tijd. En toch werkt het niet meer.
Er is wél iets veranderd, alleen niet in huis. Het zit in zijn hoofd, en dat is nou juist het enige wat je niet kunt zien. Logisch dus dat je het bij jezelf bent gaan zoeken.
En ondertussen probeer je het elke avond opnieuw, zonder te weten waar het vandaan komt. Dat is precies waarom hij het aandurft om er 's avonds over te beginnen: hij weet dat je komt.
Waarom het bij een kleuter ineens moeilijker gaat
Rond de vier, vijf jaar gebeurt er iets waar bijna geen ouder op rekent: zijn fantasie komt echt op gang.
Overdag is dat prachtig. Hij verzint hele werelden, een stok wordt een zwaard, de bank wordt een boot. Maar diezelfde fantasie werkt 's avonds ook, en dan wordt de jas aan de deur een gestalte en het geluid op zolder iets wat rondloopt.
Daar komt bij dat hij het verschil tussen echt en verzonnen nog niet scherp kan maken. Voor jou is dat monster overduidelijk niet echt. Voor hem is het net zo echt als de kast ernaast.
Dat verklaart ook waarom uitleggen zo weinig oplevert, en waarom je 's avonds het gevoel hebt dat je tegen een muur praat. Je praat niet tegen een muur. Je praat tegen iemand voor wie het echt is. Speelt dat bij jullie sterk, lees dan verder bij een kind dat bang is om te slapen.
Nachtmerrie of nachtangst?
Deze twee worden vaak door elkaar gehaald, terwijl je er heel anders mee omgaat.
Bij een nachtmerrie wordt je kind wakker, is hij bang, en weet hij achteraf nog wat hij gedroomd heeft. Hij zoekt jou op en heeft er de volgende ochtend soms nog last van. Wat helpt is precies wat je vanzelf doet: erbij zijn, zeggen dat het een droom was, even blijven.
Bij een nachtangst is het anders. Je kind zit rechtop, gilt of huilt, kijkt met open ogen dwars door je heen en is niet te bereiken. Het duurt een paar minuten en dan gaat hij weer liggen. En de volgende ochtend weet hij nergens van.
Dat laatste is voor jou vaak schrikken. Je staat naast een kind dat huilt en jou niet ziet, en dat is een van de naarste dingen die er zijn. Voor hem is het gelukkig minder erg dan het eruitziet, want hij maakt het niet bewust mee. Wat je dan doet is: niet wakker maken, niet met hem praten, wel zorgen dat hij zich niet bezeert, en erbij blijven tot het over is. Nachtangsten hangen vaak samen met oververmoeidheid, dus als het vaker gebeurt, is de bedtijd het eerste om naar te kijken.
En er is nog iets
Een kleuter begint te snappen dat de wereld doorgaat als hij slaapt. Hij hoort jullie beneden, hij weet dat er nog van alles gebeurt, en dan wordt naar bed gaan ineens iets wat je mist in plaats van iets wat je doet.
Het middagslaapje is net weggevallen
Dit is de meest gemiste oorzaak op deze leeftijd, en hij is makkelijk op te lossen.
Ergens rond de tweeënhalf à drie jaar stopt het middagslaapje, en bij veel kinderen valt het pas in de kleutertijd helemaal weg. Wat er dan gebeurt is dat de bedtijd blijft zoals hij was. Maar je kind heeft ineens een paar uur minder slaap per etmaal, en dat moet ergens vandaan komen.
Blijft de bedtijd hetzelfde, dan raakt hij overdag oververmoeid. En dat is precies waar het misverstand zit: een kind dat te moe is, wordt niet suf maar juist druk. Zijn lijf zet er een tandje bij om wakker te blijven, en dan lijkt het alsof hij nog lang niet toe is aan bed, terwijl het omgekeerde waar is.
Wat helpt is de bedtijd naar voren schuiven, vaak een halfuur tot een uur. Dat voelt in het begin te vroeg, en dat is het niet.
Je herkent het aan een kind dat 's avonds slechter inslaapt, weer 's nachts wakker wordt, of ineens heel vroeg de dag begint. Meer daarover lees je bij hoeveel slaap een kind nodig heeft.
School kost meer dan je ziet
Een kleuter zit de hele dag in een groep. Hij moet meedoen, wachten, delen, luisteren naar een juf die niet alleen tegen hem praat, en zich de hele tijd een beetje inhouden.
Dat gaat hem meestal prima af, en juist daarom zie je het niet aan hem. De juf zegt dat het goed gaat, en dat klopt ook. Maar het kost hem wel iets, en dat komt er 's avonds uit. Bij het ene kind als drukte, bij het andere als huilen om een verkeerde beker, en bij weer een ander als eindeloos rekken bij bedtijd.
Dat hij dat bij jou doet en niet op school, is trouwens geen slecht teken. Dat is het bewijs dat hij zich bij jou kan laten gaan.
Kijk daarom eens naar het patroon over de week. Gaat het op maandag en dinsdag prima en loopt het op donderdag en vrijdag vast, dan zit het waarschijnlijk hier. En dan hoef je niet aan bedtijd te sleutelen maar aan wat er na school gebeurt.
Wat je kunt doen als je kleuter niet gaat slapen
Kijk eerst naar het tijdstip. Voordat je iets anders verandert: klopt de bedtijd nog bij zijn leeftijd en bij het wegvallen van het slaapje? Als hij over zijn slaap heen is voordat hij in bed ligt, dan is elke andere aanpassing dweilen met de kraan open. Let een week op de rustige signalen die eraan voorafgaan: gapen, in zijn ogen wrijven, even voor zich uit staren. Dat is je moment.
