Terug naar Angst en zelfvertrouwen

Angst en zelfvertrouwen

Onzeker kind? Zo vergroot je het zelfvertrouwen van je kind

In dit artikel lees je hoe onzekerheid eruitziet, wat eronder zit en wanneer je erover praat met iemand. Zo krijg je zachtere woorden en concrete stappen voor thuis.

Hij kruipt achter je rug als iemand hem iets vraagt. Ze verscheurt haar tekening omdat de lijn niet recht is. Hij wil niet logeren, ook niet bij zijn beste vriend.

Of het gaat precies andersom: jouw kind is juist de hardste, degene die overal doorheen praat en die snel fel wordt. Dat lijkt niet op onzekerheid, en vaak is het dat wel.

Dit stuk gaat over hoe je onzekerheid herkent, wat er bij jouw kind onder zit, en wat je eraan kunt doen. Wil je vooral weten hoe je zelfvertrouwen opbouwt, lees dan dit stuk over het vergroten van zelfvertrouwen.

Hoe onzekerheid eruitziet

Er zijn twee soorten, en de tweede wordt bijna altijd gemist.

Het teruggetrokken kind. Kruipt weg als er aandacht komt, huilt sneller, vraagt veel bevestiging, durft nieuwe dingen niet, geeft snel op. Dit herkent iedereen als onzekerheid.

Het luide kind. Praat overal doorheen, wordt snel boos, doet stoer, maakt anderen belachelijk, geeft nooit toe dat iets niet lukte. Dit ziet eruit als een kind dat de wereld aankan, en vaak is het een kind dat hard werkt om te verbergen dat het zich niet zeker voelt.

Dat tweede kind krijgt vaak te horen dat het zich moet gedragen, en dat maakt het meestal erger.

Heb jij dat gezegd: dat zou iedereen hebben gezegd. Een kind dat overal doorheen praat en anderen belachelijk maakt, vraagt daarom. Dat er onzekerheid onder zit is precies wat je niet kunt zien, want het is met opzet weggewerkt. Als jouw kind daaronder valt, is dat lastig, want je krijgt van school en van de omgeving vooral te horen dat hij te druk of te bijdehand is. Terwijl het onderliggende probleem hetzelfde is.

Wat eronder zit

Bij bijna elk onzeker kind komt het op één gedachte neer: ik ben niet goed genoeg zoals ik ben.

Die gedachte ontstaat niet door één gebeurtenis. Hij bouwt zich op uit kleine dingen: een blik toen er iets misging, iemand die het overnam omdat het sneller was, een opmerking van een klasgenoot, een vergelijking met een broer of zus.

Daarnaast spelen deze dingen vaak mee.

Aanleg. Sommige kinderen zijn van nature voorzichtiger en gevoeliger voor wat anderen vinden. Dat is geen probleem dat opgelost moet worden; dat is hoe ze in elkaar zitten.

Verwachtingen die niet passen. Zowel te hoog als te laag. Te hoog geeft het gevoel dat je tekortschiet, te laag geeft het gevoel dat er niet in je geloofd wordt.

Wat er thuis wordt voorgeleefd. Als jij hardop over jezelf zegt dat je niets kunt, hoort hij dat, ook al gaat het over jou.

Iets wat er speelt. Gepest worden, iets op school, een verandering thuis.

Als je dit leest en je herkent iets van jezelf in dat rijtje: dat is niet het moment om jezelf te veroordelen. Vrijwel elke ouder herkent er iets in, en het feit dat je het nu ziet is precies wat maakt dat je het kunt veranderen.

Bij een peuter of kleuter

Bij peuters en kleuters draait het vooral om durven en om ontdekken dat je iets zelf kunt.

Wat helpt: laat hem dingen zelf doen, ook als het langer duurt en minder mooi wordt. Zijn jas dichtdoen, zijn brood smeren, zijn schoenen aan. Elke keer dat je het overneemt omdat het sneller gaat, hoort hij: dit kun jij niet.

Ook helpt het om te benoemen wat je ziet in plaats van te oordelen. "Je hebt hem helemaal zelf aangedaan" doet meer dan "goed zo".

En laat hem wennen in zijn eigen tempo. Een kind dat op een verjaardag eerst een kwartier tegen je aan hangt, is geen kind dat het niet durft. Dat is een kind dat de kat uit de boom kijkt, en dat gaat vanzelf over als niemand hem duwt.

Bij een schoolkind

Bij schoolkinderen komt vergelijken in beeld. Hij ziet ineens dat iemand anders sneller leest, hoger springt, meer vrienden heeft. Dat is nieuw, en het is meteen de reden dat veel kinderen rond deze leeftijd onzekerder worden dan ze als kleuter waren.

Wat helpt: zorg dat hij ergens goed in is wat niets met school te maken heeft. Sport, muziek, tekenen, dieren. Een kind dat op één plek merkt dat het iets kan, kan meer hebben op de plekken waar het niet lukt.

Prijs zijn inzet en niet zijn cijfer. En als iets niet lukte, vraag dan wat er wél goed ging. Kinderen met weinig zelfvertrouwen zien alleen wat er misging, en die vraag helpt ze om ook de andere kant te zien.

Gaat het vooral over toetsen en presteren, kijk dan bij faalangst bij kinderen.

Bij een puber

Bij pubers hoort onzekerheid er gewoon bij, ook bij kinderen bij wie je dat totaal niet zou verwachten. Zijn lichaam verandert, zijn plek in de groep is onduidelijk, en de mening van leeftijdsgenoten weegt zwaarder dan die van jou.

Wat helpt op deze leeftijd is vooral: geen oordeel over zijn uiterlijk, ook niet positief bedoeld. En luisteren zonder op te lossen, want een puber die zijn verhaal kwijt kan vraagt daarna eerder om je mening.

Wat niet helpt is zeggen dat het meevalt of dat hij er over een jaar anders over denkt. Dat klopt waarschijnlijk en het maakt zijn gevoel van nu kleiner dan het is.

Meer over deze leeftijd lees je bij hoe je omgaat met pubergedrag.

Wanneer je erover praat met iemand

Praat met school of met de huisarts als je kind steeds meer gaat vermijden, als het niet meer naar clubs, feestjes of school wil, als het somber wordt of veel negatiefs over zichzelf zegt, als het lichamelijke klachten heeft waar niets voor gevonden wordt, of als je vermoedt dat er gepest wordt.

Je hoeft daar niet mee te wachten tot je zeker weet dat het ergens over gaat. Bij onzekerheid geldt: hoe eerder erbij, hoe makkelijker het weer op gang komt.

Meer lezen

Tot slot

Een onzeker kind is niet stuk en het is ook niet het gevolg van iets wat jij verkeerd hebt gedaan. Het is een kind dat op dit moment meer twijfelt dan goed voor hem is, en dat is iets wat kan verschuiven.

Dat het niet snel gaat, is het lastige. Je zegt vandaag iets goeds en morgen verscheurt hij weer een tekening. Dat betekent niet dat het niet werkt; zelfbeeld verandert langzaam en in kleine stapjes, precies zoals het is opgebouwd.

En jij bent daarbij niet machteloos. Van alle stemmen die hij hoort, is die van jou de stem die het langste blijft hangen.

Wil je weten wat er bij jullie speelt en waar je het beste kunt beginnen

In de OpvoedApp lees je daarna wat je zegt op de momenten die ertoe doen, en hoe je dat volhoudt als je even niet weet wat je moet.