Zorg dat hij overdag genoeg beweegt en buiten komt. Een kleuter die zijn energie kwijt kan, valt makkelijker in slaap. Waar het in de praktijk op stukloopt: de beweging komt na school, dus laat op de dag, en dan werkt het tegen je omdat zijn lijf nog aanstaat. Vroeger op de dag helpt meer.
Houd elke avond dezelfde volgorde aan. Niet omdat regelmaat op zich heilig is, maar omdat een kind dat weet wat er komt minder hoeft te vechten. Een kleuter kan de tijd nog niet inschatten, dus het ritueel is zijn klok. Hoe je dat opbouwt lees je in ons stuk over het bedritueel.
Maak het laatste stuk echt rustig. Wat er bij de meeste gezinnen gebeurt: het speelgoed gaat weg en dan begint de drukte pas. Tandenpoetsen, plassen, pyjama, tas klaarzetten voor morgen. Voor jou is dat afronden, voor hem is het nog een rijtje opdrachten. Zorg dat de laatste tien minuten van jullie samen zijn, zonder dat er nog iets moet.
Laat hem de dag kwijtraken, maar niet in bed. Sommige kleuters moeten eerst vertellen wat er is gebeurd voordat ze kunnen slapen. Wat er dan vaak gebeurt: dat gesprek komt op de rand van het bed terecht, omdat hij daar begint. Maar dan wordt het bed de plek waar het denken op gang komt. Zoek er een ander moment voor, eerder op de avond.
Stuur hem nooit naar zijn kamer of naar bed voor straf. Dit is een kleine gewoonte met een groot effect. En als je dat weleens hebt gedaan op een avond dat je het niet meer wist: dat heeft niets onherstelbaars aangericht. Het is gewoon iets om vanaf nu anders te doen. Als de slaapkamer de plek is waar je heen moet als je iets fout hebt gedaan, dan wordt diezelfde kamer 's avonds een minder fijne plek om alleen te zijn. Zijn bed mag van hem zijn, en van niets anders.
Maak de kamer rustig en donker, met wat licht als hij dat wil. Een nachtlampje of de deur op een kier is geen zwaktebod, zeker niet in de fase waarin zijn fantasie op gang komt. Zorg wel dat het licht warm en zwak is.
Geef hem iets te kiezen. Een kleuter hoort de hele dag wat er moet, op school en thuis. Welke pyjama, welk boekje, aan welke kant je gaat zitten. Dat verandert niets aan dát hij gaat slapen, en het scheelt vaak meer strijd dan je zou denken.
Blijf even bij hem als hij dat nodig heeft. Een kind van deze leeftijd kan zichzelf nog niet rustig maken, dat leert hij van jou doordat hij het bij jou voelt. Als jij naast het bed zit en je ademt rustig, je praat zacht, je hebt geen haast, dan zakt zijn lijf mee met dat van jou.
En kies er één. Je hebt hier acht dingen gelezen en je zou ze het liefst allemaal morgen tegelijk proberen. Alles tegelijk is voor je kleuter niet te volgen en voor jou niet vol te houden. Neem er één en geef het twee weken, ook als je nog weinig verschil merkt.
Wanneer er meer aan de hand is
Loopt het overdag ook vaak hoog op, kijk dan bij het moeilijke gedrag van je kleuter. Ligt hij vooral stil wakker zonder dat er strijd is, dan is een kind dat niet kan slapen dichter bij wat er speelt. En slaapt hij wel in maar woelt hij de hele nacht, kijk dan bij onrustig slapen.
Blijft het weken achter elkaar zo gaan, is je kleuter overdag duidelijk moe en snel boos of huilerig, of zit je met iets anders dat je ziet: maak dan een afspraak bij de huisarts. Niet omdat je het niet zelf kunt, maar omdat je niet alles hoeft uit te zoeken in je eentje. Vaak is één gesprek al genoeg om te weten waar je aan toe bent.
Meer lezen
- Mijn baby wil niet slapen of valt moeilijk in slaap
- Mijn kind wil niet slapen
- Mijn peuter wil niet slapen en wordt hysterisch
- Peuter wil niet alleen slapen in eigen bed zonder mama
Tot slot
Er is niets stukgegaan. Wat vroeger werkte past alleen niet meer bij waar hij nu is, en dat is iets heel anders dan dat het misgaat.
Dat je dat zelf niet had kunnen bedenken is logisch. Er is thuis niets veranderd, dus je zoekt het bij jezelf. Terwijl de verandering in zijn hoofd zit, en die zie je niet.
Deze fase gaat voorbij. Ondertussen is het wel elke avond opnieuw, en dat je daar moe van wordt is niet meer dan normaal. Je hoeft niet elke avond je best te doen om ervan te genieten.
Waar je het beste kunt beginnen verschilt per kind. Bij de een is de bedtijd meegegroeid met het gezin, bij de ander zit het in de dag op school, en bij weer een ander in de fantasie die 's avonds op hol slaat.
**
** en je ziet wat bij jullie het meeste oplevert. In de OpvoedApp staat daarna wat je zegt als hij voor de derde keer op de gang staat, en hoe je de avond zo opbouwt dat het minder vaak zover komt.






